Lezersrecensie
Prachtige kroniek van twee families met veel ingewikkelde verbanden
In deze familiekroniek wordt het verhaal verteld van de Turkse familie Kanzanci en de Armeense familie Tchakmakchian. Beide families hebben een verschillende culturele achtergrond. De Turkse eetcultuur loopt als een rode draad door het verhaal. Elk hoofdstuktitel is vernoemd naar een gerecht.
Het verhaal begint bij de jongste dochter uit de familie, Zaliha, een jonge moderne vrouw met een rebels en wispelturig karakter. Zij wordt op 19-jarige leeftijd ongehuwd moeder van een dochter, Aysa, ‘de bastaard van Istanbul’. De vader is voor de dochter buiten beeld en blijft voor de lezer lang onbekend. Gaandeweg leren we alle familieleden kennen, voornamelijk vrouwen, steevast als tantes aangeduid.
Kern van het verhaal is dat het verleden doorwerkt in het heden, of je dat nu wilt of niet. De Turkse familie probeert het verleden uit hun geheugen te wissen, maar dat gaat niet. De Armeens familie is zich juist zeer bewust van de Armeense genocide (1915-1923) tijdens de Eerste Wereldoorlog, een periode van massamoorden op Armeniërs door het Ottomaanse Rijk, en het conflict tussen de onafhankelijke Republiek Armenië en de Turkse nationalisten onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk.
Deze geschiedenis hangt als een voortdurende dreiging boven het verhaal en komt verschillende keren tot een climax. Het boek krijgt aan het eind een dramatische wending wanneer een 20-jaar oud familiegeheim aan het licht komt.
Het duurt even voordat je als lezer vertrouwd raakt met beide families. In het begin duizelt het van de vele namen en de ingewikkelde onderlinge relaties. Het verhaal springt steeds van de ene familie naar de andere, en brengt de families mooi bij elkaar.
Tussen de regels door klinkt enige zelfspot door, bijvoorbeeld in de beschrijving van de eindeloze eetpartijen, het wat kinderlijke geloof hoe Allah de wereld bestiert, tante Banu die met twee denkbeeldige Dinns op haar schouder rond loopt, en Petite-Ma, zie probeert het Boze Oog af te wenden en door het bestuderen van patronen in gesmolten zink in de toekomst te kijken.
Het boek is knap geschreven, in mooie taal en rijk aan mooie sfeerbeschrijvingen. Het is bij vlagen humoristisch, soms wat flauw. Dit geldt bijvoorbeeld voor de namen van de bezoekers van Café Kundera, zoals de Drankzuchtige Cartoonist, en de Onnationalistische Scenarioschrijver van Ultranationalistische Films. De deelnemers aan het cybercafé hebben eveneens exotische namen, zoals Ellendige Coëxistentie, Anti-Kavurma, en Alex de Stoïcijn.
Alles bij elkaar is het een prachtige roman, met een stuk geschiedenis van beide landen en van beide families, die op allerlei manieren doorwerkt in het gedrag en de gevoelens van de hoofdpersonen. Zoals Shafak het uitdrukt: het verleden is verbonden met het heden, en onze voorouders ademen voort door onze kinderen.
Het verhaal begint bij de jongste dochter uit de familie, Zaliha, een jonge moderne vrouw met een rebels en wispelturig karakter. Zij wordt op 19-jarige leeftijd ongehuwd moeder van een dochter, Aysa, ‘de bastaard van Istanbul’. De vader is voor de dochter buiten beeld en blijft voor de lezer lang onbekend. Gaandeweg leren we alle familieleden kennen, voornamelijk vrouwen, steevast als tantes aangeduid.
Kern van het verhaal is dat het verleden doorwerkt in het heden, of je dat nu wilt of niet. De Turkse familie probeert het verleden uit hun geheugen te wissen, maar dat gaat niet. De Armeens familie is zich juist zeer bewust van de Armeense genocide (1915-1923) tijdens de Eerste Wereldoorlog, een periode van massamoorden op Armeniërs door het Ottomaanse Rijk, en het conflict tussen de onafhankelijke Republiek Armenië en de Turkse nationalisten onder leiding van Mustafa Kemal Atatürk.
Deze geschiedenis hangt als een voortdurende dreiging boven het verhaal en komt verschillende keren tot een climax. Het boek krijgt aan het eind een dramatische wending wanneer een 20-jaar oud familiegeheim aan het licht komt.
Het duurt even voordat je als lezer vertrouwd raakt met beide families. In het begin duizelt het van de vele namen en de ingewikkelde onderlinge relaties. Het verhaal springt steeds van de ene familie naar de andere, en brengt de families mooi bij elkaar.
Tussen de regels door klinkt enige zelfspot door, bijvoorbeeld in de beschrijving van de eindeloze eetpartijen, het wat kinderlijke geloof hoe Allah de wereld bestiert, tante Banu die met twee denkbeeldige Dinns op haar schouder rond loopt, en Petite-Ma, zie probeert het Boze Oog af te wenden en door het bestuderen van patronen in gesmolten zink in de toekomst te kijken.
Het boek is knap geschreven, in mooie taal en rijk aan mooie sfeerbeschrijvingen. Het is bij vlagen humoristisch, soms wat flauw. Dit geldt bijvoorbeeld voor de namen van de bezoekers van Café Kundera, zoals de Drankzuchtige Cartoonist, en de Onnationalistische Scenarioschrijver van Ultranationalistische Films. De deelnemers aan het cybercafé hebben eveneens exotische namen, zoals Ellendige Coëxistentie, Anti-Kavurma, en Alex de Stoïcijn.
Alles bij elkaar is het een prachtige roman, met een stuk geschiedenis van beide landen en van beide families, die op allerlei manieren doorwerkt in het gedrag en de gevoelens van de hoofdpersonen. Zoals Shafak het uitdrukt: het verleden is verbonden met het heden, en onze voorouders ademen voort door onze kinderen.
1
Reageer op deze recensie
