Lezersrecensie
Een melancholisch roman over een vakantie aan zee
Twee weken weg is de eerste roman van auteur R.C. Sherriff, die voor het eerst werd gepubliceerd in 1931. De roman gaat over de jaarlijkse vakantie van de familie Stevens. Ze reizen per trein voor twee weken naar Bognor Regis, een badplaatsje aan de zuidkust van Engeland. Meneer Stevens is een kantoormedewerker van middelbare leeftijd, zijn vrouw is huisvrouw. Hun kinderen Dick en Mary zijn inmiddels volwassen en werken ook; Ernie, hun jongste zoon, is nog een schooljongen. In de vakantie gaan ze ieder jaar naar het zelfde pension, wat steeds verder aftakelt. De vakantie is minutieus voorbereid met een draaiboek met taken voor iedereen. Op de plaats van bestemming wordt een vaste dagindeling gevolgd en vastgehouden aan jaarlijkse tradities. Het zijn de enige twee weken in het jaar dat ze comfortabele kleding kunnen dragen en aan hun dagelijkse beslommeringen kunnen ontsnappen. Ieder personage leren we beter kennen door overdenkingen over hun leven, waar ze tijdens de vakantie met wat meer afstand naar kunnen kijken. Tevens beseffen ze dat dit wellicht de laatste vakantie met het hele gezin zal zijn en willen ze er extra van genieten.
Er gebeurt eigenlijk niet zo veel in deze roman en toch blijft het boeien. Het geeft een inkijkje in het leven van middenklasse mensen in de jaren dertig van de vorige eeuw. Enerzijds gaat het over een zomervakantie, anderzijds komt het leven thuis en op het werk aan bod. Ook spelen er af en toe klassenverschillen in door. Het geeft een charmant en nostalgisch tijdsbeeld. Zoals R.C. Sherriff in het voorwoord zegt: Pas toen ik hen werkelijk had leren kennen kon ik ontspannen met hen meelopen, zij aan zij. En dat is precies het gevoel wat de lezer krijgt, dat je twee weken lang met de familie Stevens meeloopt, zij aan zij.