Lezersrecensie
Boeiend begin en einde, langzamer middenstuk
Wytske Versteeg schreef verschillende romans (o.a. Quarantaine, Boy en De Wezenlozen) en ontving in 2020 de Frank Kellendonkrprijs. Grime (2017) is haar meest recente roman. Het gaat over een complexe driehoeksverhouding tussen Michael, Nino en Suyin. Ze werken gezamenlijk aan een film. Obsessie, onbetrouwbaarheid, kunst en waanzin zijn centrale thema’s in deze roman. Er wordt gezinspeeld op een fatale gebeurtenis, wat is er aan de hand? En wie of wat is Grime? Langzaamaan ontstaat er antwoorden naarmate de roman vordert.
De roman begint heel sterk. De lezer wordt in het verhaal gezogen doordat er veel vragen ontstaan. Vage uitspraken maken de lezer nieuwsgierig. Tegelijkertijd weet de lezer ook dat je te maken krijgt met leugens en onbetrouwbare personages. Je wilt het mysterie ontrafelen en je vraagt je af wat er met Suyin en Michael is gebeurd. Het boek is opgedeeld is zes delen en in ieder deel staat een bepaalde ontwikkeling centraal: vriendschappen, relaties en hun tijd op Shelterwood (een elitaire kunstacademie). Het beeld omtrent de personages en de driehoeksverhouding wordt langzaamaan duidelijk. En daar zit ook meteen het minpunt aan het boek. In het begin werd ik echt nieuwsgierig, maar door zoveel bijzaken, herinneringen en een niet altijd duidelijke afwisseling van perspectief vond ik het boek soms wat te langdradig. Uiteraard is dit allemaal belangrijk om de personages neer te zetten, maar ik vond het wat te uitgebreid. Het laatste deel was dan wel weer bevredigend omdat je dan antwoord krijgt op de vragen die rijzen tijdens het lezen.
Wat Versteeg dan wel weer heel goed doet, is spelen in haar schrijfstijl met contrastwerking. Onder andere licht en donker, waarheid en leugens, liefde en afgunst, aantrekken en afstoten en nog veel meer. Bijvoorbeeld over motten wordt geschreven dat “ze simpelweg niet kunnen kiezen tussen licht en donker, dat ze worden aangetrokken door de lamp en – eenmaal in het licht – weer terug willen naar de verloren veiligheid van het duisternis dat ze nu niet langer kunnen vinden” (2017: 14). Prachtig! Verder speelt kunst (fotografie, filmkunst) een grote rol in deze roman. Versteeg maakt daarover interessante en mooie uitspraken. Ze zet de lezer tot nadenken door zinnen als “De camera dringt door tot diep onder de huid, maar net zoals in sprookjes komt de waarheid nooit zonder prijs” (2017: 224). Een zin die je een paar keer moet lezen voordat je hem begrijpt.
Samenvattend heeft de roman spannende elementen, maar het lukte mij niet om het boek in één keer uit te lezen door de vele details. Zonde, want Versteeg kan onwijs goed schrijven, blijkens uit haar contrastwerking en zinnen die tot nadenken zetten.