Lezersrecensie
Een goed en belangrijk boek voor de bovenbouw
'Alsof ze het onder de Japanners zo goed hadden,' zegt mama. 'Die waren pas echt erg.’
Het is 1948 als Jaap samen met zijn moeder zijn vader achterna reist. Jaaps vader heeft een hoge functie op een suikerplantage op Java. En hoewel Soekarno in ‘45 de onafhankelijkheid van Indonesië heeft uitgesproken, denken veel Nederlanders daar nog anders over. Jaap zijn vader is zo’n Nederlander. Hij denkt dat de ‘inlanders’ niet zonder de Nederlandse bezetter kunnen, hij blijft Indonesië ook steevast Nederlands-Indië noemen.
Jaap is blij om Amsterdam te verlaten. En als hij na een lange reis eenmaal op Java is aangekomen, geniet hij enorm van de rijke cultuur en natuur die het eiland te bieden heeft. Via dokter Quist (die achter zijn rug om dokter Communist wordt genoemd) hoort hij andere verhalen dan zijn vader hem verteld heeft. De Indonesiërs willen graag afhankelijk zijn. Pemoeda’s (wat letterlijk jeugd betekent) strijden voor de onafhankelijkheid van Indonesië en plegen aanvallen op de bezetter.
Jaap sluit vriendschap met Gus, een jongen met wie hij eigenlijk niet mag omgaan, omdat zijn moeder Indonesisch is. Hij ontdekt een magische plek in de buurt van zijn woning, waar een waringinboom staat.
‘De waringinboom is een heilige plek 𝘷oor de inlanders,' zegt hij (vader). 'Daar brengen ze elke avond offers in de hoop dat hun leven beter wordt. Zolang ze maar niet vijf keer per dag het werk stilleggen, vind ik alles best.’
Ook wordt Jaap verliefd op een meisje dat in de kampong woont. Hij leert meer over de bevolking door zijn omgang met de Indonesiërs en dokter Quist en trekt zijn vaders mening steeds meer in twijfel. Horen de Nederlanders eigenlijk wel op Java en in Indonesië te zijn?
Na het lezen van dit boek moest ik het even laten bezinken. Ik genoot enorm van het verhaal, de personages, de beschrijvingen van het eiland, de cultuur en de natuur, maar ik vond het ook enorm schrijnend. We leven in een tijd waarin het internationaal recht veelvuldig geschonden wordt. Als je dan in het nawoord leest dat de Verenigde Naties eraan te pas moesten komen om Indonesië daadwerkelijk te bevrijden van de bezetters en onafhankelijk te laten verklaren, dan kun je niet anders dan een vergelijking trekken met de huidige situatie in de wereld.
De bezetting van Indonesië door Nederland blijft een onderbelichte kant van de Nederlandse geschiedenis. Dat we er niet trots op zijn is logisch. Toch verdient deze geschiedenis een uitgebreide plek in de geschiedenisboeken en in de (kinder)literatuur. Dit maakt de lotus en de waringinboom een belangrijk boek. Een boek dat eigenlijk niet mag ontbreken in scholen en bibliotheken.
Jaap deed me zo nu en dan denken aan Arnold uit Oorlog zonder vrienden. Net als Arnold weet Jaap in het begin eigenlijk ook niet meer dan dat zijn ouders hem vertellen. Het gaat Jaaps ouders voor de wind, zijn vader heeft een goede baan en ze emigreren naar Java. Maar net zoals Arnold komt Jaap in contact met de mensen die lijden onder de strenge hand van de bezetter. Hij leert dat het verhaal dat zijn ouders hem altijd hebben voorgespiegeld, niet het verhaal van de Indonesiërs is.
De lotus en waringinboom is een verhaal dat alle aandacht verdient en hopelijk veel gelezen gaat worden. Een fijn en belangrijk boek voor de bovenbouw.