Lezersrecensie
Dicht bij huis
Carolijn Visser werd in 1956 geboren in Leiden maar groeide grotendeels op in het Zeeuwse Middelburg. Ze reist de hele wereld over op zoek naar interessante verhalen waarin vaak mensen centraal staan die moeten overleven onder moeilijke omstandigheden en schreef daar vele boeken over. In 2013 krijgt ze de VPRO Bob den Uylprijs voor Argentijnse avonden en in 2017 wordt Selma bekroond met de Libris Geschiedenis Prijs. In 2019 kreeg ze een Eredoctoraat van de Open Universiteit.
In haar nieuwste boek Broers blijft Visser dicht bij huis. Haar eigen familie blijkt ook heel wat interessante verhalen te hebben. Dat is niet zo vreemd met een bekende meubelontwerper/kunstverzamelaar en een beeldhouwer als oom. Het boek begint met de vondst van een brief die door Vissers vader Ar en zijn broer Martin geschreven is aan de mensen waar ze hebben mogen schuilen nadat ze in Amsterdam uit de trein zijn gesprongen die hen op het einde van de Tweede Wereldoorlog naar Duitsland had moeten brengen in het kader van de Arbeitseinsatz. Door een besneeuwd Nederland lopen ze terug naar hun woonplaats Papendrecht waar hun vader, de opa van Visser, een bouwbedrijf runde. In zijn vrije tijd schilderde opa graag en gaf hiermee zijn kinderen de interesse voor kunst en cultuur mee.
Het einde van de oorlog was het begin van een nieuwe tijd, het begin van het volwassen leven van de broers Visser. Ar probeerde zijn geluk eerst te vinden in Nederlands-Indië maar keerde gedesillusioneerd terug met zijn vrouw en werd leraar, Martin begon als kunstverzamelaar en schopte het tot hoofdconservator van het museum Boijmans van Beuningen en werd ook nog een bekend meubelontwerper. Carel ontpopte zich tot een eigenzinnige beeldhouwer die mocht exposeren in het Italiaanse Venetië en het Duitse Kassel. Bekende namen uit de kunstwereld als Rietveld, Cristo en Appel komen veelvuldig voor als de auteur de lezer door de jaren van opbloeiend Nederland, provo en feminisme leidt. Visser weet naast de geschiedenis van haar familie ook een mooi beeld te schetsen van het naoorlogse Nederland. Een goed voorbeeld hiervan is een gedeelte over warenhuis De Bijenkorf, waar oom Mart ook een tijdlang op de woonafdeling werkte, dat met hun reclame-uitingen precies aangaf hoe de staat van Nederland ervoor stond. Van ‘Week tot week meer keus’ tot uiteindelijk hun oorspronkelijke slogan ‘De Bijenkorf heeft het’ weer van stal gehaald kon worden.
Het is eigenlijk een beetje jammer dat dit boek geen roman is waarin personages meestal een mate van ontwikkeling doormaken. Als de tijd vordert wordt de familie van Visser steeds groter waardoor er steeds meer personen bijkomen waar iets over gezegd moet worden, soms maar heel summier. Hierdoor raak je af en toe de draad een beetje kwijt en krijgt niet iedereen een uitgebreide beschrijving. Gelukkig is er wel een stamboom aan het begin van het boek waarin je snel kunt opzoeken wie wie ook alweer is. Toch blijft het boeiend om te lezen hoe mensen hun kansen pakten na de oorlog. Niet alleen de gebroeders Visser maakten naam maar ook de vrouwen in de familie drukten hun stempel. Zo werd Vissers moeder Sophie een rolmodel voor werkende moeders. Zij bewees dat je naast het zorgen voor een gezin ook heel goed een boeiende baan als conrector kon hebben. In de jaren 60 was dit nog best een ding in het Zeeuwse Middelburg. De vrouw van Martin, Mia, trok gelijkwaardig op met haar man. Samen werden zij een toonaangevend koppel binnen de Nederlandse kunstwereld met hun bijzondere manier van kunst verzamelen. Ook woonden zij in een door Rietveld ontworpen huis, dat helaas niet al te comfortabel was maar dat mocht de pret niet drukken! Tante Adri maakte het behoorlijk bont door haar verloofde in de steek te laten en naar Curaçao te vertrekken.
Het boek is voorzien van een groot aantal familiefoto’s om wat meer couleur locale aan het geheel te geven. Het is niet verwonderlijk dat Carolijn Visser de wereld introk op zoek naar boeiende verhalen. Haar opa gaf daartoe de eerste aanzet met de verhalen die hij op zondagmiddag in zijn woonkamer aan de Papendrechtse Veerdam vertelde aan zijn kleinkinderen. De kleurrijke levens van haar ouders en haar ooms en tantes deden de rest.