Lezersrecensie
Verwijzingen naar literatuur, een meerwaarde.
In De Standaard Magazine van vandaag, 11 juni, staat een mooi artikel van Kirsten Van Sanden, met als titel “Kun je zwemmend door België?”
Het toeval wil dat ik net deze week haar boek ‘Water pakken’ uit las, waarbij ik me de hele tijd afvroeg of je dan in Nederland zomaar overal mag zwemmen in rivieren en in zee.
Het antwoord is JA.
In België is het overal verboden om in open water te zwemmen.
Flaptekst van het boek:
“In Water pakken zwemt kunstjournalist en cultureel antropoloog Kirsten van Santen kriskras door Nederland, van chloorbaden, via rivieren en plassen naar de open zee, op zoek naar badgasten, waterwezens en vergeten zwemhelden. Ze verkent de culturele betekenis van zwemmen in een land dat voor een groot deel onder de zeespiegel ligt.”
Het boek bestaat uit 3 delen. Zwemmen in een zwembad, zwemmen in zoet water (rivieren en meren) en tenslotte zwemmen in zee.
Ook al ben ik een beetje bang in water en durf ik alleen in een zwembad te zwemmen (liefst nog waar ik overal kan staan), toch vond ik dit boek ontzettend interessant.
Het is zeer goed geschreven, met talloze verwijzingen naar kunstenaars (vooral schrijvers) die even gek waren (op zwemmen) als Kirsten.
Zij omschrijft het gevoel dat ze heeft als ze in het water ligt, maar ze geeft ook grif toe dat het water niet overal even proper is en dat de zee nogal bedreigend en zelfs zeer gevaarlijk kan zijn.
Ik heb te veel prachtige citaten genoteerd om ze hier allemaal te kunnen delen. Enkele dan maar:
“Een vaag knagend verlangen naar water leeft in ieder mens. Het is het element waar het voor ons allemaal mee begon. Koud of niet, iets drijft ons ernaartoe en verleidt ons om er weer naartoe terug te keren, naar het, volgens dichter Herman Gorter, ‘droogzilvere opzwemmende water/ in dat rondomblauwe dronkkoude dronkdiepe water’.” (p.89)
“We laten ons hoopvol en met angstig hart in een ander universum zakken, belanden in een verraderlijke omgeving waar onheil op de loer ligt, maar ook intens genot.” (p.92)
“Het water kan er goud zijn, soms korenblauw, maar meestal is het bruin. We worden er kritisch gadegeslagen door aalscholvers, een enkele keer zwemt er een jonge zeehond mee. Eidereenden vluchten weg, visdiefjes voeren schijnaanvallen uit.
De Waddenzee is hier bijna altijd vriendelijk. Door de zoute zee slingeren zich hier en daar zoete flarden. Dan wordt er vanaf het IJsselmeer gespuid. Hier vlijt het water zich loom tegen de dijk aan.
Adem je links, dan zie je grazende schapen, vissers, iemand op de fiets. Adem je rechts, dan is er alleen maar water met soms, in de verte, een scheepszeil of de bovenste galerij van de veerboot naar Vlieland.” (p. 198)