Lezersrecensie
Unieke historisch-filosofische fantasy
(Deze bespreking verscheen eerder in het tijdschrift Fantastische Vertellingen nummer 51 – december 2019)
De naderende Storm is het vervolg op De Zwarte Prins, het tweede deel van Malvil, Dat eerste deel moet je wel gelezen hebben om van de verwikkelingen in dit tweede deel ten volle te genieten, ondanks de lijst met personages en het “Wat voorafging in De Zwarte Prins”, aan het begin. Maar er is natuurlijk geen enkele reden waarom je dat eerste deel niet als eerste zou lezen. Sterker, dat heeft iedereen natuurlijk al gedaan, want het is een prachtig boek. Toch is een kort opfrissen van het geheugen welkom in de hedendaagse overvloed aan fantastische publicaties.
Een alternatieve maar herkenbare wereld, waarin de geschiedenis net iets anders is verlopen dan bij ons het geval is. Tussen de twee grootste machtsblokken, de Amerikaanse Republiek en het Arabische Triumviraat, bouwt zich een dreigende spanning op – onze VS, zo ongeveer, tegenover het Islamitisch machtsblok van Egypte, Saudi-Arabië en het Ottomaanse Rijk. De derde invloedsfeer is het Imperium Victoriana, dat wordt bestuurd vanuit de hoofdstad Malvil; maar dit Britse rijk is een wereldmacht op z’n retour.
In deze wereld is, zoals in het eerste deel werd verhaald, “de zwarte prins” geboren, de man die volgens Islamitische overleveringen een einde zal maken aan de bekende wereld, een einde aan God. Die zwarte prins blijkt Einstein te zijn, met zijn natuurkundige ideeën. De Arabieren willen deze godslasteraar liquideren, de Britten en Amerikanen willen hem gebruiken om een superwapen te maken.
Dit tweede deel begint in de zomer van 1899 in Schotland, waar Albert Einstein in het kasteel van professor David Urquart te gast is, bewaakt door hoofdinspecteur Coppertone van de Metropolitan Police van Malvil, detective sergeant Martha Holliday en het nichtje van Urquart, Rebecca. En het eindigt in de late zomer van datzelfde jaar bij monsieur Zenith, de intrigant die aan een vampier doet denken, wanneer zijn zieke zoon de laatste adem heeft uitgeblazen en er stilte heerst in het huis waar hij woont, met de volgende zinnen: “Maar die stilte heerste niet in het hoofd van Zenith. [] Terwijl hij in de kranten las dat [] woedde in zijn hoofd een storm die gelijke tred zou houden met de snelle ontwikkeling van de internationale politiek. De zwaarden werden gewet, de geweren ingevet, de kanonnen afgesteld en de legers in paraatheid gebracht. De storm die hij zopas boven Malvil had gezien, zou weldra de hele planeet bedekken.”
Om in een paar maanden te komen bij de storm die onafwendbaar lijkt, volgt Eekhaut de wederwaardigheden van diverse personen; verschillende verhaallijnen waarmee het verhaal voortdurend in beweging wordt gehouden, en die elkaar soms alleen maar raken in het feit dat ze bijdragen aan dezelfde ontwikkeling in de internationale politiek.
DCI Coppertone en zijn gezellen David Urquart en Martha Holliday, waarbij zich wat later ook Adriana Tengbergen aansluit, van Schotland naar New York naar New Orleans. De voorheen geheim agent Charles Babbington Taylor die naar Jeddah reist om zijn aangenomen dochter Ambrin te zoeken, en die uiteindelijk op de grens van Afghanistan en Pakistan terecht komt. En ondertussen de politieke machinaties in Malvil door de vreemde monsieur Zenith, door Henry Borrow, het hoofd van de Special Branche, en door prins Albert en kroonprins Edward. In Jeddah zien we de gebeurtenissen door de ogen van Maslamah Ibn Ahmad al-Majriti, de koninklijke astronoom die vooruitstrevender is, en Kolonel Al-Fulan van de religieuze politie.
De gebeurtenissen in het 1899 van de alternatieve wereld die Eekhaut ons schetst, die door de verschillende locaties en uiteenlopende personages breed worden neergezet, krijgt nog wat meer diepte door enkele terugblikken, namelijk die van Ambrin in 1880 en vooral Adriana Tengbergen, in 1880 en 1890, die haar brengen van New Orleans naar Malvil, van haar opgroeien naar haar lesbische relatie naar haar ontmoeting met Karl Marx.
Er zitten nog al wat technische slordigheidjes in het verhaal; plaatsen waar de gedachten sneller waren dan de vingers en er een woord is weggevallen, prins Edward die even Alfred heet, etcetera. Maar wanneer je accepteert dat er iets te weinig tijd aan redigeren is besteed en over de foutjes heen leest, blijft er een prachtig, dynamisch en zeer leesbaar verhaal. Want Eekhaut weet hoe hij een verhaal moet opbouwen en hij weet gebeurtenissen beeldend en sfeervol te beschrijven. Hij zet interessante personages overtuigend neer en weet hun interacties aansprekend te maken. En zijn alternatieve geschiedenissen blijven een uniek fenomeen in de Nederlandstalige literatuur, op de grens tussen literair en fantastiek, of nee, helemaal niet op de grens want het is literair én fantastiek.
Het mooie van die unieke historische filosofische fantasy die Guido Eekhaut al vanaf zijn eerste Orsenna-boek schrijft, is dus dat het op de eerste plaats gewoon spannend en kleurrijk is, maar dat ze je daarnaast of daarna tot nadenken, tot filosoferen brengt, je er toe brengt om onze eigen ‘werkelijke’ historie eens kritisch te bekijken, te relativeren. Is het echt zo dat wereldomvattende ontwikkelingen uiteindelijk worden bepaalt door de persoonlijke drijfveren van een handvol individuen? Was de storm van een Wereldoorlog echt onvermijdelijk? Ook wanneer Duitsland niet een bepalende machtsfactor was geweest?
Is Malvil een tweeluik, waarvan De naderende Storm het einde is? Dat zou best eens kunnen. Het verhaal van het ontstaan van een wereldoorlog is verteld, en al de verdere wederwaardigheden van de personages die daarbij een rol speelden, zijn daarvoor niet meer relevant. Eekhaut is een auteur die het daarbij kan laten, en de personages in een ander verhaal, in een andere context, weer ten tonele opvoert. De kwaliteit van zijn verhaal is zodanig, dat je dat als lezer accepteert, maar wel wat mopperend, want je wilt ook weten hoe het verder gaat met David Urquart, met DCI Coppertone en Martha Holliday, met Adriana Tengbergen, met monsieur Zenith.