Lezersrecensie
Prachtige schijfstijl.
(2 van de 4 verhalen gelezen, Tristan en De dood in Venetië.)
Tristan.
Dit verhaal deed mij heel erg denken aan De Toverberg.
Hier heet het sanatorium ‘Einfried’ en niet ‘Berghof’.
Er zijn, net als in de Toverberg twee dokters, die erg verschillend zijn van karakter en van opvatting.
Er is de 'femme fatale', hier mevrouw Klöterjahn, in De Toverberg mevrouw Chauchat.
Er is de schrijver Detlev Spinell, die nog wereldvreemder is dan Hans Castorp.
Mijnheer Klöterjahn deed me denken aan mijnheer Peperkorn, een zeer extravert persoon, levensgenieter, nogal zelfingenomen en met beide voeten op de grond. Geen dromer zoals Spinell.
Bijzonder knappe karaktertekeningen.
De dood in Venetië
Ik had de film gezien tot op het moment dat de mooie jongen verschijnt.
Nu heb ik, eindelijk, het boek gelezen.
Eerst las ik het veel te snel, om te weten hoe het verhaal verder ging, hoewel de titel natuurlijk al verklapt dat er iemand dood gaat. Wie gaat er dood? Aschenbach?, de jongen?, de hele stad?
Ik had het gevoel dat ik het veel te snel had gelezen, dus las ik het meteen opnieuw, en met veel meer aandacht.
Als je het heel traag leest, dan pas ontdek je dat dit een echt meesterwerk is. Er zit zo veel in, buiten het simpele verhaal dat je op het eerste gezicht ziet.
Er is al veel over geschreven. Is het homo-erotisch of gaat het eerder om het verlangen naar schoonheid en naar jeugdigheid?
Aschenbach is geen ouwe geilaard. Hij is gewoon een man, een vijftiger, die verliefd wordt op een uitzonderlijk mooie jongen, en die spijt heeft van de vervlogen jaren, waarin hij altijd zo’n keurige burger was en alles deed zoals het hoorde in zijn (hogere) klasse.
Gaat het eigenlijk, in een diepere laag, over het verval van het oude Europa?
Citaat:
“… keek hij uit over het op dit middaguur niet erg drukke strand en over de zee waar geen zon op scheen en waar de vloed lage, langgerekte golven met een kalme regelmaat naar de oever zond.
Voor de eenzaam-zwijgende is wat hij ziet en wat hem wedervaart tegelijk onscherper en indringender dan voor hem die in gezelschap is; zijn gedachten zijn zwaarwichtiger, vreemder en nooit zonder een zweem van treurigheid.”