Advertentie
    Inge Deutekom Hebban Recensent

“Het Keizerrijk Oostenrijk bestond niet meer. Het nazisme was niet onze redding geworden. En ook al was het fascisme verleden tijd, wij zouden niet meer dezelfden zijn als voorheen.”


Na drie eerdere romans kwam de grote doorbraak voor Marco Balzano (1978) met Resto qui, of wel Ik blijf hier, in het Nederlands vertaald door Edwin Krijgsman. Historische feiten over hoe het bergdorpje Curon in Zuid-Tirol werd verzwolgen door de geschiedenis, zijn vermengd met fictie. Curon lag vlakbij de grens met Italië en Zwitserland. Toen de fascisten van Mussolini het dorp inlijfden, werd de Duitse taal verboden en werden alle overheidsposten bezet door Italianen, die ter plekke een stuwdam wilden bouwen. De oorlog met Duitsland kwam ertussen en spleet zowel het dorp als families, van wie sommigen dachten dat ze in Duitsland beter af zouden zijn, maar velen naar het front werden gestuurd.

Het perspectief in deze roman ligt bij de onderwijzeres Trina, een van de weinigen in het dorp die kan lezen en schrijven. Na het behalen van haar diploma kan ze haar beroep niet uitoefenen, omdat er in het Italiaans lesgegeven dient te worden. Ze trouwt met boer Erich, krijgt twee kinderen en wordt door haar doortastende moeder aan het werk gehouden. Die vindt haar besluiteloos en zegt vaak dat ze niet moet afdwalen, maar haar ogen naar voren moet richten. Anders had God wel ogen aan de zijkant gegeven.

Er wordt niet veel gepraat in het gezin. Erich is een harde werker en het leven wordt bepaald door het ritme van de natuur. Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vluchten ze de bergen in en worden gedwongen te doden uit zelfbescherming. Na een barre periode in sneeuw en vrieskou kunnen ze in 1945 de berg afdalen en terugkeren, maar hoewel ze ogenschijnlijk hun oude leven kunnen oppakken, is er veel veranderd in Curon. De jonge mensen keren niet meer terug en het werk aan de stuwdam wordt hervat. Ze doen nog pogingen om zich te verzetten door protestacties en brieven, maar staan machteloos tegen de arrogantie van bedrijf en overheid.

“Het waren net mollen. Ze laadden buizen, zakken mortel en schoppen af, en het was een voortdurend komen en gaan van vrachtwagens, bulldozers en graafmachines, die op monsters leken. In het dak hoorde je het getingel van de koebellen en het ruisen van het gras niet meer. Het lawaai van vrachtwagens en tractoren met rupsbanden had de stilte vermoord.”


Naast deze tragedie die een heel dorp treft, is er ook een stil verdriet binnen het gezin. Eerst vertrekt de jongste met familie weg uit het dorp, vervolgens laat de oudste zich in met de nazi’s. Dat wordt niet breed uitgemeten, maar zit onder de huid. In sobere zinnen en korte hoofdstukken richt Trina zich tot haar dochter, om voor haar op te schrijven wat ze meemaakt, in de hoop dat ze haar ooit terug zal zien. De ik- en jij- vorm versterken de illusie van echtheid en maken het gemakkelijk voor de lezer om zich in te leven in de hoop, moed en illusies aan de ene kant, maar ook de onzekerheid, angst en desillusies.

De roman leest prettig door de eenvoudige taal en vertelstructuur. De emoties liggen er niet dik bovenop, maar worden voelbaar beschreven. Herkenbaar is de onmacht van de eenvoudige mensen tegenover de meedogenloze machinerie, die is ingegeven door economische motieven, al blijkt de uiteindelijke opbrengst gering. Dat maakt dit verhaal uiterst actueel. Denk alleen al aan de gasboringen in Groningen…

Reacties op: Alsof er geen verleden heeft bestaan

34
Ik blijf hier - Marco Balzano
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 19,99 Bestel het e-book € 11,99
E-book prijsvergelijker