Nynke Nauta, bijgenaamd Skip, zeilt door de Europese wateren wanneer ze in Cannes haar vroegere gastgezin ontmoet en uitgenodigd wordt om een tijdje in Amsterdam te komen logeren. Na enige aarzeling en een nacht waarin ze bezocht wordt door demonen die ze dacht te hebben afgeschud, laat ze het lot beslissen: kop of munt. Dat brengt haar terug in het leven waaruit ze eerder ontsnapt was, bij de verlaten geliefde die nu een nieuwe relatie heeft en bij vrienden die zich inmiddels gesetteld hebben.

“Het tuinhuis waar Skip Nauta zich vrijwillig laat opsluiten om een achtergelaten leven de kans te geven zich weer eens strak om haar keel te wikkelen.”


Naarmate ze langer blijft hangen, raakt ze verstrikt in tegenstrijdige gevoelens: de angst voor afwijzing en het verlangen naar geborgenheid. Er zijn mensen die om haar geven en voor haar willen zorgen, maar haar verleden haalt haar onderuit. Via korte flashbacks krijg je geleidelijk aan informatie over de jeugd met een depressieve moeder in een troosteloze buitenwijk:

“Daar, hoger, nog iets hoger, nog ietsje, het balkon van onze flat, mijn moeder en ik, derde van boven, vierde van links, de schotelantennes voor de vuile ruiten eromheen, haar gezicht… Nee, terug de straat op, belwinkels, tramrails, park, hek, hoge ramen, kamer, openslaande deuren naar die tuin, o, die tuin, diep en groen, vol ruimte en schaduw om na te denken, te spelen en in sprookjes te geloven, sprookjes te bedenken, jezelf te bedenken.”


Hoewel Skip tot aan het einde van de roman ongrijpbaar blijft en weinig emoties toont – haar moeder heeft haar al op jonge leeftijd weerbaar gemaakt – raak je als lezer bij haar betrokken en zou je haar willen bijsturen. Het schrijnt. Er hadden maar een paar dingen anders hoeven lopen of Skip had een andere keuze gemaakt, de keuze om te blijven en zich te binden, maar juist op het moment dat ze dat serieus overweegt, voelt ze zich weer afgewezen door de mensen van wie ze houdt en piept ze ertussenuit. Wat dat betreft doet ze haar naam eer aan.

“Backtracking, je eigen voetstappen volgen naar waar je vandaan komt, ik heb er een hekel aan (…) Ik wil vooruit, om het even in welke richting (…) om steeds weer bewezen te zien dat afstand het verleden verdunt (…) Blijf je op je plek, dan concentreert je geschiedenis zich, wordt dieper van kleur, dik als olieverf. Alle lichtheid verdwijnt.”


Deze roman gaat - net als Polaks debuutroman Wij zullen niet te pletter slaan uit 2014 - over de jonge generatie die bang is om zich te hechten en dolende in de liefde. Beide romans zijn vlot geschreven en laten een fris geluid horen. Het begint met spreektaal en er zitten what’s appgesprekken in. Ook zijn er naast beeldende ruimtebeschrijvingen en originele, filosofische observaties van de moderne maatschappij of de puber in het gastgezin:

“Wat een wonderlijke mengeling van arrogantie en ongemak, deze halfman.”
“In mijn tijd leerden ze je hoe de wereld eruitzag. Tegenwoordig leer je jezelf hoe je de wereld ontwerpt.”

Gebrek is een groot woord is een ontroerende, sprankelende roman over lichtheid en zwaarte, over noodlot en hoop, eenzaamheid en vrijheid met een verzoenend slot.  

“Nellie: Zonder de zee zijn we verloren
Skip: We hebben de zee nog, mam, met al haar beloften”

Reacties op: De griezeligste der wensen

182
Gebrek is een groot woord - Nina Polak
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken