Lezersrecensie
Vergeten schrijver
Irwin Shaw schreef ‘De Jonge Leeuwen’ kort na de Tweede Wereldoorlog (1948) waaraan hij zelf als soldaat in Europa had deelgenomen. De meeste recensenten hier op Hebban hebben de heruitgave van uitgeverij Nieuw Amsterdam uit 2015 gelezen. Ik bemachtigde onlangs bij de kringloop voor slechts één euro een exemplaar uit 1958 van Elsevier.
Uiteraard is de tekst dan wel enigszins gedateerd (bijvoorbeeld vacantie, jawel met een c), maar ik was daar snel aan gewend. Het boek voelde meteen als een warme jas. Shaw die in 1984 aan prostaatkanker overleed, is net als bijvoorbeeld Hemingway een ‘hele grote’, maar tegelijkertijd inmiddels een beetje een vergeten schrijver.
Ik maak er de laatste tijd een sport van allerlei klassiekers uit de vorige eeuw, die ik op de een of andere manier gemist heb, te gaan lezen. Soms mondt dat uit in een teleurstelling, maar in het beste geval kan het ook leiden tot een plezierige ontdekking, zoals met dit boek en deze auteur.
Wat een geweldig epos en wat een geweldige schrijver. Ik ga het verhaal, dat door anderen al uit de doeken is gedaan, niet nog een keer overdoen. Wel stel ik vast dat Shaw een wijdlopige, maar tegelijkertijd zeer plezierige schrijfstijl heeft.
Je kunt ook constateren dat hij veel elementen uit zijn eigen leven heeft gebruikt: Zoals gezegd diende hij in het Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog, evenals twee drie hoofdpersonen: Michael,een verveelde toneelregisseur uit New York en Noach, een eenzame Joodse jongen, wiens vader afkomstig uit Odessa op sterven ligt. Shaw schreef toneelstukken en was van Russisch joodse komaf. De derde hoofdpersoon, Christian, is een Oostenrijkse skileraar die uiteraard in het Duitse leger dient en de slechterik in het verhaal is.
Shaw oordeelt niet, maar beschrijft de goede en slechte kanten van bovengenoemd drietal en diept hun karakters goed uit. Soms heel indringend, maar vaak ook met humor zonder dat het dijenkletserig wordt. Mijn editie uit de jaren vijftig telt bijna 700 pagina’s, maar het wordt nooit saai. De plaatsen van handeling veranderen voortdurend: zo begint het boek in 1938 in een Oostenrijks skidorpje waar op oudejaarsavond de dorpelingen bezopen raken en hun ware aard tonen door het zingen van het Horst Wessellied, de officiële partijhymne van de nazi’s.
Voordat we in de oorlog belanden, introduceert Shaw ons eerst in de wufte en snobistische toneel- en filmwereld van New York en Hollywood, maar voert ons ook langs een Amerikaans militair opleidingskamp waar het antisemitisme hoogtij viert. Die Jodenhaat die hij aan de kaak stelt, kom je trouwens heel subtiel door het hele boek tegen.
De oorlog voert de drie hoofdpersonen afwisselend naar Parijs, Noord- Afrika, Italië en D-Day in Normandië. Het verhaal eindigt heel bizar: in en bij een concentratiekamp dat door de SS is verlaten. Vlakbij de Oostenrijkse grens en zo is het verhaal weer rond. Prachtig.