Lezersrecensie
Kracht en verlies van familiebanden
Laura McVeigh groeide op in Noord-Ierland en was voordat ze schrijver werd directeur van onder andere PEN International en de Global Girls Fund. McVeigh vindt dat je als schrijver en als lezer niet alleen moet lezen en schrijven wat je al weet, maar je vooral ook moet inleven in zaken die minder vanzelfsprekend voor je zijn. Je inlevingsvermogen moet je uit je comfort zone halen en dat is precies wat ze met haar eigen debuutroman gedaan heeft.
McVeigh schrijft in Het huis met de Judasboom namelijk over de vijftienjarige Afsana die samen met haar familie haar huis in Kaboel moet verlaten, omdat de taliban er met steeds wredere hand regeert. Ze ontvluchten hun land en Afsana vertelt het verhaal van haar familie, waardoor stap voor stap steeds meer familiegeheimen aan het licht komen.
In het begin is Het huis met de Judasboom een langdradig verhaal, met veel details en uitweidingen over de verschillende personages. Naarmate het heden en het verhaal dat Afsana over haar familiegeschiedenis en recente verleden vertelt elkaar sneller afwisselen, wordt de roman minder statisch en leesbaarder. McVeigh slaagt erin om twee verhaallijnen naast elkaar te zetten die onmogelijk met elkaar te verenigen lijken, maar dit houdt het boek ook spannend en interessant. De uiteindelijke ontknoping is doordringend, hartverwarmend en hoopvol, ondanks de verschrikkelijke omstandigheden.
Het huis met de Judasboom geeft namelijk inzicht in een gezinsleven dat zich midden in de ban van de taliban bevindt en weet dit ook nog eens vanuit een jong perspectief te brengen:
“Daar ergens kwamen de taliban dichterbij, met hun haat en hun angst zaaien. Ze kunnen me nu niets doen, niet hier, dacht ik. En dus vervloekte ik ze: omdat ze me verboden hadden te leren, omdat ze een breuk hadden veroorzaakt in mijn familie, omdat ze gezorgd hadden dat Omar was vertrokken en dat Javad zich tegen ons keerde, omdat ze Masha en Nazarine hadden vermoord. Ik vervloekte ze omdat ze alles wat ze aanraakten angstaanjagend maakten.”
Afsana beschrijft hoe het is om ineens niks meer te mogen in je eigen land, om vrienden vermoord te zien worden en alles achter te moeten laten. De familie van Afsana laat zien dat er drie opties zijn; strijden tegen de taliban (haar oudste broer Omar), meedoen met de taliban (haar oudere broer Javad) of vluchten (de rest van het gezin).
McVeight geeft ook geloofwaardig en op een menselijke manier inzicht in hoe het is om alleen achter te blijven in een vluchtelingenkamp. Al met al is haar debuut een erg geëngageerde roman die vertelt over de oorlog, de vluchtelingencrisis en tegelijkertijd gaat over de kracht van familiebanden en hoop. McVeigh laat aan de hand van de jonge Afsana zien dat mensen meer veerkracht en overlevingsdrang bezitten dan vaak gedacht wordt, maar op sommige punten verliest het verhaal daardoor enige geloofwaardigheid. Bijvoorbeeld wanneer Afsana in haar eentje besluit om vanuit het vluchtelingenkamp in Pakistan terug te lopen naar haar oude huis in Kaboel, het huis met de Judasboom, en daar ook nog eens levend aankomt.
Hoewel het boek dus niet op alle punten even geslaagd is, gaat er zeker een sterke boodschap uit van het verhaal dat McVeigh vertelt en is Het huis met de Judasboom zeker een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de (recente) geschiedenis van Afghanistan, of iets wil leren over wat het betekent om te vluchten voor je leven en daarvoor alles achter en in de steek te laten.