Lezersrecensie
Teruggeworpen, subtiel voorbeeld van die andere "Italiaanse school".
Donatella Di Pietrantonio won dit jaar de Premio Campiello met “L’arminuta”. In het Abruzzese dialect betekent het letterlijk ‘de teruggekeerde’, maar in het Nederlands kreeg de roman (wellicht bij gebrek aan een dialect om naar te verwijzen) de agressievere, maar perfect gekozen titel “Teruggeworpen” mee.
De hoofdpersoon in de derde roman van Di Pietrantonio blijft voor de lezer naamloos. We leren haar kennen onder haar bijnaam ‘de teruggekeerde’, in een Abruzzo van de jaren zestig, zeventig waar in de dorpen het gebruik van bijnamen meer regel als uitzondering was. Tot haar dertiende jaar heeft ze zich de enige dochter gewaand in een gezin waar ze eigenlijk alles had. Haar ouders hielden van haar, mooie kleren, danslessen, vriendinnen, het huis aan zee, bescherming.
Totdat ze op een dag zonder opgaaf van reden vertrekken moet naar haar echte ouders, waarvan het bestaan haar tot op dat moment geheel onbekend was. Ze belandt in een familie die het exacte tegenovergestelde is van wat ze altijd gewoon is geweest. Twee ouders die absoluut niet geïnteresseerd zijn in haar, broertjes en zussen waarmee het een constante strijd is om de klonten in de karige pap, armoe. Haar eerste nacht in haar nieuwe familie moet ze bij haar zusje slapen, want aan een bed heeft niemand gedacht. Adriana wordt haar houvast.
“Teruggeworpen” is een roman over de onzekerheid waarmee een kind levenslang wordt opgezadeld door niet eerlijk te zijn. Oneerlijkheid die vaak het resultaat is van zwakte van de volwassene, zoals ook in deze roman van Donatella Di Pietrantonio zal blijken. Maar het is ook het verhaal over hoe sterk kinderen kunnen zijn, hoe enorm hun overlevingsdrift is. Ze weten muren neer te halen, bressen te slaan, volwassenen te veranderen, en zijn zo intelligent dat de waarheid altijd aan het licht komt. Wat er ook voor nodig is om daar te geraken.
Ik zou Di Pietrantonio een schrijfster van die andere “Italiaanse school” willen noemen. Niet alles wordt verklaard, niet alles wordt verteld, er blijft ruimte over voor de lezer om zelf in te vullen, zelf in te kleuren. De schrijfster draagt aan, heel subtiel. Zo wordt het verschil in de ruwe en de verfijnde familie bijvoorbeeld gecreëerd door het gebruik van het dialect. En het gebrek aan kennis van dat dialect is op hetzelfde moment een manier waarop de onzekerheid van de hoofdpersoon nog eens extra tot uiting komt.
“Teruggeworpen” wordt op die manier een roman die geleidelijk aan glans en aan kleur wint. Als een boom in de knop die tot bloei komt.
(noot: Ik heb “Teruggeworpen” in het Italiaans kunnen lezen. Ben heel benieuwd hoe het gebruik van het Abruzzees opgelost is in de Nederlandse vertaling.)