Lezersrecensie
De kroon met twee pieken - Guido van Heulendonk
De stijl van ‘De kroon met twee pieken’ van Guido van Heulendonk was even wennen. De toon is terughoudend, de perspectieven wisselen, emoties worden zelden expliciet benoemd. Maar eenmaal in het ritme van de roman ontvouwt zich een gelaagde en indringende familiegeschiedenis, verteld vanuit verschillende ooghoeken, waarin juist dat zwijgen en die afstand betekenis krijgen.
Wat het boek niet expliciet vertelt, maar voortdurend voelbaar maakt, is dat binnen een familie — ook wanneer er weerstand tegen bestaat — de appel nooit ver van de boom valt. Kinderen dragen karaktereigenschappen van hun ouders met zich mee, niet als noodlot, maar als sluimerende erfenis. Kleine en grote gebeurtenissen laten littekens achter die soms een leven lang verborgen blijven, om zich pas later, onverwacht, te tonen. Niet als dramatische onthulling, maar als een herkenning achteraf.
Van Heulendonk weigert psychologische verklaringen. Personages worden niet uitgelegd, motieven niet uitgeplozen. Daardoor blijft er ruimte voor ambiguïteit: iedereen draagt zijn eigen versie van het verleden, niemand overziet het geheel. De fragmentarische vertelwijze versterkt dat effect. De roman leest als een samenstel van herinneringen die elkaar raken, overlappen of tegenspreken — zoals dat in families nu eenmaal gebeurt.
Centraal staat Werner, maar de roman is nadrukkelijk geen portret van één man. Zijn ouders vormen de onderlaag van zijn leven: hun zwijgen, hun manier van conflicten verdragen in plaats van uitspreken, werkt door in zijn houding en gedrag. Wanneer zij later uit beeld verdwijnen, is hun invloed al geïnternaliseerd. Ze leven voort in wat vanzelfsprekend is geworden.
Een vergelijkbare, maar subtiel afwijkende rol is weggelegd voor Connie. Als partner is zij zichtbaarder dan de oudergeneratie: ze spreekt vaker, formuleert meningen, fungeert als filter tussen Werner en de wereld. Toch doorbreekt ook zij het patroon niet. Wat zij nalaat, is geen afgerond inzicht of beslissend gebaar, maar een houding die zich stilletjes voortzet — in Werner en, indirect, in hun dochters. Net als Werners ouders verdwijnt Connie aan het eind als persoon uit beeld, precies op het moment dat haar invloed onomkeerbaar is geworden.
De titel De kroon met twee pieken blijkt vooral richtinggevend aan het einde van de roman. Waar een meer tragisch beeld — in verschillende recensies die ik las werd gesuggereerd dat Albatros een passender titel zou zijn geweest — de nadruk zou leggen op een individuele last, kiest Van Heulendonk voor een beeld dat minder persoonlijk en daarmee radicaler is. De kroon is geen sieraad, maar iets wat gedragen wordt. De twee pieken vormen geen harmonieus geheel, maar een spanningsveld: ouders en kinderen, verleden en toekomst, spreken en zwijgen.
Het slot van de roman biedt geen catharsis. Er is geen inzicht dat alles oplost, geen verzoening die het verhaal afrondt. De lijnen blijven naast elkaar bestaan. Dat maakt het einde niet onbevredigend, maar consequent. De titel past hier precies: de vorm blijft bestaan, ook wanneer het verhaal stopt.
Wat uiteindelijk boven alles uitstijgt, is de schaal waarop Van Heulendonk zijn personages plaatst. De familiegeschiedenis is intens en bepalend, maar wordt steeds weer gerelativeerd door tijd, omgeving en natuur. De mens blijkt tijdelijk, zijn conflicten beperkt in duur. De aarde, het landschap, de tijd zelf trekken zich niets aan van menselijke afronding.
Wat De kroon met twee pieken daarnaast bijzonder maakt, is de zorgvuldige woordenkeuze die Van Heulendonk in deze roman hanteert. Af en toe licht er één woord op dat meer doet dan beschrijven. Zo gebruikt hij ergens het woord savoureren — “met smaak tot zich nemen” — een term die doorgaans wordt gereserveerd voor eten of drinken, maar die hier betrekking heeft op het genieten van de zuiderse klank van een Italiaanse zin. Taal wordt tastbaar, zintuiglijk, iets wat je niet alleen begrijpt maar proeft.
En precies zo laat deze roman zich lezen. De kroon met de twee pieken vraagt geen haast en geen oordeel, maar aandacht. Het is een boek dat je langzaam tot je neemt, waarin betekenis zich niet opdringt maar ontstaat door stil te blijven bij wat gezegd wordt — en bij wat verzwegen blijft.
In die zin heb ik dit boek gesavoureerd.
Guido van Heulendonk - “De kroon met twee pieken” (2024)
●●●●○ (4/5)
De originele recensie vind je op mijn blog ‘Ron de tijd’:
https://rondetijd.wordpress.com/2026/02/09/de-kroon-met-twee-pieken/
Wat het boek niet expliciet vertelt, maar voortdurend voelbaar maakt, is dat binnen een familie — ook wanneer er weerstand tegen bestaat — de appel nooit ver van de boom valt. Kinderen dragen karaktereigenschappen van hun ouders met zich mee, niet als noodlot, maar als sluimerende erfenis. Kleine en grote gebeurtenissen laten littekens achter die soms een leven lang verborgen blijven, om zich pas later, onverwacht, te tonen. Niet als dramatische onthulling, maar als een herkenning achteraf.
Van Heulendonk weigert psychologische verklaringen. Personages worden niet uitgelegd, motieven niet uitgeplozen. Daardoor blijft er ruimte voor ambiguïteit: iedereen draagt zijn eigen versie van het verleden, niemand overziet het geheel. De fragmentarische vertelwijze versterkt dat effect. De roman leest als een samenstel van herinneringen die elkaar raken, overlappen of tegenspreken — zoals dat in families nu eenmaal gebeurt.
Centraal staat Werner, maar de roman is nadrukkelijk geen portret van één man. Zijn ouders vormen de onderlaag van zijn leven: hun zwijgen, hun manier van conflicten verdragen in plaats van uitspreken, werkt door in zijn houding en gedrag. Wanneer zij later uit beeld verdwijnen, is hun invloed al geïnternaliseerd. Ze leven voort in wat vanzelfsprekend is geworden.
Een vergelijkbare, maar subtiel afwijkende rol is weggelegd voor Connie. Als partner is zij zichtbaarder dan de oudergeneratie: ze spreekt vaker, formuleert meningen, fungeert als filter tussen Werner en de wereld. Toch doorbreekt ook zij het patroon niet. Wat zij nalaat, is geen afgerond inzicht of beslissend gebaar, maar een houding die zich stilletjes voortzet — in Werner en, indirect, in hun dochters. Net als Werners ouders verdwijnt Connie aan het eind als persoon uit beeld, precies op het moment dat haar invloed onomkeerbaar is geworden.
De titel De kroon met twee pieken blijkt vooral richtinggevend aan het einde van de roman. Waar een meer tragisch beeld — in verschillende recensies die ik las werd gesuggereerd dat Albatros een passender titel zou zijn geweest — de nadruk zou leggen op een individuele last, kiest Van Heulendonk voor een beeld dat minder persoonlijk en daarmee radicaler is. De kroon is geen sieraad, maar iets wat gedragen wordt. De twee pieken vormen geen harmonieus geheel, maar een spanningsveld: ouders en kinderen, verleden en toekomst, spreken en zwijgen.
Het slot van de roman biedt geen catharsis. Er is geen inzicht dat alles oplost, geen verzoening die het verhaal afrondt. De lijnen blijven naast elkaar bestaan. Dat maakt het einde niet onbevredigend, maar consequent. De titel past hier precies: de vorm blijft bestaan, ook wanneer het verhaal stopt.
Wat uiteindelijk boven alles uitstijgt, is de schaal waarop Van Heulendonk zijn personages plaatst. De familiegeschiedenis is intens en bepalend, maar wordt steeds weer gerelativeerd door tijd, omgeving en natuur. De mens blijkt tijdelijk, zijn conflicten beperkt in duur. De aarde, het landschap, de tijd zelf trekken zich niets aan van menselijke afronding.
Wat De kroon met twee pieken daarnaast bijzonder maakt, is de zorgvuldige woordenkeuze die Van Heulendonk in deze roman hanteert. Af en toe licht er één woord op dat meer doet dan beschrijven. Zo gebruikt hij ergens het woord savoureren — “met smaak tot zich nemen” — een term die doorgaans wordt gereserveerd voor eten of drinken, maar die hier betrekking heeft op het genieten van de zuiderse klank van een Italiaanse zin. Taal wordt tastbaar, zintuiglijk, iets wat je niet alleen begrijpt maar proeft.
En precies zo laat deze roman zich lezen. De kroon met de twee pieken vraagt geen haast en geen oordeel, maar aandacht. Het is een boek dat je langzaam tot je neemt, waarin betekenis zich niet opdringt maar ontstaat door stil te blijven bij wat gezegd wordt — en bij wat verzwegen blijft.
In die zin heb ik dit boek gesavoureerd.
Guido van Heulendonk - “De kroon met twee pieken” (2024)
●●●●○ (4/5)
De originele recensie vind je op mijn blog ‘Ron de tijd’:
https://rondetijd.wordpress.com/2026/02/09/de-kroon-met-twee-pieken/
1
Reageer op deze recensie
