Advertentie

In de literatuur - net zoals in alles - moet je voorzichtig omspringen met superlatieven. In deze corona-tijden krioelt het al gauw van de helden, in de sportwereld ontdekt men elke week een nieuwe Merckx , een tweede Cruyff, in de kunstwereld wordt er al te slordig gewoekerd met woorden als genie. Maar soms, tjà, dan kun je niet anders dan met grote woorden uitpakken. Daarom deze boude bewering: Jeroen Brouwers is zonder twijfel de allerbeste nog levende auteur in de Nederlandstalige literatuur. En met dit boek plaatst hij zichzelf op een eenzame hoogte. Het zich inleven in de voortduren meanderende geest van een 'cliënt' in een zorginstelling is wel al door andere schrijvers aangepakt, maar nooit als door Brouwers. Zijn unieke taalgebruik zorgt ervoor dat je als lezer meegezogen wordt in die immer voortrazende zinnen, versprekingen, vergeten namen, honderden vierletterwoorden, eindeloze neologismen, megalomane fantasieën.
Je leeft mee met die ouwe brombeer, je schudt af en toe je hoofd bij zoveel rauw cynisme, je krijgt medelijden met zijn gevangenschap, je lacht met zijn bittere opmerkingen. Het boek doet van alles met je, enkel verveling kan niet.
Ik heb ademloos tot het einde gelezen. En voor mezelf uitgemaakt: Brouwers is the greatest!

Enne ... een zorginstelling???? Nee, toch liever niet.

Reacties op: Er kan er maar één de grootste zijn

248
Cliënt E. Busken - Jeroen Brouwers
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners