Lezersrecensie
Zwarte schuur
De kunstschilder Maris Coppoolse is 59 jaar als hij op weg is naar het Stedelijk Museum. Daar is de opening van de grootste tentoonstelling van zijn werk tot nu toe. Al vanaf dit begin van het boek hangt er iets broeierigs in de lucht: tijdens de feestelijke middag in het Stedelijk zijn er vooruitwijzingen naar iets uit zijn verleden waar hij voor terugdeinst. Ook is algauw duidelijk dat de relatie met zijn vrouw Fran onder druk staat en komt zijn complexe (stief)dochter Stan terug uit Syrisch oorlogsgebied. Het duurt niet lang voor de lezer weet wat het ‘iets’ is uit zijn verleden, want een onderzoeksjournalist heeft gedegen werk geleverd met een groot artikel in een tijdschrift naar aanleiding van de overzichtstentoonstelling. Hierna is de lezer getuige van Maris’ afbrokkeling en zijn gevecht hiertegen, maar ga je ook met hem terug in de tijd, naar het Zeeuwse dorp waar hij opgroeide. Op zijn vijftiende gebeurde daar met een buurmeisje, Matti, in de zwarte schuur bij een verlaten boerderij het verschrikkelijke dat hem is blijven achtervolgen in zijn werk en in zijn relaties.
Maris heeft altijd geleden en lijdt nog aan verlegenheid en een zekere schuwheid voor mensen. Hij was een stille, teruggetrokken jongen die meer observeerde en keek, dan deelnam. Zijn klasgenoten zagen hem als een stille en achterbaks. Deze ‘zwakte’ maakte hem tot een gemakkelijke prooi van pesterige jongens en meisjes. Hij weet het van zichzelf, maar is onmachtig er iets tegen doen, zelfs tot in zijn volwassen leven. Wat hij ook van zichzelf kent is de drift, voortkomend uit nervositeit, minderwaardigheidsgevoel en vernedering. Hij herkent het als het in hem opkomt: “Vol schrik dacht hij: Dit is het onbeheersbare. Het zit ergens in je.” (P. 296) Soms kan hij het terugdringen, soms gaat het los.
Ik vind dit opnieuw een sterk en psychologisch doorwrocht boek van Oek de Jong, dat ik geboeid heb gelezen. In elk boek dat ik van hem ken valt me de gedetailleerde manier van kijken en observeren op. Het past helemaal bij het hoofdpersonage Maris, maar soms vond ik de stijl té precies en voelde ik ongeduld. Vooral het voorlaatste deel, als Maris en Fran met vakantie op la Gomera zijn, vond ik lang duren. Maar uiteindelijk boet dit voor mij niets in op de geweldige schrijver die hij is. Zijn laatste boek ‘Het glanzend zwart van mosselen’ligt al te wachten.