Lezersrecensie
Te veel haast
Je zou het in zijn omvangrijke en veelzijdige oeuvre van thrillers, historische romans, toneel en boeken over zaken als zeilen, vissen, skiën en TV kijken haast over het hoofd zien, maar John Vermeulen is óók een sciencefictionschrijver. Misschien is hij dat zelfs wel op de eerste plaats. Sinds zijn debuut in de jaren zestig met sciencefiction voor de jeugd (“De vervloekte planeet”, 1961; “Onheil op Venus”, 1965 en “De stad zonder naam”, 1967) is hij steeds opnieuw bij dat genre teruggekeerd, soms door sciencefictionelementen in ander werk te verweven. Daardoor is Vermeulen in het Nederlandse taalgebied de enige sciencefictionschrijver van de afgelopen decennia.
Na het lijvige en heel leesbare “Ring van Eeuwigheid” uit 2002 is er nu Satans Oog. Het bevestigd dat sciencefiction voor Vermeulen een duurzame jeugdliefde is, waarin hij zich op speelse wijze beweegt in het gebied tussen jeugdliteratuur en sciencefiction voor volwassenen: een avonturenverhaal vol vaart en fantastische mogelijkheden, met personages die diepgang ontberen maar die binnen het kader van het verhaal acceptabel zijn. Het draagt misschien zelfs wel bij aan de sfeer van het verhaal, namelijk die van de sciencefiction uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw.
In “Ring van Eeuwigheid” combineerde Vermeulen sciencefiction en fantasy via twee werelden: sciencefiction in onze wereld en fantasy in een alternatieve, subatomaire wereld. De wisselwerking tussen die twee werelden vormde de belangrijkste spanningsboog. Datzelfde concept hanteert Vermeulen in “Satans Oog”. De sciencefiction van onze wereld die wordt bedreigd door een groot hemellichaam, een kleine rode ster, en waarin de mens al zijn technologie gebruikt om aan de catastrofe te ontsnappen. De fantasywereld van een toekomst waarin de mens is teruggevallen in een primitievere staat en radioactiviteit allerlei mutaties heeft veroorzaakt.
Bryon en Lara waren ingevroren, een enkele reis naar de toekomst. Daar ontwaken ze in een primitieve wereld, waarin ze op zoek gaan naar andere restanten van hun eigen tijd. Ze krijgen daarbij hulp van prins Jodyll van Nieuw Gevonden, ooit Newfoundland, die verwikkeld is in een strijd met de rebellen en op zoek is naar zijn ontvoerde zus, prinses Thirza. Hun omzwervingen in de sterk veranderde wereld, afgewisseld met de avonturen van Thirza, brengen hen in contact met magie en hekserij, met zwaardgevechten, maar ook met de restanten van onze techniek. Die gebeurtenissen worden gedoseerd afgewisseld met hun herinneringen, de gebeurtenissen in onze tijd die hebben geleid naar het moment waarop ze werden ingevroren en die hun onderlinge relatie bepaald.
Soms toont het verhaal iets te veel haast bij het schrijven, bijvoorbeeld in formuleringen als “de duurtijd van de bewusteloze perioden” of “verder zonder erg”. Sommige gebeurtenissen zijn ook onaannemelijk, zoals de wijze waarop de koning van Nieuw Gevonden door de rebellen wordt gedood, en ook op die momenten zou iets minder haast een betere, meer aannemelijke oplossing hebben geboden. Maar dat zijn smetjes op een verder vlot leesbaar, ontspannend verhaal.