Lezersrecensie

Het klopt niet, het is niet echt


Paul van Leeuwenkamp Paul van Leeuwenkamp
26 mrt 2020

(Deze bespreking verscheen eerder in het tijdschrift Fantastische Vertellingen nummer 51 – december 2019)

Jaren geleden begon ik samen met mijn dochter aan het bekijken van de televisieserie Dexter, een soort van detective-reeks met een seriemoordenaar in de hoofdrol. Na een paar afleveringen kantelde mijn twijfel naar een negatief oordeel en ook al ging daarmee de met mijn dochter gedeelde tijd verloren, ik haakte af. Tegenover mijn dochter, die natuurlijk vroeg naar het waarom, gaf ik opvoedkundig een onderbouwd oordeel: de slecht geacteerde personages waren gemaakt en onecht, het verhaal was bedacht, onaannemelijk, en de wijze waarop de gebeurtenissen in beeld werden gebracht, was flets, weinig sfeervol. De reactie van mijn dochter was even duidelijk: mijn oordeel was belachelijk, want de feiten spraken voor zich: er waren al vijf seizoenen gemaakt en men was bezig met de opnames van het zesde seizoen. Het was dus een commercieel succes en wereldwijd keken er tienduizenden, misschien wel honderdduizenden mensen naar. En dan wist ik het beter dan al die mensen? Kom op pa, wees eens een beetje realistisch. Tsja, de waarheid van een puberdochter is moeilijk te weerleggen.

Tweeleed van Django Mathijsen & Anaïd Haen, het vierde en dikste boek in de reeks De zwijgende Aarde, doet mij aan Dexter denken. De personages zijn gemaakt en onecht, de gebeurtenissen niet geloofwaardig, de wijze waarop de gebeurtenissen in beeld worden gebracht te flets, teveel verteld in plaats van ze daadwerkelijk te laten gebeuren. En wanneer ik dit opschrijf, hoor ik mijn dochter al: Kom op pa, wees eens een beetje realistisch! Die Django Mathijsen en die Anaïd Haen, die kunnen best wel schrijven, en die uitgever, die Polane, die weet heus wel waar hij mee bezig is, en ik lees de eerste reacties al op internet en die zijn allemaal positief.
En toch…

Vanaf het begin dacht ik bij het lezen: het klopt niet, het is niet echt. Die Arno en die Melissa, zo denken en reageren en voelen mensen niet? En hun relatie, ook al betreft het een moetje, de interactie… Een sloopingenieur of zo, maar wat dat is, wordt mij niet duidelijk. Melissa zou schilderes zijn, maar veel verder dan dat met termen als “postetherisme” kwalificeren als zweverige onzin komt het eigenlijk niet. Vroeger sprak men wel eens over personages van bordkarton, maar dat zegt zo weinig, onderbouw dat maar eens. Laat ik mij daarom beperken tot de constatering dat ik geen klik met deze personages had, en ook niet met de personages later in het verhaal, Esmée en Amber en … ja, dat is het wel zo’n beetje.
De geloofwaardigheid werd voor mij nog verder uitgehold door termen als “verkindtenis” en “vliegert”, die door sommigen als grappig of gevat zullen worden ervaren, maar die bij mij steeds hetzelfde gedachtestroompje op gang brachten, vooral de eerste: nee, dat is een term die niet zal ontstaan, wat zou het wel kunnen worden, iets engels, net zoals ‘app’, en zal een “verkindtenis” dan het huwelijk vervangen, hoe, nee, ik denk het niet.
En dan heb ik het nog niet eens over dat waar de roman over gaat: het schetsen van een toekomst, met Rotterdam als belangrijk decor, waarin de vraag in hoeverre wij de technologie die we ontwikkelen op onszelf kunnen/mogen toepassen zonder onze menselijkheid te verliezen, puren en gemodificeerden, en daarnaast de kernvraag voor de reeks De Zwijgende Aarde, waarom het contact met de Aarde wegvalt en er zo’n tien jaar geen communicatie met kolonies op de asteroïden en manen mogelijk is.
Het idee dat aan de strijd tussen puur en onpuur, niet of wel gemodificeerd ten grondslag ligt, is op zich wel interessant: wanneer je je lichaam met allerlei technische hulpmiddelen versterkt, heb je op de arbeidsmarkt een voordeel, en dus, om de marktwerking eerlijk te houden, krijgen zij die niet gemodificeerd zijn een basisinkomen, terwijl zij die wel gemodificeerd zijn, de “verbeterden”, dat niet krijgen, omdat ze met hun aanpassingen zoveel voordeel hebben dat ze wel voor zichzelf kunnen zorgen. Je herkent er de hedendaagse politiek in. En dat er dan verschillende groepen ontstaan, die elkaar met alle vooringenomenheid veroordelen, ja, ook dat is een reële mogelijkheid. En natuurlijk kan die situatie worden gecreëerd door de machthebbers, die er hun voordeel mee doen, want verdeel en heers, en brood en spelen, het zijn bekende strategieën. Maar breng die werkelijkheid dan wel tot leven! Hoe komen we van het heden, waarin we onszelf modificeren met brillen, lenzen, gehoorapparaten, stalen heupen en stalen knieën, in een toekomst waarin alle modificaties kunnen worden afgekeurd? Of gelden gehoorapparaten en stalen heupen niet tot die modificaties? Dat wordt mij niet eens duidelijk! En die strijd tussen puren en onpuren, hij voelt niet echt, lijkt bedacht, even onwerkelijk en onzinnig als een confrontatie tussen voorstanders en tegenstanders van Sinterklaas op een of andere Nederlandse snelweg. Dat de VAHA en de regering verantwoordelijk zijn voor deze maatschappelijke tweedeling wordt in woorden gesuggereerd, maar ook op dit niveau wordt niets getoond.
En dan het zwijgen van de Aarde. Tot bladzijde 168 is dat geen onderwerp in het verhaal. Dan ontploft het energieverdeelstation bij Rotterdam. “De tuigkoppen zijn de oorlog begonnen”, concludeert een van de personages, maar of dat zo is, wordt niet duidelijk. Er blijkt opeens één enkel energieverdeelstation voor de hele Aarde te zijn, Elvier genoemd, en die zou de oorzaak van de storing zijn. Maar of het bewust is veroorzaakt, of een ongeluk is, wordt niet duidelijk, alleen dat de storing totaal is en dat de “Zwijging” vanaf bladzijde 168 in sneltempo tot bladzijde 230 twee dagen, 6 jaar, 7 jaar, 8, 9 en 10 jaar duurt. Maar ik geloof het niet, dat één verdeelstation de hele Aarde tien jaar kan isoleren.
Wanneer ik als een schaker kijk naar de stelling die Django Mathijsen en Anaïd Haen mij voorschotelen, dringen een aantal strategische patronen zich op. Tien jaar zwijgen kan niet uitsluitend door een technisch mankement zijn veroorzaakt, er moeten mensen achter zitten. Die mensen komen blijkbaar uit de groep puren of uit de groep gemodificeerden. In de ruimte zal de druk om je te modificeren veel groter zijn dan op Aarde, dus het ligt het meest voor de hand dat de sabotage door puren wordt uitgevoerd. De gemodificeerden hebben er minder mee te winnen, en de puren hebben met afsluiten en isoleren de meeste schijnzekerheid te winnen. Het is echter onwaarschijnlijk dat een groep rebellen zulke essentiële infrastructuur kan vernielen, daar zijn machtige medestanders binnen de VAHA en/of de regering voor nodig. Maar wat hebben die mensen dan te winnen? En, uiteindelijk, hoe komt er een einde aan?
Om dit overtuigend tot leven te brengen, zijn verhaallijnen op diverse niveaus nodig, waarin personages echt tot leven komen. Naast de tweeling om de grens tussen puur en onpuur te verkennen (uitstekend vertrekpunt) ook personages in de top van de VAHA en/of de regering. En dan iemand in de organisatie van de puren. Deze personages moeten dan tot leven gebracht worden. Dat is het verhaal dat ik zie, het verhaal dat Django Mathijsen en Anaïd Haen niet vertellen. En het verhaal dat ze wel vertellen, overtuigt mij niet. Maar ik ben maar een gemiddelde clubschaker, dus wat s mijn beoordeling van de stelling waard?
Wel is het interessant om te constateren dat tweehonderddertig pagina’s proza een verhaal opdringen dat anders is dan het verhaal dat de auteurs vertellen, en dat het verhaal dat wel verteld wordt, mij maar niet kan overtuigen, Dat draagt in grote mate bij aan mijn voortdurende gevoel dat het niet klopt, dat het niet echt is.

Django Mathijsen en Anaïd Haen zijn twee ervaren verhalenschrijvers, zowel samenwerkend als op eigen kracht, hetgeen zich uit in de vlotte, heldere stijl. Tweeleed is hun eerste roman, en daarmee een historische gebeurtenis, maar een roman stelt nu eenmaal andere eisen, vooral ook voor wat betreft verdieping en nuancering. Wat in een verhaal kan werken, wordt in een roman flauw of oppervlakkig, gaat vervelen of zelfs irriteren. Dat is bij deze roman het geval.
Tweeleed had naar mijn gevoel het hart van de reeks De zwijgende Aarde moeten zijn. Het had de twee belangrijkste thema’s in de reeks moeten uitdiepen, het raamwerk voor het gemeenschappelijke universum moeten vormen. Dat is helaas niet gelukt. Sterker: omdat het zwijgen van de Aarde niet aannemelijk wordt gemaakt, ondermijnt het de reeks enigszins.

En toch adviseer ik alle liefhebbers van sciencefiction die boek te kopen en te lezen. De zwijgende Aarde is immers een historische reeks, die door ons allen ondersteund moet worden. En Django Mathijsen en Anaïd Haen zijn belangrijke spelers op het hedendaagse Nederlandstalige sciencefictiontoneel, waar iedere liefhebber kennis van moet nemen.

Reacties

Meer recensies van Paul van Leeuwenkamp

Boeken van dezelfde auteur