Lezersrecensie
Buitenland, een ode aan het reizen
De bank staat in de zon, de schaduwen verplaatsen zich en dit heeft iets van een langzame reis.
Andrzej Stasiuk
Als iemand buitenland zegt, denk je waarschijnlijk in de eerste plaats aan vakantie. Ik in ieder geval wel. Buitenland is dat pleintje in een dorpje, aan de ene kant de kerk waarachter een schilderachtige begraafplaats. De geschiedenis van het dorp is te lezen op de grafstenen. Voor de mijlpalen is er een monument. Voor de gevallenen. In de eerste wereldoorlog. In de tweede wereldoorlog. En straks voor de gevallenen in de pandemie. Aan de andere kant van het plein de bakker, de slager, de groenteboer. De kroeg in de hoek. Op het terras een capucino en een koffiekoek. Die heet hier geen koffiekoek, maar heeft een naam die je niet kunt onthouden en daarom wijs je hem elke morgen maar aan. Een beetje dom grijnzend, dat weet je zelf ook wel. Een kleine smet op je trots en op je vakantie. Temeer omdat je achter de glimlach van de ober meer spot dan vriendelijkheid meent te ontwaren. Het blijven buitenlanders. En jij slaat je Telegraaf open. Hoe het thuis is heb je gisteren al tien, twintig, dertig keer op je smartphone gezien. En toch klaag je tegen vrouw en kinderen dat het nieuws in de Telegraaf oud is. En hoop je dat het er regent, of op zijn minst bewolkt.
De Telegraaf, als je een beetje op tijd bent vind je hem nog bij de krantenboer, annex sigarettenboer, annex boekenwinkel, annex winkel van sinkel naast de kroeg. Kaartjes hebben ze er ook.
De lucht is blauw, op de kaartjes en in het echt. Vandaag, gisteren, eergisteren, morgen, overmorgen.
De bundel “Buitenland” van Miriam Van hee is een ode, een ode aan het buitenland maar meer nog een ode aan het reizen. Reizen is op zoek zijn, en zo is op zoek zijn, elke vorm van op zoek zijn, een reis. Ver hoef je er eigenlijk niet voor te gaan: ga op zoek naar jezelf, kijk in je binnenste en je bent al op reis.
je dacht aan je kinderen en aan het wonder
van hun geboorte maar je wende eraan en
was het dan eigenlijk nog wel een wonder?
hoeveel groter was dan niet de dood?
(uit “gedachten in het luchtruim”)
“Buitenland” van Van hee is een beetje als het winkeltje naast de kroeg op het door mij beschreven pleintje (Op vrijdagmorgen is het er trouwens markt. Had ik dat al verteld?) en haar gedichten zijn de kaartjes in het rek. Het zijn gewone tafereeltjes, vertrouwd bijna. Maar als je ze na één keer draaien weer voorbij ziet komen zie je dingen die de eerste keer niet gezien had. Neem er een uit, en haar woorden zetten je gedachten in beweging en hebben al snel niet meer genoeg aan de precies afgemeten rechthoek van de ansichtkaart. Ik geloof dat Miriam Van hee’s grote gave is: lage drempels, het toegankelijk maken van haar gedichten dankzij een een schier eenvoudige tekst en struktuur. Maar je tegelijkertijd betoveren met een aanstekelijk ritme en zorgvuldig gestructureerde doorkijkjes waar je niet aan voorbij wil en kan gaan.
beuken
1
je zou van elke dag iets
moeten overhouden, vandaag misschien
het beeld van beukenstammen, zoals ze
langs de weg gestapeld lagen en je
hun binnenste kon zien dat leek
op het vruchtvlees van pompoenen
of de plek waar ze onder
een dunne sneeuwlaag stonden,
wat iemand zei, bijvoorbeeld,
dat het naar prinsessen rook
en iemand anders dat het goed
zou zijn hier later nog terug
te komen om er een kleed te spreiden
tussen de sleutelbloemen
De ansichtkaarten van de Vlaamse dichteres tonen ons een gevarieerde schakering van bestemmingen. De Leie, New York, Sassari, Brussel, Durban, Helsinki, om er enkele te noemen. Het poëtische pad dat de bestemmingen met elkaar verbindt is een weg die langzaam bergop bewandeld wordt. Langzaam, zodat “gedachten niet langer blijven zweven, maar kunnen bezinken”.
beklimming van de mont aigoual
2
niet iedereen hield van dat langzame
klimmen omhoog uit het dal
maar we keerden niet om, het was
als het baren van kinderen, zei je,
of als studeren, maar het leek nog het meest
op een soort van verlangen
naar iets onbekends
en toen wij dan eindelijk
boven stonden, gegrepen door licht
toen zagen wij alles zo helder
zoals het ons eens was beloofd
zo kwamen wij ooit in de tijd
terecht, moe en bevrijd en zonder
gedachten, wij hadden geluk,
wij werden verwacht
“Buitenland” van Miriam Van hee werd in 2008 bekroond met de Herman de Coninck-prijs.
●●●●○ (4/5)
Voor de volledige recensie: https://rondetijd.blogspot.com/2021/03/buitenland.html