Lezersrecensie
Zoektocht naar identiteit en geborgenheid
Helena Hoogenkamp heeft eerder al naam gemaakt met het schrijven van toneelstukken en poëzie, welke zij ook voordroeg op Lowlands, de Parade en Oerol. Met Het aanbidden van Louis Claus schreef ze haar eerste roman. En wat voor één!
Carla is 14 jaar en tot over haar oren verliefd op haar vriendje Louis Claus. Bij Carla thuis is het niet zo gezellig; haar moeder heeft kanker en beide ouders leiden sterk hun eigen leven. Thuis maken haar ouders samen vooral heel veel ruzie. Carla’s oudere zus heeft het ouderlijk huis inmiddels met stille trom verlaten. In de koelkast hebben haar ouders voor Carla een eigen la gevuld met kant-en-klaar maaltijden en breezers. Deze goedgevulde la is typerend voor het gezinsleven. Geborgenheid zoekt Carla daarom maar bij haar vriendje Louis Claus en zijn ouders. En bij haar vriendinnen, met wie ze de grenzen van de pubertijd verkent. Maar het is schijnveiligheid die Carla vindt, ze voelt zich nergens echt thuis.
Later in het boek ontmoeten we de twintiger Carla, nog altijd een onzekere meid die hunkert naar liefde en geborgenheid en een potje maakt van haar leven. Relaties, werk, het is allemaal even moeilijk voor haar en haar leven wordt dan ook gekenmerkt door vele gestrande relaties, depressie en therapieën:
“Ik woon hier nu acht jaar en gebruik huizen van exen als referentiepunten voor het vinden van routes. En de praktijken van therapeuten die ik heb bezocht.”
Het aanbidden van Hugo Claus is een typische coming of age roman. Opgroeien in de pubertijd in een disfunctioneel gezin: wat doet het met een kind als ouders voornamelijk met zichzelf bezig zijn? De zoektocht naar geborgenheid en naar een eigen identiteit wordt in dit boek schrijnend weergegeven. Het idealiseren en verafgoden van anderen als een manier om je eigen identiteit vorm te geven is een belangrijk thema.
Eerst volgen we Carla in haar puberteit, met wat sprongetjes terug richting de kindertijd. Hierdoor heb je in het tweede deel meer achtergrondinformatie en dit maakt het makkelijker om haar gedrag als ze wat ouder is te begrijpen. Het is wel bijzonder, hoe de schrijfster midden in een bepaalde passage opeens naar een andere tijd, plaats of situatie springt. Het dwingt je als lezer zeker om bij de les te blijven. Het vele heen en weer springen past wel bij Carla’s instabiele gemoedstoestand.
Helena Hoogenboom heeft een creatieve, bondige en poëtische schrijfstijl:
"Altijd kleuren en beweging en mensen en zinnen. Altijd nadenken, voelen en registreren, interpreteren. Ik ben geen robot. Alles gebeurt tegelijkertijd, nee, tijd voorkomt dat alles tegelijkertijd gebeurt..."
De schrijnende situatie waarin Carla zich bevindt wordt overgoten met een sausje van schijnbare onverschilligheid. Hierdoor komt het verdriet van Carla misschien nog wel harder binnen. Emoties worden nauwelijks expliciet benoemd, en toch weet je als lezer precies hoe ze zich voelt. Hieraan dragen ook de vele rake dialogen en de beschrijvingen van de gebeurtenissen door de ogen van Carla bij:
“Heerlijk om hier zo met mijn volwassen dochter te zitten,’ zegt papa, en begint te vertellen over de darmkanker van Martine en hoe moeilijk dat is voor Gert.”
Ook gebruikt de schrijfster mooie, originele en soms geestige beeldspraak:
"als een lachend vulkaanlandschap dat me plaagduwtjes gaf".
Ogenschijnlijk is dit een boek wat gemakkelijk leest. Maar hiermee doe je het echt tekort. Tussen de regels door valt veel moois te ontdekken. Dit relatief dunne boek staat boordevol prachtige zinnen. Het is ook een boek dat zich door de gelaagdheid prima leent voor een leesclub. Al met al een erg mooi debuut van een getalenteerde schrijfster, van wie we hopelijk nog veel meer gaan horen!
4 sterren.