Advertentie
    Bronja Hoffschlag Auteur

Christelle Dabos (1980) komt uit een familie van muzikanten en volgde een opleiding tot bibliothecaresse. Tijdens haar studie werd er kaakkanker bij haar geconstateerd en moest ze een bottransplantatie ondergaan. Hierdoor werd ze gedwongen haar studie te staken en zich te richten op haar herstel, dat enkele jaren duurde. In deze periode begon ze met het schrijven van ‘De Spiegelpassante’. De boeken rondom Ophelia werden door de pers goed ontvangen en zelfs vergeleken met onder andere de ‘Harry Potter’-serie van J.K. Rowling.

‘De IJzige Verloofde’ is het eerste deel van een vierluik. We maken kennis met hoofdpersonage Ophelia. De stille, muizige Ophelia runt een museum en kan, door voorwerpen met haar blote handen aan te raken, de geschiedenis van deze voorwerpen ‘lezen’. Ook kan ze door spiegels reizen. Ze is een eenling; haar oudoom en een bijzondere sjaal zijn haar enige vrienden. Toch is Ophelia absoluut niet eenzaam. Ze houdt van haar werk in het museum en haar rustige, overzichtelijke leventje. Dat leventje wordt bruut op zijn kop gezet als Ophelia wordt uitgehuwelijkt aan Thorn, een kille, houterige man. In afwachting van hun huwelijk reist Ophelia met haar tante Rosalinde, Thorn en haar trouwe sjaal naar de Pool, waar Thorn vandaan komt, en belandt prompt in een eindeloze reeks politieke spelletjes, want niemand op de Pool ziet dit huwelijk zitten.

Ondanks dat er inderdaad wat raakvlakken zijn met ‘Harry Potter’, wordt al snel duidelijk dat Dabos geen J.K. Rowling is. Beide dames hebben een onuitputtelijke fantasie, maar waar Rowling van de eerste tot de laatste zin van haar ‘Potter’-serie nergens het overzicht en de regie verliest, voel je als lezer bijna hoe Dabos verdrinkt in haar eigen creatie. Dabos heeft voor een lastige setting gekozen: God heeft de wereld in stukken gebroken en op al deze ‘arken’ leven mensen. Ophelia komt van Anima, Thorn van de Pool. Ondanks dat er in dit boek maar twee arken aan bod komen, heeft Dabos moeite om de wereld die ze in haar hoofd heeft over te brengen op papier. Dit komt vooral doordat ze onlogische keuzes maakt in wat ze uitdiept: we lezen eindeloos dat Ophelia een bril draagt. Ze duwt die keer op keer omhoog op haar neus, heeft last van barsten als de bril stuk is en haar oogleden maken overuren met al het geknipper achter haar glazen. Daarentegen lezen we nauwelijks hoe de wereld die Dabos geschapen heeft in elkaar zit en wanneer ze tracht dat te verduidelijken, verliest ze zich in omschrijvingen van weinig ter zake doende details, maar zien we nog altijd geen groter geheel.
De schrijfstijl is de eerste dertig pagina’s kinderlijk en bijna tenenkrommend, alsof Dabos te krampachtig probeert haar vertelwijze aan te passen aan de Young Adult-doelgroep, maar daar te ver in doorschiet. Daarnaast heeft ze de irritante gewoonte om in dialogen, wanneer iemand aan het woord is, plotseling een handeling tussen haakjes te zetten. Ook zijn er slordigheden in de rollen die de bijpersonages zijn toebedeeld. Zo is Brunhilde de tante van Thorn, maar wordt ze later in het boek Ophelia’s ‘stiefmoeder’ genoemd.
Na de eerste dertig bladzijden wordt het gelukkig ietsje beter, maar pas na een bladzijde of honderd heeft Dabos haar stem gevonden, wordt de schrijfstijl vloeiender en worden de zinnen langer. Vreemd genoeg diept Dabos het landschap van en de gang van zaken op de Pool goed uit, terwijl we over Anima nog steeds weinig weten. Op de Pool maakt Ophelia kennis met grote aantallen bijfiguren. Deze worden goed gedoseerd opgevoerd, waardoor helder blijft wie wie is en wat de onderlinge verhoudingen zijn. Waar het over de gehele linie vooral aan schort, is de uitdieping van deze personages. We leren alleen Ophelia, Brunhilde en Ophelia’s sjaal redelijk goed kennen, maar de karakters van de andere personages blijven oppervlakkig en onpeilbaar.

Toch leest het boek, na de eerste honderd pagina’s, lekker weg. Het verhaal is vermakelijk, het decor is ontzettend leuk en de gaven van Ophelia en de andere personages zijn tamelijk origineel. Het boek eindigt met een cliffhanger, wat logisch is, want er komen nog drie delen.
Na het lezen overheerst een onbevredigd maar ook verwachtingsvol gevoel, alsof ‘De IJzige Verloofde’ vooral een heel erg lange inleiding is op (hopelijk) betere vervolgdelen.
Voor dit deel kom ik niet verder dan een krappe voldoende, waaraan vooral de eerste honderd bladzijden, de oppervlakkige personages en het gebrek aan karakterontwikkeling debet zijn. Omdat ik de sjaal van Ophelia als personage zo’n ontzettend leuke vondst vind, en het knap vind hoe Dabos hier wel een eigen karakter aan weet te geven, rond ik af naar boven.
Drie sterren voor het eerste deel van ‘De Spiegelpassante’.

Reacties op: De Sjaal van Ophelia

107
De ijzige verloofde - Christelle Dabos
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners