Lezersrecensie
Een luchtige geschiedenis
Caro Verbeek (1980) is kunsthistoricus en geurwetenschapper. In 2021 promoveerde ze aan de VU Amsterdam op kunsthistorische geuren. Ze werkt als conservator bij het Kunstmuseum Den Haag en is betrokken bij het EU-onderzoeksprogramma ODEUROPA. Tijdens haar studie kunstgeschiedenis kwam Verbeek in aanraking met een enorme variëteit aan prachtige neuzen, zowel op doek als in steen.
Een kleine cultuurgeschiedenis van de (grote) neus neemt de lezer mee op een reis langs opvallende neuzen in de westerse kunst en cultuur. Van Michelangelo tot Rembrandt en van Barbie tot Lady Gaga. Verbeek laat zien dat ons schoonheidsideaal niet altijd hetzelfde is geweest en dat in veel portretten markante neuzen juist extra aangezet werden door de kunstenaar, omdat de neus werd gezien als een indicator van intellect, moed, karakter en status.
“De fikse neus werd dus aardig onder de duim gehouden. Maar vooral die van de vrouw werd het zwijgen opgelegd. Dit is behalve ingegeven door reclames, een erfenis van de negentiende-eeuwse idee dat vrouwen nauwelijks karakter zouden hebben.”
Verbeek geeft een interessant inkijkje in de geschiedenis van (de wetenschap rondom) de neus, met als uitgangspunt de westerse kunst- en cultuurgeschiedenis. De auteur pretendeert nergens een compleet overzicht te geven of dé antwoorden te hebben. Een kleine cultuurgeschiedenis van de (grote) neus is dan ook geen wetenschappelijk werk maar een zeer vermakelijk informatief boek voor iedereen die geïnteresseerd is in neuzen, maar zeker ook voor iedereen die geïnteresseerd is in kunstgeschiedenis en schoonheidsidealen.
De verschillende korte hoofdstukken die deels chronologisch en deels thematisch zijn gerangschikt lezen zeer snel en de vele afbeeldingen maken de uitleg van Verbeek zeer toegankelijk. De auteur wijst de lezer op bestaande vooroordelen en legt op een simpele manier uit hoe deze ooit in het leven zijn geroepen en zich verder ontwikkeld hebben. Van de gelaatkunde in de klassieke oudheid, tot de nasotheek en van denastatio tot frenologie, Verbeek maakt het met haar humoristische analyses en interessante vergelijkingen met het heden behapbaar.
“Gelukkig wordt verscheidenheid tegenwoordig steeds meer geaccepteerd en uitgedragen. En dat betekent dat ook non-normatieve neusvormen niet meer worden geschuwd door mainstream media.”
Er is hoop voor de grote haakneus, die vroeger vooral een teken van intelligentie was maar tegenwoordig, zeker bij vrouwen, als lelijk wordt beschouwd. Een kleine cultuurgeschiedenis van de (grote) neus is naast een interessant naslagwerk – met veel verwijzingen naar onderzoeken en andere literatuur – ook vooral een ode aan de (grote) neus in al zijn vormen en facetten.
Een prachtig vormgegeven en uitgevoerd boek over een niet voor de hand liggend, maar daarmee zeker niet minder interessant onderwerp. Het bestuderen van (afgebeelde) neuzen én het toevoegen van het geurelement aan de kunstgeschiedenis opent nieuwe werelden.