Lezersrecensie
Geen half werk
Halfweg is een dorp op een paar kilometer van de stadsgrenzen van Amsterdam. Tot begin jaren negentig van de twintigste eeuw was hier een suikerfabriek die veel mensen in de omgeving van werk voorzag. Er was op het terrein van de fabriek een woonwagenkamp waar tijdens de ‘suikerbietencampagne’ in het najaar veel seizoenarbeiders verbleven. Deze mensen woonden ‘op’ Halfweg zoals het kamp door de bewoners die ‘in’ Halfweg woonden, genoemd werd. Een aantal families bleef op het kamp nadat de fabriek sloot. Zo ook de familie van de vader van tweeling Sal en Lau.
Lau is weer terug in Halfweg na een aantal jaren in Amsterdam haar vleugels te hebben uitgeslagen. Een verbroken relatie en geen woonruimte dwingen haar echter weer terug naar haar geboortegrond. Nauwelijks van haar eigen sores bekomen krijgt ze het nieuws dat haar tweelingbroer Sal zelfmoord heeft gepleegd. Het ging al langer niet goed met Sal, hij hoorde stemmen, had gevaarlijke driftbuien en leefde op straat. De tweeling heeft een moeilijke jeugd gehad, hun ouders zijn gescheiden maar er werd nauwelijks gesproken over het waarom. De kinderen groeiden deels op bij hun moeder in het dorp en deels bij hun vader en zijn familie op het kamp. Lau worstelt met de vraag waarom zij wel verder kon en haar broer niet. Een groot schuldgevoel maakt zich dan ook van haar meester.
Puck de Klerk heeft geen half werk gemaakt van haar deels autobiografische debuutroman. Het is een rauw en indringend verhaal dat erg onder de huid kruipt. De Klerk heeft de karakters die van belang zijn in het verhaal met een paar pennenstreken bijna perfect neergezet, inclusief het taalgebruik dat bij de personages hoort. Tante Jana op het kamp praat anders dan Lau’s moeder. En dan is er nog een jongere zus Luca, die het helemaal ‘goed’ heeft bekeken en in Amerika is gaan wonen om zo haar afkomst te ontlopen. Maar allemaal draaien ze om de hete brei heen. De auteur geeft stukje bij beetje weer hoe het is om op te groeien in een disfunctioneel gezin en bijbehorende familie. En dat is geen vrolijke boel…