Lezersrecensie
Een herkenbaar portret van een generatie
Jonathan Griffioen was finalist van Write Now! 2012 en halvefinalist van de NK Poetry Slam 2015. Zijn gedichten werden eerder onder andere gepubliceerd op De Optimist en De Contrabas. De debuutbundel Wijk verscheen afgelopen maand bij Lebowski Publishers. Het is een herkenbare en toegankelijke bundel, ook voor de poëzieleek.
In ‘Wijk’ zien we het portret van een jeugd, of beter gezegd een generatie. De strofische gedichten kunnen los van elkaar gelezen worden, maar vormen samen ook een verhaal op zich. Het verhaal van een generatie waarin iedereen maar wat rondhangt zonder te weten waar het heen moet met de wereld: ‘voor mijn achttiende verjaardag huren mijn ouders / een kleine zaal af. iets worden doe je buitenshuis.’
Verhaal
Ook zonder een expert op het gebied van poëzie te zijn of je bij elke regel af te vragen wat de onderliggende gedachte is, is ‘Wijk’ een begrijpelijke bundel. Het gaat over een jeugd in Wijk. Griffioen geeft een kijkje in het dagelijks leven van deze jeugd, de sfeer is humoristisch en wanhopig tegelijk. De verhalende gedichten lezen prettig en zijn toegankelijk. ‘We zijn liefdesliedjes zat. we willen schreeuwen / over onze twijfels en onze woede – ja hoofdpijn vooral, / slaaptekort, / maar in de bushalte komen stoppels door terwijl we wachten.’
Herkenbaar
De gedichten zitten vol herkenbare elementen en interessante metaforen. Korte strofes waarin de nadruk vaak op het laatste woord komt te liggen doordat de zin over de regel doorloopt zorgen voor een prettig ritme dat vlot doorleest. De relatie tussen jeugd en buitenwereld staat centraal en Griffioen weet deze op pakkende en troosteloze manier te vangen. Onbegrepen zielen en vriendschappen die gedoemd zijn te verliezen: ‘ze lijkt te wennen aan het ontbrekende antwoord, / schaart het in telefoongesprekken onder hormonen.’
De ‘pauzegedichten’ in zijn bundel staan los van de rest. Ze zijn korter en hebben een ander karakter, maar vormen tegelijkertijd slimme bruggetjes naar dat wat volgt. Ze smeden de bundel tot één verhaal. Dat geheel en de manier waarop de afzonderlijke gedichten daar stuk voor stuk perfect inpassen, zonder hun individuele kracht te verliezen, is wat deze bundel zo bijzonder maakt.
[Deze recensie verscheen eerder (2015) op CLEEFT]