Lezersrecensie
Een verhaal vol geheimen
Paula Hawkins ken je vast van ‘Het meisje in de trein’, een thriller die je bij de keel grijpt. ‘Het blauwe uur’, haar laatste boek, vond ik anders: trager en minder doorspekt met actie. Toch hangt er wel degelijk een dreigende sfeer over het verhaal.
Het begint allemaal in Tate Modern, waar werk van de excentrieke kunstenares Vanessa Chapman wordt tentoongesteld. Kort na de opening komt er een alarmerend bericht: een forensisch antropoloog beweert dat in een van Vanessa’s werken een echt menselijk bot is verwerkt. De verdwijning van haar man, zo’n twintig jaar eerder, werpt meteen een schaduw over het werk.
James Becker, de conservator die Vanessa’s volledige nalatenschap erfde, besluit op onderzoek te gaan. Zijn zoektocht brengt hem naar het afgelegen eiland Eris, waar Grace woont — de mysterieuze vrouw die nu de erfenis van Vanessa beheert en jarenlang haar vriendin was. Eris is een getijdeneiland: je geraakt er alleen met eb en zodra het water stijgt, zit je er vast. Een perfect decor voor een verhaal vol geheimen.
Via dagboekfragmenten van Vanessa en gesprekken tussen James en Grace komen we langzaam aan meer te weten over de kunstenares: haar relaties, haar mentale worstelingen en de obsessieve manier waarop ze kunst en leven vermengde. Wat gebeurde er echt met haar man? Waarom wil Grace bepaalde stukken van de nalatenschap niet overdragen aan het museum?
Hoewel het verhaal veel potentieel heeft, blijft voor mij echte spanning uit. De opbouw is traag, het aantal personages beperkt en de ontknoping voelt uiteindelijk wat voorspelbaar.
Toch is ‘Het blauwe uur’ geen slecht boek. Hawkins weet met haar beschrijvingen van het eiland en de verwevenheid van kunst, verlies en obsessie een mysterieuze sfeer neer te zetten. Het boek leest vlot en houdt je net genoeg in zijn greep om door te willen lezen, ook al miste ik de echte adrenaline.