Lezersrecensie
Een verrassend grappig boek
Het verborgen leven van Eurídice Gusmao is het debuut van Martha Batalha. Het is een levendige, grappige beschrijving van het leven van een vrouw die tot grootse daden in staat is, maar door de maatschappij waarin ze leeft klein gehouden wordt. Het bruisende ritme en de grote emoties die doen denken aan de Latijns-Amerikaanse telenovella’s blijven overeind in de vertaling van Kitty Pauwels en maken dit een behoorlijk verslavend boek.
Van Eurídice wordt niets meer verwacht dat dat ze een brave en goede echtgenote en moeder is. Ze geeft zich echter niet zomaar gewonnen en gooit zich volledig in alle projecten die ze opstart in de hoop zich niet langer te moeten vervelend. Naarmate ze beter en beter wordt in haar nieuwe hobby’s groeien ook haar dromen, tot het concrete ambities worden. Op dat punt staat keer op keer de patriarchale samenleving klaar om daadkrachtig de deur voor haar neus dicht te trappen en haar opnieuw op haar eenvoudige taken en plichten als meisje, en later als vrouw, te wijzen.
Een andere schrijfstijl zou van deze materie een somber of cynisch verhaal maken, maar de sprankelende toon van Martha Batalha maakt het een feest om over Eurídices tegenslagen te lezen.
De humor waarmee ze de personages doeltreffend beschrijft is een plezier om te lezen. Zo wordt de roddeltante van de buurt als volgt beschreven:
“Zélia was een vrouw met veel frustraties. De grootse betrof het feit dat ze niet de Heilige Geest was, die alles zag en alles wist. Eigenlijk leek Zélia meer op de Boze Wolf dan op de Heilige Geest, want ze had grote ogen om beter mee te kunnen zien, grote oren om beter mee te kunnen horen en een hele grote mond, die de voornaamste nieuwtjes onder de buurtgenoten verspreidde. Zélia had ook een schildpaddennek, die telkens wanneer er iemand op straat langskwam in wie ze geïnteresseerd was, uit haar halsopening omhoog leek te komen. Het mens was nog vreemder dan een vogelbekdier, en de enige reden waarom ze niet méér opzien baarde was dat Zélia in die tijd en plaats slechts één van de velen in haar soort was. […] Omdat ze geen Heilige Geest kon zijn, stelde Zélia zich tevreden met een lagere functie en riep zichzelf uit tot profetes. Haar empirische observaties zette ze om in nauwkeurige prognoses, met als gemeenschappelijk kenmerk hun pessimistische teneur, want Zélia was nog erger dan de oudtestamentische God: ‘Die brengt haar man nog eens tot een faillissement,’ verkondigde ze met een onheilsgezicht.”
Het verhaal springt tussen heden en verleden, wat de lezer de mogelijkheid geeft om te achterhalen waarom bepaalde personages zich zo bruut, arrogant, onhandig… gedragen. Door de humoristische ondertoon krijg je gemakkelijk begrip voor hen. De vele nevenpersonages zorgen voor een kleurrijk geheel dat perfect de tijdsgeest van de jaren ’40 tot ’60 weergeeft.
De roman is intussen verfilmd. Hoewel ik me niet kan voorstellen dat de film mijn fantasie over dit verhaal kan evenaren, ben ik er toch erg benieuwd naar.