Advertentie

Niet veel mensen weten dat er een Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam heeft gestaan, een megalomaan, schitterend en onmogelijk gebouw met een enorme glazen koepel. Gedurende 65 jaar, van 1864 tot 1929, domineerde het Volkspaleis de stad. Het stond aan het Frederiksplein, op de kop van de Utrechtsestraat, op de plek waar nu de Nederlandse Bank staat.

De boeken die de afgelopen 90 jaar verschenen over het Paleis voor Volksvlijt zijn op een hand te tellen. In 1947 verscheen de non-fictieve roman, Paviljoen van Glas van M. Revis (een alleraardigst verhaal, een mooie mix van feit en fictie).
Het Paleis voor Volksvlijt, door J.C. Polak - van ’t Kruys, verscheen in 1991, en Het paleis in de verbeelding, met veel foto’s en tekst van Rudy Kousbroek, is uit 1990.
Daarnaast werd in 1961 een dichtbundel Weg/Verdwenen over het Paleis en de Galerij van Gerrit Kouwenaar, gepubliceerd.
Gabri van Tussenbroek voegt negentig jaar na de grote brand in 1929 aan dit magere lijstje het non-fictie boek toe: IJzeren ambitie, het Paleis voor Volksvlijt en de opkomst van de Nederlandse industrie.

In twee delen, voor de bouw en na de bouw, gaat Van Tussenbroek volgens acht verhelderende hoofdstukken (De inspiratie, De vereniging, Het materiaal, De bouw, De voltooiing, Het paleis, De brand en De plek) op luchtige toon in op de feiten die speelden rond het Paleis voor Volkspaleis. Samuel Sarphati, (Amsterdam, 1813- 1866) Joods arts, chemicus en weldoener bezocht in de zomer van 1851 in Londen The Great Exhibition of the Industry of all Nations, deze wereldtentoonstelling werd gehouden in het onovertroffen Crystal Palace. Sarphati was meteen geïnspireerd door dit magnifieke gebouw van ijzer en glas.

Amsterdam ontbeerde een tentoonstellingsgebouw van grootse allure; een gebouw waar de Nederlandse industrie en nijverheid een platform kon krijgen om zijn innovaties te presenteren. Sarphati, hield zich graag bezig met een ‘project’ en had veel invloed op de ontwikkeling van onderwijs, volksgezondheid (vuilnisophaaldienst en broodfabrieken) en de stedenbouw van Amsterdam halverwege de 19e eeuw. Gedreven begon hij in de jaren vijftig aan de realisering van een nieuw project voor industrie en nijverheid: het Paleis voor Volksvlijt, een gebouw dat een sociaal karakter moest hebben voor iedereen. Met enkele andere industriëlen, zoals bierbrouwer Heineken de bankier Wertheim riep hij de Vereeniging voor Volksvlijt in het leven. Men schreef een wedstrijd uit, en na enig gekonkel kwam er een ontwerp voor een tentoonstellingsgebouw van architect Outshoorn. Vervolgens raakten de prestigieuze plannen verstrikt in bureaucratie, vriendjespolitiek en corruptie. Men gaf aandelen uit om geld te vergaren voor de bouw. Binnen een dag was er een miljoen gulden binnen, voldoende voor de bouw van het Paleis, dacht men, en de uitgifte werd gesloten. Hadden ze dat toen maar niet gedaan. Op de uiteindelijke realisatie van het gebouw miste men een half miljoen op de begroting. Dat begrotingstekort bleef voortaan het hete hangijzer om de nek van het Paleis. Er was nooit genoeg geld om het onderhoudsgevoelige Paleis voor Volksvlijt naar behoren te exploiteren. Sarphati zelf stierf in 1866, twee jaar na de opening. Het Paleis voor Volksvlijt verloor zijn schepper en motivator en was voortaan overgeleverd aan een lange reeks van directeuren en meer of minder malafide geldschieters.

Het Paleis voor Volksvlijt was een onmogelijk gebouw, eigenlijk te klein voor zijn doel, het had een slechte akoestiek, het tochtte er altijd, en het was zeer onderhoudsgevoelig. Toch had de Amsterdammer geen weet van de geldzorgen. Het Paleis was geliefd bij jong en oud. In de 65 jaar dat het tentoonstellingsgebouw dienst deed werden er duizenden tentoonstellingen gehouden, tuinbouw-, planten-, rijwiel- en automobiel-, bakkers-, drukkers-, koloniale tentoonstellingen enzovoort. Er kwamen theater- en toneelzalen, een Paleiscafé, er was een rolschaatsbaan (slechts een jaar) er werden opera’s en toneelvoorstellingen opgevoerd, er werden grote (gemaskerde) feesten en politieke bijeenkomsten gehouden voor iedereen, zolang het maar geld in het laatje bracht.

In de hoop om meer mensen naar die kant van de stad te brengen werd er in 1883 naast het Paleis de sjieke U-vormige Winkelgalerij gebouwd met vijftig winkelruimtes en een binnentuin. Helaas ook nu weer kwam het Paleis niet uit de rode cijfers en bleef de Kalverstraat een geduchte concurrent.

In de nacht van 17 op 18 april werd het gebouw in 1929 door een alles verzengende brand in de as gelegd onder toeziend oog van duizenden toeschouwers. Vervolgens bleef er vele jaren een gapend gat in de stad, alleen de winkelgalerij bleef nog gespaard. Er werd opnieuw gekissebist door gemeente en instanties over de nieuwe bestemming. In 1961 verscheen de Nederlandse bank, een gebouw van de architect Duintjer dat veel kritiek ondervond en nog steeds krijgt. Sinds jaar en dag maakt een groepje kunstenaars en politici zich sterk om het Paleis voor Volksvlijt te herbouwen, maar daar is het laatste woord nog niet over gezegd.

Van Tussenbroek heeft met dit boek een belangrijk gebouw, dat 65 jaar lang geliefd en verguisd was, een gezicht gegeven. Het boek gaat in op de bouw, het vernieuwende gebruik van ijzer (smeedijzer en gietijzer afkomstig uit Engeland), de financiële tegenslagen, bureaucratie met de gemeente, kortom al het wel en wee rond het Volkspaleis. Er is minder aandacht voor het gebruik, de tentoonstellingen, de opera’s en de toneelvoorstellingen. Aan het beroemde Cavaillé-Coll-orgel dat voor de brand verkocht werd aan het Haarlemse concertgebouw, of de eigen gasinstallatie die al in de jaren zeventig van de negentiende eeuw in de tuin was gebouwd om het Paleis te verlichten, worden weinig woorden besteed. Het Paleis zou al in 1891 voorzien zijn van een telefoon met nummer 228. In 1894 kwam er elektrisch licht, terwijl dat in de jaren tachtig pas voorzichtig werd toegepast als buitenverlichting. Details die nog wel wat aandacht hadden mogen krijgen wat mij betreft.

Prof.dr. Gabri van Tussenbroek is bouwhistoricus van Amsterdam en hoogleraar Stedelijke identiteit en monumenten. Hij houdt zich bezig met de vraag wat we van de historische stad zouden moeten behouden en transformeren, om zo bij te kunnen dragen aan een evenwichtige groei van de stad, aantrekkelijk voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Hij doet onderzoek naar de materiële verschijningsvorm van het bouwen in het verleden, als uitdrukking van demografische ontwikkelingen, ambitie, conjunctuur, rampen, technische innovaties en slijtage.
In dat kader is deze publicatie over het Paleis voor Volksvlijt een toegankelijk en belangrijk onderzoek om te leren van eerder gemaakte fouten en om het belang van een gemeenschapsgebouw met grote allure een waardige plaats te geven in het straatbeeld van Amsterdam.

Reacties op: Het Paleis voor Volksvlijt - een lovenswaardig streven in een onmogelijke verpakking

2
IJzeren ambitie - Gabri van Tussenbroek
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Bestel dit boek bij Libris.nl Bestel het boek vanaf € 19,99
E-book prijsvergelijker