Lezersrecensie

Tegenvaller


Antoinette Schram Antoinette Schram
25 mrt 2016

De roman begint met een nachtelijke overval in 1836, van de matabelen, een zwarte bevolkingsgroep op een kamp van trekkende boeren. Hoewel ze waren gewaarschuwd, worden ze toch verrast en niemand overleeft het geweld behalve 3 kinderen, Lourens Botha, hij was al wees en groeide op bij Coenraad & Belle Bekker. Vrijheid, een kind van een vrije slavin die woonde bij de Meester en Petronella van Rensburg. Lourens redt Petronella uit de greep van een aanvaller en samen vluchten ze een kloof in, hebben ze hun schuilhoek gevonden. De dramatische gebeurtenissen scheppen een band tussen de twee tieners, maar het lot is hun niet gunstig gezind. Lourens gaat met de Meester terug naar de weduwe Bekker, nadat ze Petronella bij Carel en Sophia Kruger hebben gebracht. Sophia is het enige familielid wat dit meisje nog heeft, maar bij haar zal ze weinig liefde ontvangen. Wat de reden is van de haat die Sophia voor Petronella heeft, blijft lange tijd de grote vraag in het boek. In elk geval trekken de families Bekker en Kruger voorlopig niet samen op, zodat Lourens en Petronella elkaar niet meer kunnen zien. Jaren later wordt Laurens nog steeds tegengewerkt door de Krügers, zodat hij geen eigen boerderij kan krijgen en niet met zijn grote liefde kan trouwen.
Het boek heeft een spectaculair begin met de aanval van de Matabelen en de prille liefde van Lourens en Petronella. Er zijn ook genoeg zinnen die iets verborgen houden. Er speelt een roddel, maar hoe of wat wordt niet uitgelegd. De Meester heeft ook een geliefde dode te betreuren, maar het wordt niet duidelijk wie. Het duurt lang voordat belangrijke details over personen worden verteld in het verhaal. Zo blijft de afkomst van Vrijheid (behalve zijn vreemde naam, die misschien iets doet vermoeden) lange tijd onzeker. Tegelijkertijd valt ook in het begin al op dat de schrijver veel herhaalt of nietszeggende informatie toevoegt. De nieuwe emoties waar Lourens en Petronella mee worstelen worden allemaal vragend weergegeven. De roman is ingedeeld in 4 etappes, waarbij eerst een tijdsprong van 2 / 3 jaar wordt gemaakt, later nog een keer 2 jaar en tenslotte een halfjaar. De Nederlandse lezer moet zich bewust zijn van het feit dat de seizoen in Zuid-Afrika precies tegenovergesteld zijn, het voorjaar begint in oktober en de herfst in maart. Mede daardoor loopt het einde van etappe 3 gewoon over in etappe 4. In deze roman lijkt de schrijver soms vergeten te zijn wat hij de lezer al wel en niet heeft verteld. Sommige scenes bijvoorbeeld over de leugens rond het toekennen van Schuilhoek zijn dan niet spannend meer. Over de slag bij Vegkop heeft Du Plessis amper een alinea besteed in het tweede gedeelte. Helemaal niets heeft hij beschreven over de gebeurtenissen die de insinuaties die later in het verhaal voorkomen over de rol van Diederik, de zoon van Carel Krüger en uiteindelijk is de ontknoping tussen de twee zussen ook een tegenvaller.
Wat ik mooi vind aan de weg naar Schuilhoek, is hier en daar de beschrijving van de natuur. Jij krijgt het idee dit gedeelte van Zuid-Afrika toentertijd echt nog ruig en leeg was, vol met antilopen, blesbokken en andere wilde dieren. De uitgebreide beschrijving van de olifantenjacht zal wel in dit verhaal passen, maar vond ik toch minder leuk om te lezen. Door de verhalen en het gefilosofeer van de Meester krijgt de roman iets meer duiding, maar ik vind het niet in het verhaal passen. De eerste families die trekken zijn nog geen volk, geen gedeeld verleden, geen toekomst, geen mythes. Al vanaf het begin begrijpt Petronella niet waarom ze moeten trekken en in de loop van de tijd krijgt ze er steeds meer een hekel aan. In deze roman krijgt de Trek op zich een vervelende klank, zonder dat er veel scenes zijn die dat gevoel illustreren. Wat dat betreft helemaal geen romantiek in dit verhaal behalve natuurlijk de liefde van Lourens en Petronella.

Reacties

Meer recensies van Antoinette Schram

Boeken van dezelfde auteur