“Ben en ik kenden elkaar uit een oertijd waaraan geen herinnering bestond. We werden in dezelfde straat geboren. Elke ochtend liepen we samen naar school. Stilaan verschenen we in elkaars fotoalbums, bevolkten elkaars gedachten, goten mondjesmaat elkaars geheugen vol, met woorden en monumenten, oranje als priklimonade en glinsterend als verre sterren.”


Ben was acht en de ik-verteller, bijgenaamd Bloempot, zes jaar toen de zoon van de buren verongelukte omdat er herten op de weg liepen. Vader haalde hen van school en nam hen mee naar het park, waar ze bij het huis van de ‘zeven dwergen’ de eenden gingen voeren. Vroeger was er in Gent een dierentuin, tussen het station en de universiteit, waar de herten vrij mochten rondlopen. Nog steeds herinneren de straatnamen hieraan. Zij wonen zelf in de Hertstraat, opa en oma in de Tijgerstraat, oom Huub en tante Anne in de Leeuwstraat. In hun kinderlijke fantasie zijn de dieren er nog steeds. Er zouden nog herten rondwaren, er huist een leeuw bij tante Anna (met haar leeuwenmanen) en een tijger bij opa op het Indiase tapijt. Opa geeft de tijger zelfs te eten: restjes vlees van de slager en boeken van De Slegte:

“Hij hield van verhalen die de tand des tijds al hadden doorstaan. Opa kocht tweedehands, uit zuinigheid, maar ook omdat zijn gevoelige maag beter verdroeg wat niet van gisteren was. Het brood dat de bakker voor hem reserveerde, donker, minstens een dag oud en niet gesneden, bewaarde opa thuis altijd nog even op de plank. Boeken mochten naar vorige lezers ruiken, naar koffie, sigaretten, zolders of handtassen. Een opdracht, een signatuur, aantekeningen in de kantlijn waren niet te versmaden toemaatjes.”


Wanneer de ouders van Bloempot hun huis in de Hertstraat te koop zetten, bedenkt Ben een plan om het onverkoopbaar te maken. Ze zullen er allemaal rommel, stank en ongedierte naartoe brengen. Ben is altijd vol verwondering en ideeën; hij komt onmiddellijk in actie en ze gaan in het park op zoek naar padden om een plaag te veroorzaken. Oom Huub, die onderzoek doet naar de symboliek van Vlaamse wandtapijten, leest in de Boekentoren (bibliotheek) dagboeken van zeventiende-eeuwse ontdekkingsreizigers over dieren in de Afrikaanse wildernis: hartebeesten, heilige herten, die zich niet gemakkelijk laten vangen, laat staan doden. Opa vertelt over de heilige herten in Japan, die daar het grootste respect krijgen en als een zegen van de goden worden beschouwd. Wanneer Ben en Bloempot ’s nachts uit het raam kijken, zien ze een hert:

“Uit de richting van de school stak het hert voorzichtig de straat over op het zebrapad. Huppelend. Als een kind met een gewei. Het hert wandelde het park in. Bij de bank waar meneer Snoeck zat, hield het halt. Het hert boog zijn hoofd bij wijze van begroeting.”


Maar de tijd gaat voorbij en alles verandert. De verhuizing gaat gewoon door en de ik-vertelster wordt ouder. Zuster Jef wordt juf Jo en verlaat het klooster met haar Zee, die geen zebra maar een gestreept konijn blijkt te zijn dat de moestuin heeft vernield. Wanneer ze dertien jaar is, hoort ze dat Ben is verongelukt. In de jaren daarna wacht ze op de plotselinge verschijning van een hert:

“Ik kwam tot de conclusie dat mijn verlangen enkel toevallige herten betrof. Liefst niet van steen maar van vlees en bloed. Ze stonden symbool voor iets ongrijpbaars wat aan elke controle ontsnapte. Iets natuurlijks en vanzelfsprekends. In elk geval iets wat nooit ophield zichzelf te vernieuwen, een combinatie van vrije wil en ongerept instinct.”


Het is een mooi gegeven: het kinderlijke perspectief dat de grenzen overschrijdt van realiteit en fantasie. De uitwerking valt echter tegen. In de eerste plaats ontbreekt elke vorm van spanning of dynamiek in deze roman. Het kabbelt maar door, zoals jonge kinderen misschien wel hun dagelijkse avonturen beleven. Ook al gebeuren er heftige dingen, ze raken je niet. In de tweede plaats is het kinderlijke perspectief inconsequent, omdat er ook opmerkingen staan die een kind nooit kan denken of zeggen. Hetzelfde geldt voor de schrijfstijl. Soms word je verrast door mooie, beeldende zinnen, maar sommige zijn heel lang en zonder komma’s, terwijl er ook heel veel korte zinnetjes gebruikt worden die door punten worden begrensd.

Reacties op: Herinneringen aan de Hertstraat

3
Slapende tijgers - Astrid Panis
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken