Lezersrecensie

Gedurfd


tineke van roozendaal tineke van roozendaal
4 mrt 2020

Een prachtige kaft. Mooi blauw is niet lelijk. Dat hoef ik verder niet te onderbouwen, Anton Corbijn is de schuldige .
Het verhaal is complex en soms zelfs is de vervlechting van de 4 generaties erg ingewikkeld om te volgen, maar dat geeft spanning aan de roman.
De vier generaties willen herinnerd worden. Ze willen gedenkwaardig zijn. Lukt dat? De roman begint op vrijdag 17 november 1950 en eindigt op zaterdag 18 november 1950. We worden steeds heen en weer geslingerd tussen heden en verleden, we leren meneer Kuschfeld kennen, meerdere heren Kuschfeld. Zonen Victor en Benjamin, Vader, Grootvader en Overgrootvader.
“Aan een spijker in de muur hing een portret van een oude man. De man in het schilderij had witte ouderdomsvegen op zijn linkerwang en voorhoofd. Zoals de plekken eelt onder een voet waaraan je eindeloos kunt krabben zonder dat je er iets van voelt”. P 29
De overgrootvader van Victor en Benjamin. Vader is schrijver en dichter, Moeder huisarts. Autobiografische elementen zonder enige twijfel.
De kinderen Victor en Benjamin verbranden het schilderij met het portret van hun overgrootvader in de tuin. Ze vinden het niet prettig. Het spookt. Dit is de start van een lange zoektocht naar wie de oude Kuschfeld was. De roman speelt zich af in Den Haag, aan zee, aan de Moezel , in Reichsburg, aan de kasteelkant. Opa woont in een verpleeghuis in Reichsburg en met Opa skypen ze. Vader gaat uitzoeken wat de rol van zijn opa, de vader van Opa, in de oorlog is geweest. Was het portret een soort tweedehands schuldbelijdenis? (p43)
“Soms is het wel goed om niet herinnerd te worden, geloof ik” (p82) zegt Opa. Hij wil euthanasie, heeft dat overlegd met Dokter Von Kleinenleedt en is van plan om naar Den Haag te komen en met de familie te gaan eten en bij te praten.
Het taalgebruik vind ik bijzonder, maar irritant, niet mijn smaak. Enkele voorbeelden.
Tijd heeft zo zijn wijze van voorbijtrekken en uit zicht verdwijnen (p86)
In de verre hoek van de behandelkamer wervelden een plaatselijk verzetje, een kleine lus van lucht die z’n best deed afwezig te blijven (p100)
Een aantal stamgasten draaide de afwezigheid van ijsblokjes rond in hun korte glazen (p 169)
Een zeemeeuw sloeg zijn vleugels uit en klapwiekte over de tuin, luidkeels kakelend. Hij weet meer, dacht Vader, die heeft nieuws (p172)
En voor de tweede maal die ochtend voelde hij een tintelende neiging in zijn hand de warrige menigte tot een onverdeelde welwillendheid te dwingen (p231)
De dialogen vind ik vervreemdend vaak en grappig. Deze nemen je mee in de hoofden van de personages.
“we hadden een heel leven voor ons, nietwaar?”
“ach, ik denk dat we niet veel meer dan een vluchtige verhouding waren”
“een verhouding?”
“ja, een vluchtige verhouding”
“wat bedoel je, vluchtig?”
“als iets dat net zo vluchtig begon als het eindigde”
“ en dat was alles?”
“dat was wat het was”
“en tussen het begin en het einde, wat toen?”
“in de tussentijd gebeurden we”
“en het was goed”
“maar dat was toen” (p 207)
Op de kaft staat het citaat van Joyce Carol Oates: betoverend, gedurfd, enig in zijn soort. De laatste twee aspecten onderschrijf ik volledig, maar helaas was de roman voor mij niet betoverend.

Reacties

Meer recensies van tineke van roozendaal

Boeken van dezelfde auteur