Lezersrecensie
Smullen
Door velen (bv. door Maarten ’t Hart) beschouwd als een hoogtepunt in de wereldliteratuur. Het boek stamt uit 1923 en bestaat uit de herinneringen van zijn leven die Zeno Cosini, een Italiaan van een eind in de 50 opschrijft op verzoek van zijn psychiater die met die gegevens van plan is met Zeno een psychoanalyse te starten om hem af te helpen van klachten die eigenlijk nergens duidelijk beschreven worden. Maar het boek lezend ontdek je dat Zeno in zijn leven geleden heeft aan vele, meest ingebeelde ziektes waarvan hij velerlei klachten had. Zoal hij zelf zei: je kunt beter een echte ziekte hebben, want daar kun je van genezen.
In het boek worden de wederwaardigheden van Zeno in de ik-vorm, dus uiterst subjectief beschreven. Hij is een handelsman in Triëst , zijn vader runt het bedrijf aanvankelijk, over zijn moeder horen we niets behalve dat zij al enige jaren dood is. Eerst gaat het over zijn rookverslaving, zijn steeds terugkerende laatste sigaret. Daarna over de dood van zijn vader die blijkbaar aan een hersentumor overlijdt en een vreselijke laatste fase doormaakt die door Zeno met redelijke compassie (overigens meer met zichzelf dan met zijn vader) wordt beschreven. Daarna neemt hij het bedrijf van zijn vader over waarbij hij zich, zoals ook zijn vader hem al adviseerde, zoveel mogelijk overal buiten houdt en de zaken laat regelen door zijn financiële man Olivi en later door diens zoon. Hijzelf brengt de dagen vooral in ledigheid door. In het volgende deel wordt aan het papier toevertrouwd hoe hij dan aan zijn huwelijkspartner is gekomen, de uiterst lelijke zus van de vrouw op wie hij wel verkikkerd was. Zijn gedragingen in zijn aanstaande schoonfamilie zijn eigenlijk stuitend, maar zijn aanstaande schoonvader is ook een handelsman en mede daarom en om de lelijkheid van het door hem gehuwde zusje wordt hij aanvaard. Tijdens zijn huwelijk zorgt hij er al snel voor de beschikking te krijgen over een aantrekkelijke maîtresse hetgeen in het volgende deel genoteerd wordt, natuurlijk inclusief alle drogredenen die zijn eigen (wan-)gedrag moeten verantwoorden. In het volgende deel beschrijft hij dan, inmiddels vader van twee kindertjes bij het lelijke eendje, hoe hij samen met zijn zwager, de man van de knappe zus, een compagnonschap opzet dat natuurlijk gedoemd is te mislukken, aangezien twee lapzwansen bij elkaar alleen maar ellende veroorzaken. Helaas is die ellende zo groot dat de zwager uiteindelijk (al of niet zo echt bedoeld) zelfmoord pleegt. De weduwe (eerder dus de zus die het knapste was van het stel) vertrekt met haar kinderen naar de familie van haar overleden man in Zuid-Amerika. Na dit verhaal vertelt Zeno de behandeling bij zijn psychiater te beëindigen omdat hij er niets van verwacht en omdat de dokter toch zijn diagnose al klaar heeft, namelijk dat al zijn problemen een gevolg zijn van een Oedipuscomplex. In het laatste deel van het boek vertelt Zeno waarom hij de samenwerking met de dokter staakt en laat de lezer en passant weten dat de oorlog is uitgebroken in Triëst.
Ìk ben het geheel met Maarten ’t Hart eens…. Heerlijk boek, ondanks de gedateerdheid smakelijk leesvoer dat een beetje een mengeling is van Elsschot en Rosenboom. Genieten.