Lezersrecensie
Een negatieve kunstgeschiedenis
Dr. Noah Charney (1979) is een Amerikaanse kunsthistoricus en romanschrijver. Zijn werk werd vertaald in veel verschillende talen en werd genomineerd voor verschillende prijzen. Charney is hoogleraar kunstgeschiedenis met een specialisme op het gebied van kunstcriminaliteit en de oprichter van de Association for Research into Crimes against Art. Zijn roman The Art Thief is een mysterieroman over een reeks diefstallen in Europese musea en kerken en zijn nieuwste boek The Devil in the Gallery verschijnt in september 2021 bij Rowman & Littlefield.
In The Devil in the Gallery gaat Charney op zoek naar het antwoord op de vraag in hoeverre schok, schandaal en rivaliteit de kunstwereld hebben gemaakt tot wat hij vandaag de dag is. Aan de hand van vele verhalen en case studies, van Caravaggio tot Duchamp en van Picasso tot Banksy onderzoekt Charney schokkende kunstwerken, schandalen in de kunstwereld en rivaliteit tussen kunstenaars en kunstinstellingen.
“Art history without scandal, shock, and rivalry would have evolved far more slowly and less expansively. It would have come to the attention of a far narrower public. It would have been primarily decorative and constant, rarely if ever wild or edgy. Art would be a tamed beast. And so we have three negatives to thank for the positive, feral creature that is great art.”
Charney laat zien dat schok, schandaal en rivaliteit in de kunstwereld vaak een andere uitwerking hebben dan elders. Van kunstenaars hebben we andere verwachtingen dan van politici, wat volgens de auteur verklaart waarom schandalen rondom ieder ander persoon een negatief effect hebben op geloofwaardigheid en reputatie, maar dat ze bij kunstenaars niet alleen een positief effect hebben op de reputatie (en daarmee de waarde) van een kunstenaar, maar zelfs vaak bijdraagt aan de ontwikkeling en het verloop van de gehele kunstgeschiedenis.
Het blijft een interessante en lastig balans tussen kunst en vandalisem, tussen kunst en activisme, tussen kunst en terrorisme en alles daar tussenin. Uiteindelijk concludeert Charney dat schandaal, schok en rivaliteit uiteindelijk uitermate gunstig zijn geweest voor de ontwikkeling van kunst en het verloop van de kunstgeschiedenis tot aan vandaag de dag.
De grenzen tussen schandaal en schok zijn flinterdun, soms is het onderscheid dat de auteur probeert te maken tussen de twee wat gekunsteld of zoals hij zelf stelt, puur academisch van aard. Deze academische discussie en soms ook voorzichtigheid in formulering haalt de vaart uit de vaak interessante en soms ook smeuïge anekdotes die Charney aanhaalt om zijn hypothese te onderbouwen.
Het boek beslaat de gehele kunstgeschiedenis op thematische (en niet-chronologische) wijze, zo komen in het hoofdstuk over rivaliteit zowel de rivaliteit tussen kunstenaars onderling, als die tussen opdrachtgevers en later ook galerieën en veilinghuizen als Sotheby’s en Christie’s aan bod. Maar ook de rivaliteit tussen kunstverzamelaars en musea, tussen verschillende landen waar het gestolen kunst betreft of tussen de kunstenaar en het regime waarin deze leeft aan bod.
The Devil in the Gallery is een toegankelijk boek over kunst, met prachtige afbeeldingen en een prettige lay-out. De auteur valt een aantal keer in herhaling waardoor het geheel wat minder vlot leest maar het boek is de moeite waard. Het gaat te ver om het een alternatieve kunstgeschiedenis te noemen, maar het biedt de lezer zeker een alternatieve kijk op de kunst en een andere manier van kijken naar de ontwikkelingen die in de kunstwereld leidend zijn geweest.
- Met veel dank aan de uitgeverij voor het beschikbaar stellen van een ARC voor deze recensie via Edelweiss+