Lezersrecensie
Verdwalen als vorm van wijsheid.
De man die dacht dat hij dood was van Michiel Richards is een roman die zich niet laat haasten. Het boek wandelt, net als zijn hoofdpersoon, zonder duidelijke bestemming door de stad en door het leven, en juist daarin schuilt zijn kracht. De man die meent dat hij al gestorven is, beweegt zich door het verhaal met een zachte vanzelfsprekendheid: wie niets meer te verliezen denkt te hebben, kijkt anders, luistert aandachtiger en handelt met een bijna ontregelende mildheid.
Richards gebruikt dit uitgangspunt om een absurdistisch universum te scheppen waarin kleine ontmoetingen groot aanvoelen. De hoofdpersoon wil onthecht raken van het aardse door goede daden te verrichten, maar raakt paradoxaal genoeg steeds dieper verstrikt in de levens van anderen. Mensen zien in hem een wijze, een zonderling of een toevallige biechtvader, en projecteren hun verlangens en angsten op zijn stille aanwezigheid. De roman speelt subtiel met de vraag of wijsheid voortkomt uit inzicht, of juist uit verdwalen.
Wat dit boek bijzonder maakt, is de toon: vervreemdend zonder kil te worden, teder zonder sentimenteel te zijn. De familiegeschiedenis die langzaam zichtbaar wordt, meandert net zo grillig als de gedachten van de hoofdpersoon. Het absurde krijgt ruimte, maar wordt nooit gratuit; het dient steeds om iets menselijks bloot te leggen. Richards schrijft met een lichte hand, waarbij humor en melancholie elkaar voortdurend afwisselen.
De man die dacht dat hij dood was stelt geen makkelijke vragen en geeft al helemaal geen pasklare antwoorden. Maar misschien is dat precies de boodschap: soms kan alleen iemand die zelf verdwaald is, laten zien hoe je verder kunt lopen. Een stille, eigenzinnige roman die nog lang blijft rondwaren nadat de laatste bladzijde is omgeslagen.
Richards gebruikt dit uitgangspunt om een absurdistisch universum te scheppen waarin kleine ontmoetingen groot aanvoelen. De hoofdpersoon wil onthecht raken van het aardse door goede daden te verrichten, maar raakt paradoxaal genoeg steeds dieper verstrikt in de levens van anderen. Mensen zien in hem een wijze, een zonderling of een toevallige biechtvader, en projecteren hun verlangens en angsten op zijn stille aanwezigheid. De roman speelt subtiel met de vraag of wijsheid voortkomt uit inzicht, of juist uit verdwalen.
Wat dit boek bijzonder maakt, is de toon: vervreemdend zonder kil te worden, teder zonder sentimenteel te zijn. De familiegeschiedenis die langzaam zichtbaar wordt, meandert net zo grillig als de gedachten van de hoofdpersoon. Het absurde krijgt ruimte, maar wordt nooit gratuit; het dient steeds om iets menselijks bloot te leggen. Richards schrijft met een lichte hand, waarbij humor en melancholie elkaar voortdurend afwisselen.
De man die dacht dat hij dood was stelt geen makkelijke vragen en geeft al helemaal geen pasklare antwoorden. Maar misschien is dat precies de boodschap: soms kan alleen iemand die zelf verdwaald is, laten zien hoe je verder kunt lopen. Een stille, eigenzinnige roman die nog lang blijft rondwaren nadat de laatste bladzijde is omgeslagen.
1
Reageer op deze recensie
