Lezersrecensie
Strijd tegen storm en waanzin
Een vader, zijn waanzinnige vrouw Nora en hun tweelingzonen Mario en Javier zijn de hoofdpersonen in “Ontij” dat zich in een Colombiaanse kustplaatsje afspeelt.
De vader is eigenaar van strandhotel Zeestrand en visser. Op een dag gaat hij met zijn zoons op zee vissen om de vangst aan zijn hotelgasten te kunnen serveren. Er dreigt storm, maar daar trekt de vader zich niets van aan. Andere vissers uit de omgeving raden het hem af, zelf gaan ze met dit weer de zee niet op. Volgens hen is het duidelijk dat de vader geen verstand heeft van het weer en de zee.
De zoons moeten mee of ze willen of niet. De vader vindt hen maar lapzwansen en scheldt veel op ze. De zoons haten hun vader. Dit wordt mede veroorzaakt door de manier waarop de vader hun moeder behandelt. Van haar houden ze wel veel.
Het boek beschrijft de gebeurtenissen van een etmaal, ’s morgens 6.00 uur tot de volgende dag 6.00 uur, met een slothoofdstuk een maand later.
Er lopen verschillende verhaallijnen door elkaar.
Enerzijds het verhaal van de vader en zijn zonen, afwisselend door elk van hen verteld.
Anderzijds het verhaal van de mensen die bij het strand achterblijven.
Aan boord van het schip loopt de spanning op. Vader en zoons worden steeds onvriendelijker tegen elkaar. Maar ook de zee wordt steeds grimmiger en alles dreigt mis te gaan als storm en onweer hen inhalen.
Aan wal komen verschillende gasten aan het woord. Zij vertellen over zichzelf, geven hun mening over vader en zoons, en over Nora. Ze hebben medelijden met haar of vinden haar gedrag lastig.
Ook Nora zelf is regelmatig aan het woord. In haar waanzin hoort zij stemmen, omschreven als een koor van profeten, ziet zij iemand die zij Carlota noemt, haar aartsvijand, die alle kwaad naar haar toestuurt.
De verhalen van de gasten hebben niet echt een toegevoegde waarde en doen afbreuk aan het stormachtige en heftige van de rest van het verhaal.
Bij de gesprekken in de boot voel je de spanning tussen vader en zoons. Hoe zij elkaar met woorden uitdagen, de bevelen van de vader, het commentaar van de broers. Alles werkt toe naar de climax, waar de broers het tegen elkaar op moeten nemen om in een innerlijke strijd een ethische keuze te maken als de vader overboord slaat.
De gedachtespinsels van Nora zijn angstaanjagend, de beschrijving van wat zij in haar waanzin ziet en voelt, is prachtig geschreven.
De verhalen op het schip en van Nora staan in schril contrast met het gangbare beeld van witte stranden, een stralende zon en vakantie. Het echte leven tegenover het gedroomde leven.
Waarom de vertaler ervoor gekozen heeft “heb” te schrijven waar het “heeft” moet zijn en “als” waar het “dan” moet zijn, is mij een raadsel. Het vermindert het leesplezier en doet afbreuk aan het verder poëtisch te noemen taalgebruik.
Tomás González (1950, Medellín) studeerde filosofie, was barman in een nachtclub in Bogotá, fietsenmaker in Miami, werkte in New York als journalist en vertaler. Hij keerde na twintig jaar terug naar Colombia. Zijn debuutroman “Eerst was er de zee” verscheen in 2016 in het Nederlands.