Lezersrecensie
Een onmisbare studie naar het engste gedrag van de mens
Smeulers, Alette - Angstaanjagend normaal
Over oorlogsmisdadigers, genocideplegers en terroristen
Alfabet, 654 pagina’s
In de inleiding tot haar massieve studie schrijft Smeulers: “Het grootste probleem van deze tijd is zodoende niet de opkomst van de destructieve leider, maar van de volgers: van degenen die hem als leider kiezen en vervolgens meegaan in zijn destructieve beleid.” En ja, daders blijken gewone, doodnormale mensen die onder min of meer uitzonderlijke omstandigheden tot keuzes kunnen komen die hen tot plegers van de gruwelijkste misdaden kunnen maken. Dit betekent dat we allemaal potentiële daders kunnen worden. Smeulers ziet mensen eerder als zwak dan als slecht. Om je integriteit onder alle omstandigheden te behouden is uiteindelijk een zekere mate van moed nodig en niet iedereen kan zulke moed opbrengen.
Smeulers koos ervoor de door haar bestudeerde daders te typeren en hen in een bepaalde categorie onder te brengen. Zodoende ontstonden er veertien types dader. Misschien dat iedereen een dader kan worden maar het is ondenkbaar dat iedereen elk type dader zou kunnen worden.
Het belangrijkste type dader is de destructieve leider: de dader die geen orders uitvoert maar ze uitvaardigt. Denk hierbij vooral aan figuren als Hitler, Stalin, Milosevic en zo voort. In dit verband komt ook Allende voorbij waarbij Smeulers beweert dat Pinochet hem ten val bracht en vermoordde. Maar dit laatste klopt niet, historici gaan ervan uit dat bewezen kan worden geacht dat Allende welbewust zelfmoord beging.
Destructieve leiders moeten over een zeker charisma beschikken want zij kunnen niets bewerkstelligen zonder volgers. Grote massa’s volgers. Zij kunnen gedijen in tijden van grote maatschappelijke onzekerheid en dito ongelijkheid. En een zwart schaap dat overal de schuld van kan krijgen helpt ook.
Overigens mag van mij, Smeulers doet dat nadrukkelijk niet, ook Trump tot dit type dader gerekend worden. Hij heeft inmiddels met ICE zijn eigen Gestapo gecreëerd en is hard op weg in Amerika een burgeroorlog uit te lokken die hem in staat kan stellen definitief dictatoriale macht te grijpen.
Het door dictatoriale leiders aangewende geweld dient doorgaans drie doelen: het verwerven van politieke macht, zelfverrijking en het transformeren van de samenleving naar de utopische visie van de leider.
Narcistische leiders hebben meer kans om autoritaire dictators en destructieve leiders te worden, schrijft Smeulers. Zij refereert hier tevens aan het extreme narcisme van Trump aan.
Ook psychopaten treffen we bovengemiddeld aan onder destructieve leiders. Zij missen empathie, kennen geen angst, zijn egocentrisch en manipulatief, het zijn dwangmatige leugenaars en zo voort. Merk op dat ook hier Trump extreem hoog scoort. Sterker nog, Trump scoort extreem hoog op alle door Smeulers aangedragen kenmerken van destructief leiderschap hetgeen voor mij alleen maar bevestigt hoe gevaarlijk deze tiran is, niet alleen voor zijn eigen land dat hij rechtstreeks naar een burgeroorlog leidt maar voor de hele wereld.
Het tweede type is de fanaticus, de dader die zich laat leiden door een extremistische ideologie. Ook zij voeren niet uit maar laten het martelen en moorden over aan anderen. Het meest sprekende voorbeeld is natuurlijk IS en Al Qaida. Vers in het geheugen liggen nog 9/11, Charlie Hebdo, Bataklanden en de bomaanslagen in Londen en Madrid. Smeulers stelt dat ideologie geweld motiveert en legitimeert. We zien dat heel sterk in het religieus extremisme. De nadruk ligt hier vooral op de strijd van goed tegen kwaad. En geweld is een middel tot een doel. Smeulers concentreert zich in dit hoofdstuk op het radicaal islamisme en het jihadi-salafisme.
Aan het einde van dit hoofdstuk merkt Smeulers terecht op dat niet alleen de islam zich te buiten ging aan religieus extremisme en het daarmee gepaard gaande geweld. Zij noemt nadrukkelijk het christendom, het hindoeïsme en het boeddhisme. Met name van het extremisme van de twee laatstgenoemde denominaties had ik graag meer willen lezen.
Het derde type dader is de carrièremaker. Daders die primair uit opportunisme handelen. Meestal zijn het hooggeplaatste politici of militairen. Ze plegen zelf geen gruweldaden maar faciliteren dat wel. In nazi Duitsland en op de Balkan zijn we dit type dader veelvuldig tegengekomen. In Duitsland zijn met name Hermann Goering en Albert Speer twee sprekende voorbeelden van de carrièremaker.
Op de Balkan ontpopte vooral Milosevic zich als opportunist, gedreven door macht, niet door ideologie. Een carrièremaker die zich later toch echt zou manifesteren als een destructieve leider. Ook de Kroaat Franco Tudjman bleek zo’n opportunist, net als Radovan Karadzic bij de Bosnische Serviërs en Biljana Plavsic.
En ook hier voert Smeulers de parallellen met de inner circle rond Trump op. Het doe mij deugd dat zij deze, volkomen terechte, vergelijking aandurft. Zij constateert “een zeer zorgwekkende trend.”
Er zijn aangeland bij een volgend type dader, de toegewijde onderdaan. Gezagsgetrouwe burgers die gedreven worden door gehoorzaamheid en zijn zeer autoriteitsgevoelig. Het kan nauwelijks verbazen dat Smeulers hier Eichmann als eerste opvoert, de schrijftafelmoordenaar. Daarnaast stelt ze ons voor aan Kameraad Duch, de leider van de beruchte Toul Sleng gevangenis in Cambodja en tot slot aan Alfredo Astiz in Argentinië. Het geval Eichmann laat zien dat er geen blinde haat of abject antisemitisme nodig is om desalniettemin tot daden te komen met extreem gewelddadige consequenties.
De professional is degene, de man die foltert. Ik heb behalve in het Derde Rijk nog nooit van een vrouwelijke folteraar gehoord. Natuurlijk kennen we Irma Grese (1923-1945) en Ilse Koch (1906-1967) en er waren wel meer Aufseherinnen die zich aan systematisch geweld te buiten gingen maar vrouwen als professionele folteraars zijn mij niet bekend. Ik herinner me nog levendig de afschuwelijke folterscenes die Mario Vargas Losa beschrijft in Het feest van de bok, een indringende kroniek over de dictatuur van Rafael Trujillo in de Dominicaanse Republiek in de jaren 1930 tot 1961. Een indrukwekkend maar bijna onleesbaar want o zo afschuwelijk boek.
Kortom, de professional is folteraar of moordenaar van beroep. Hij vindt zijn basis vrijwel altijd in een militaire organisatie waar kadaverdiscipline tot de dagelijkse routine hoort. Vervolgens beschrijft Smeulers uitvoerig hoe in het Griekse folteropleidingsinstituut KESA tijdens het kolonelsregime tussen 1967 en 1974 rekruten werden opgeleid tot professionele folteraars. Een ronduit schokkende en afschuwelijke episode. Uit onderzoek bleek dat folteraars helemaal geen sadisten zijn. Het waren gewone mensen die tot folteraars waren gemaakt door de zware training die ze onder dwang hadden moeten ondergaan.
Wat voor mij problematisch blijft is de vraag hoe iemand überhaupt kan folteren als er geen sprake is van sadisme. Er moeten dan nog andere mechanismen zijn of juist ontbreken: hoe ga je als folteraar om met de immense pijnen die jij een ander oplegt?
We zijn aangeland bij de trieste believers en soldaten van God. Mensen die bereid zijn een leider en diens ideologie of religie te volgen en die het gebruik van geweld om het gestelde doel te bereiken aanvaardbaar vinden. Smeulers maakt een nuttig onderscheid tussen radicalen (vaak links, blijven binnen de rechtsstaat en democratisch, geweld is binnen proporties aanvaardbaar en is vooral zelfverdediging) enerzijds en extremisten anderzijds. De laatsten dulden geen andersdenkenden, zijn geen voorstander van democratie maar zien het liefste een totalitaire staat en verheerlijken vaak het gebruik van geweld om hun doelen te bereiken. Smeulers richt zich hier primair op de extremisten.
Wie zich aansluit bij een massabeweging moet een fiks deel van de individuele vrijheid opgeven maar je krijgt er veel voor terug: de vrijheid om zonder schaamte of wroeging te haten, te pesten, te liegen, te martelen, te noorden en te verraden. In extremistische bewegingen is geweld simpelweg een plicht.
Soldaten van God menen dat geweld aanvaardbaar is in de zin dat het doel de middelen heiligt. We komen gen vooral tegen binnen de radicale islam. Die radicalisering gaat dan ook altijd vooraf aan het geweld.
De profiteur is een dader die genadeloos misbruik maakt van de machteloosheid en kwetsbaarheid van anderen. Denk maar aan de nazi artsen die medische experimenten op gevangenen in de concentratiekampen uitvoerden. Of denk aan de slavenhandel. En als we er een persoon bij moeten bedenken is de Belgische koning Leopold II een van de eersten die je te binnen schiet. Hij wordt persoonlijk verantwoordelijk geacht voor tien miljoen doden. Schokkend is het relaas van Smeulers over PMC’s, private military companies. Een groot deel van de huidige soldaten is in dienst bij private partijen die belang hebben bij het voortduren van gewapende conflicten, die immers hun verdienmodel vormen. Deze soldaten blijken in de praktijk veelal buiten de wet te opereren. En zowel Dick Cheney als Donald Rumsfeld konden fors profiteren van hun banden met het bedrijfsleven tijdens hun ministerschap. Ze werden schatrijk, Rumsfeld verdiende ruim één miljard dollar aan de War on Terror. Overigens huren ook de Verenigde Naties PMC’s in. Eén van de bekendste PMC’s is Blackwater. En natuurlijk kennen we allemaal nog de Wagnergroep van Jevgeni Prigozjin. En vanzelfsprekend komt hier ook de wapenhandel voorbij. Heel veel wapendeals vinden plaats buiten het toezicht van de wetgever, de rechterlijke macht en de publieke opinie en dat zet de deuren wagenwijd open voor corruptie en misbruik. En dan hebben we het nog niet eens over wapenleveranciers die beide partijen in een conflict bedienen.
De crimineel hield zich vóór de periode van massaal geweld al bezig met criminele activiteiten terwijl de profiteur toen nog een loyale burger was. In Afrikaanse staten zoals Ruanda maar ook op de Balkan, waar maar liefst 86 paramilitaire organisaties actief waren, traden criminele bendes op. En soms worden deze bendes ook gewoon ingehuurd door het bevoegd gezag. Helaas zijn er legio voorbeelden van crimineel gedrag in tijden van oorlog en daarbuiten. Slavenmarkten in de Islamitische Staat en mensensmokkelaars zijn slechts twee vormen daarvan.
Dan komen we bij een van de naarste hoofdstukken van dit boek waarin Smeulers de sadist en het seksuele roofdier behandelt, de daders die genieten van de pijn en het lijden van hun slachtoffers en de macht die ze over hen uitoefenen. Ook hier begint de schrijver met voorbeelden uit nazi Duitsland.
Het is uitermate schokkend te lezen dat er nog steeds culturen zijn waar verkrachting buiten het huwelijk primair wordt gezien als een eigendomsdelict tegen de man, in plaats van een misdaad tegen de vrouw.
Ronduit afschuwelijk is de beschrijving van de verkrachtingen door de Japanners in Nanking eind december 1937. De Japanners waren erger dan de nazi’s: een op de 25 krijgsgevangenen in handen van de nazi’s stierf, in handen van de Japanners stierf er een op de drie.
In het hoofdstuk over de gestoorde gek lezen we dat het hier vooral om narcisme en een antisociale persoonlijkheid gaat. En mannen zijn tien tot veertien keer vaker psychopaat dan vrouwen. De volger of zeg maar een groot deel van de Duitse bevolking in het Derde Rijk. Gehoorzaamheid is een deugd en een gewoonte.
En tot slot zijn er ook slachtoffers die dader worden. Denk in dit verband aan de Joodse Raad die door de nazi’s overal in Europa verplicht werd gesteld of aan de Kapo’s in de concentratiekampen, of, nog verschrikkelijker, de Sonderkommando’s in de vernietigingskampen. Ook de kindsoldaten komen uitgebreid aan bod in dit hoofdstuk. Terecht waarschuwt Smeulers dat we buitengewoon terughoudend moeten zijn bij het veroordelen van deze laatste groep daders. Voor je daartoe overgaat moet je je eerst maar eens afvragen hoe je zelf onder zulke omstandigheden zou reageren.
Ook merkt de schrijver terecht op dat je de mensheid niet kunt verdelen in hen die van nature goed en hen die van nature slecht zijn. De meeste daders geloven dat zij het goede doen en juist dat is een tragische vergissing. We moeten ons geen illusies maken zegt Smeulers: ook wij kunnen daders worden. Context en ideologie spelen daarbij vaak een centrale rol. Maar ook de notie dat het doel de middelen heiligt, waarmee de eerste horde om geweld te gebruiken genomen is. Ook moeten we niet onderschatten wat macht met een mens doet.
Toch nog enkele opmerkingen over de schrijfstijl van Smeulers. Die is helaas nogal droog met weinig aandacht voor stilistisch raffinement. Op zich is dat niet zo heel erg, het onderwerp leent zich misschien ook niet direct voor stilistische fijnzinnigheden. Maar als ik lees dat Qutb op zeker moment “alweer opnieuw” werd gearresteerd, dan had ik hier toch graag een redactionele ingreep gezien. En dat soort momenten doen zich wel vaker voor.
Maar echt relevant is dit natuurlijk niet. Smeulers heeft een razend interessant boek geschreven waarin ze in vogelvlucht (het is evident dat enorm wetenschappelijk werk hieraan ten grondslag ligt) door onze contemporaine geschiedenis zwerft. Ze verschaft daadwerkelijk inzicht in wat mensen drijft wanneer ze massief en massaal geweld aanvaardbaar vinden. Inderdaad, angstaanjagend normaal. Het is niet zo dat genocideplegers een apart soort mens vertegenwoordigen. Het zijn mensen zoals u en ik met hier en daar bijzondere eigenschappen of een meer of minder afwijkende persoonlijke geschiedenis. Het is evident dat lang niet iedereen geschikt is om een destructieve leider te worden maar een meeloper of een opportunist, een toegewijde onderdaan of een profiteur? Wij weten niet hoe wij ons in hypothetische omstandigheden zullen gedragen. We kunnen slechts hopen dat we onszelf niet enorm teleurstellen.
Terug naar deze geschiedenis in vogelvlucht: Smeulers laat ons zien hoe mensen zich kunnen gedragen en vooral hoe groot het aandeel van politici hier is. De wereld is een verzameling van natiestaten, al dan niet in een groter verband samengebracht. En in al die natiestaten krijgen politici de macht van het electoraat. In de VS van deze dagen zien we hoe Trump de checks and balances afbreekt en zo de bijl aan de wortel van de democratie slaat, de weg vrijmaakt voor eindeloze tirannie. We leven in ongekend spannende tijden en met haar buitengewoon belangrijke studie geeft ze ons een heldere inkijk in de geesten van politici die we onder alle omstandigheden met een zeer kritische blik moeten volgen of zelfs ten diepste moeten wantrouwen. Ik heb dit ongelooflijk interessante en indringende boek nagenoeg in één ruk uitgelezen.
Enno Nuy
Februari 2026
Over oorlogsmisdadigers, genocideplegers en terroristen
Alfabet, 654 pagina’s
In de inleiding tot haar massieve studie schrijft Smeulers: “Het grootste probleem van deze tijd is zodoende niet de opkomst van de destructieve leider, maar van de volgers: van degenen die hem als leider kiezen en vervolgens meegaan in zijn destructieve beleid.” En ja, daders blijken gewone, doodnormale mensen die onder min of meer uitzonderlijke omstandigheden tot keuzes kunnen komen die hen tot plegers van de gruwelijkste misdaden kunnen maken. Dit betekent dat we allemaal potentiële daders kunnen worden. Smeulers ziet mensen eerder als zwak dan als slecht. Om je integriteit onder alle omstandigheden te behouden is uiteindelijk een zekere mate van moed nodig en niet iedereen kan zulke moed opbrengen.
Smeulers koos ervoor de door haar bestudeerde daders te typeren en hen in een bepaalde categorie onder te brengen. Zodoende ontstonden er veertien types dader. Misschien dat iedereen een dader kan worden maar het is ondenkbaar dat iedereen elk type dader zou kunnen worden.
Het belangrijkste type dader is de destructieve leider: de dader die geen orders uitvoert maar ze uitvaardigt. Denk hierbij vooral aan figuren als Hitler, Stalin, Milosevic en zo voort. In dit verband komt ook Allende voorbij waarbij Smeulers beweert dat Pinochet hem ten val bracht en vermoordde. Maar dit laatste klopt niet, historici gaan ervan uit dat bewezen kan worden geacht dat Allende welbewust zelfmoord beging.
Destructieve leiders moeten over een zeker charisma beschikken want zij kunnen niets bewerkstelligen zonder volgers. Grote massa’s volgers. Zij kunnen gedijen in tijden van grote maatschappelijke onzekerheid en dito ongelijkheid. En een zwart schaap dat overal de schuld van kan krijgen helpt ook.
Overigens mag van mij, Smeulers doet dat nadrukkelijk niet, ook Trump tot dit type dader gerekend worden. Hij heeft inmiddels met ICE zijn eigen Gestapo gecreëerd en is hard op weg in Amerika een burgeroorlog uit te lokken die hem in staat kan stellen definitief dictatoriale macht te grijpen.
Het door dictatoriale leiders aangewende geweld dient doorgaans drie doelen: het verwerven van politieke macht, zelfverrijking en het transformeren van de samenleving naar de utopische visie van de leider.
Narcistische leiders hebben meer kans om autoritaire dictators en destructieve leiders te worden, schrijft Smeulers. Zij refereert hier tevens aan het extreme narcisme van Trump aan.
Ook psychopaten treffen we bovengemiddeld aan onder destructieve leiders. Zij missen empathie, kennen geen angst, zijn egocentrisch en manipulatief, het zijn dwangmatige leugenaars en zo voort. Merk op dat ook hier Trump extreem hoog scoort. Sterker nog, Trump scoort extreem hoog op alle door Smeulers aangedragen kenmerken van destructief leiderschap hetgeen voor mij alleen maar bevestigt hoe gevaarlijk deze tiran is, niet alleen voor zijn eigen land dat hij rechtstreeks naar een burgeroorlog leidt maar voor de hele wereld.
Het tweede type is de fanaticus, de dader die zich laat leiden door een extremistische ideologie. Ook zij voeren niet uit maar laten het martelen en moorden over aan anderen. Het meest sprekende voorbeeld is natuurlijk IS en Al Qaida. Vers in het geheugen liggen nog 9/11, Charlie Hebdo, Bataklanden en de bomaanslagen in Londen en Madrid. Smeulers stelt dat ideologie geweld motiveert en legitimeert. We zien dat heel sterk in het religieus extremisme. De nadruk ligt hier vooral op de strijd van goed tegen kwaad. En geweld is een middel tot een doel. Smeulers concentreert zich in dit hoofdstuk op het radicaal islamisme en het jihadi-salafisme.
Aan het einde van dit hoofdstuk merkt Smeulers terecht op dat niet alleen de islam zich te buiten ging aan religieus extremisme en het daarmee gepaard gaande geweld. Zij noemt nadrukkelijk het christendom, het hindoeïsme en het boeddhisme. Met name van het extremisme van de twee laatstgenoemde denominaties had ik graag meer willen lezen.
Het derde type dader is de carrièremaker. Daders die primair uit opportunisme handelen. Meestal zijn het hooggeplaatste politici of militairen. Ze plegen zelf geen gruweldaden maar faciliteren dat wel. In nazi Duitsland en op de Balkan zijn we dit type dader veelvuldig tegengekomen. In Duitsland zijn met name Hermann Goering en Albert Speer twee sprekende voorbeelden van de carrièremaker.
Op de Balkan ontpopte vooral Milosevic zich als opportunist, gedreven door macht, niet door ideologie. Een carrièremaker die zich later toch echt zou manifesteren als een destructieve leider. Ook de Kroaat Franco Tudjman bleek zo’n opportunist, net als Radovan Karadzic bij de Bosnische Serviërs en Biljana Plavsic.
En ook hier voert Smeulers de parallellen met de inner circle rond Trump op. Het doe mij deugd dat zij deze, volkomen terechte, vergelijking aandurft. Zij constateert “een zeer zorgwekkende trend.”
Er zijn aangeland bij een volgend type dader, de toegewijde onderdaan. Gezagsgetrouwe burgers die gedreven worden door gehoorzaamheid en zijn zeer autoriteitsgevoelig. Het kan nauwelijks verbazen dat Smeulers hier Eichmann als eerste opvoert, de schrijftafelmoordenaar. Daarnaast stelt ze ons voor aan Kameraad Duch, de leider van de beruchte Toul Sleng gevangenis in Cambodja en tot slot aan Alfredo Astiz in Argentinië. Het geval Eichmann laat zien dat er geen blinde haat of abject antisemitisme nodig is om desalniettemin tot daden te komen met extreem gewelddadige consequenties.
De professional is degene, de man die foltert. Ik heb behalve in het Derde Rijk nog nooit van een vrouwelijke folteraar gehoord. Natuurlijk kennen we Irma Grese (1923-1945) en Ilse Koch (1906-1967) en er waren wel meer Aufseherinnen die zich aan systematisch geweld te buiten gingen maar vrouwen als professionele folteraars zijn mij niet bekend. Ik herinner me nog levendig de afschuwelijke folterscenes die Mario Vargas Losa beschrijft in Het feest van de bok, een indringende kroniek over de dictatuur van Rafael Trujillo in de Dominicaanse Republiek in de jaren 1930 tot 1961. Een indrukwekkend maar bijna onleesbaar want o zo afschuwelijk boek.
Kortom, de professional is folteraar of moordenaar van beroep. Hij vindt zijn basis vrijwel altijd in een militaire organisatie waar kadaverdiscipline tot de dagelijkse routine hoort. Vervolgens beschrijft Smeulers uitvoerig hoe in het Griekse folteropleidingsinstituut KESA tijdens het kolonelsregime tussen 1967 en 1974 rekruten werden opgeleid tot professionele folteraars. Een ronduit schokkende en afschuwelijke episode. Uit onderzoek bleek dat folteraars helemaal geen sadisten zijn. Het waren gewone mensen die tot folteraars waren gemaakt door de zware training die ze onder dwang hadden moeten ondergaan.
Wat voor mij problematisch blijft is de vraag hoe iemand überhaupt kan folteren als er geen sprake is van sadisme. Er moeten dan nog andere mechanismen zijn of juist ontbreken: hoe ga je als folteraar om met de immense pijnen die jij een ander oplegt?
We zijn aangeland bij de trieste believers en soldaten van God. Mensen die bereid zijn een leider en diens ideologie of religie te volgen en die het gebruik van geweld om het gestelde doel te bereiken aanvaardbaar vinden. Smeulers maakt een nuttig onderscheid tussen radicalen (vaak links, blijven binnen de rechtsstaat en democratisch, geweld is binnen proporties aanvaardbaar en is vooral zelfverdediging) enerzijds en extremisten anderzijds. De laatsten dulden geen andersdenkenden, zijn geen voorstander van democratie maar zien het liefste een totalitaire staat en verheerlijken vaak het gebruik van geweld om hun doelen te bereiken. Smeulers richt zich hier primair op de extremisten.
Wie zich aansluit bij een massabeweging moet een fiks deel van de individuele vrijheid opgeven maar je krijgt er veel voor terug: de vrijheid om zonder schaamte of wroeging te haten, te pesten, te liegen, te martelen, te noorden en te verraden. In extremistische bewegingen is geweld simpelweg een plicht.
Soldaten van God menen dat geweld aanvaardbaar is in de zin dat het doel de middelen heiligt. We komen gen vooral tegen binnen de radicale islam. Die radicalisering gaat dan ook altijd vooraf aan het geweld.
De profiteur is een dader die genadeloos misbruik maakt van de machteloosheid en kwetsbaarheid van anderen. Denk maar aan de nazi artsen die medische experimenten op gevangenen in de concentratiekampen uitvoerden. Of denk aan de slavenhandel. En als we er een persoon bij moeten bedenken is de Belgische koning Leopold II een van de eersten die je te binnen schiet. Hij wordt persoonlijk verantwoordelijk geacht voor tien miljoen doden. Schokkend is het relaas van Smeulers over PMC’s, private military companies. Een groot deel van de huidige soldaten is in dienst bij private partijen die belang hebben bij het voortduren van gewapende conflicten, die immers hun verdienmodel vormen. Deze soldaten blijken in de praktijk veelal buiten de wet te opereren. En zowel Dick Cheney als Donald Rumsfeld konden fors profiteren van hun banden met het bedrijfsleven tijdens hun ministerschap. Ze werden schatrijk, Rumsfeld verdiende ruim één miljard dollar aan de War on Terror. Overigens huren ook de Verenigde Naties PMC’s in. Eén van de bekendste PMC’s is Blackwater. En natuurlijk kennen we allemaal nog de Wagnergroep van Jevgeni Prigozjin. En vanzelfsprekend komt hier ook de wapenhandel voorbij. Heel veel wapendeals vinden plaats buiten het toezicht van de wetgever, de rechterlijke macht en de publieke opinie en dat zet de deuren wagenwijd open voor corruptie en misbruik. En dan hebben we het nog niet eens over wapenleveranciers die beide partijen in een conflict bedienen.
De crimineel hield zich vóór de periode van massaal geweld al bezig met criminele activiteiten terwijl de profiteur toen nog een loyale burger was. In Afrikaanse staten zoals Ruanda maar ook op de Balkan, waar maar liefst 86 paramilitaire organisaties actief waren, traden criminele bendes op. En soms worden deze bendes ook gewoon ingehuurd door het bevoegd gezag. Helaas zijn er legio voorbeelden van crimineel gedrag in tijden van oorlog en daarbuiten. Slavenmarkten in de Islamitische Staat en mensensmokkelaars zijn slechts twee vormen daarvan.
Dan komen we bij een van de naarste hoofdstukken van dit boek waarin Smeulers de sadist en het seksuele roofdier behandelt, de daders die genieten van de pijn en het lijden van hun slachtoffers en de macht die ze over hen uitoefenen. Ook hier begint de schrijver met voorbeelden uit nazi Duitsland.
Het is uitermate schokkend te lezen dat er nog steeds culturen zijn waar verkrachting buiten het huwelijk primair wordt gezien als een eigendomsdelict tegen de man, in plaats van een misdaad tegen de vrouw.
Ronduit afschuwelijk is de beschrijving van de verkrachtingen door de Japanners in Nanking eind december 1937. De Japanners waren erger dan de nazi’s: een op de 25 krijgsgevangenen in handen van de nazi’s stierf, in handen van de Japanners stierf er een op de drie.
In het hoofdstuk over de gestoorde gek lezen we dat het hier vooral om narcisme en een antisociale persoonlijkheid gaat. En mannen zijn tien tot veertien keer vaker psychopaat dan vrouwen. De volger of zeg maar een groot deel van de Duitse bevolking in het Derde Rijk. Gehoorzaamheid is een deugd en een gewoonte.
En tot slot zijn er ook slachtoffers die dader worden. Denk in dit verband aan de Joodse Raad die door de nazi’s overal in Europa verplicht werd gesteld of aan de Kapo’s in de concentratiekampen, of, nog verschrikkelijker, de Sonderkommando’s in de vernietigingskampen. Ook de kindsoldaten komen uitgebreid aan bod in dit hoofdstuk. Terecht waarschuwt Smeulers dat we buitengewoon terughoudend moeten zijn bij het veroordelen van deze laatste groep daders. Voor je daartoe overgaat moet je je eerst maar eens afvragen hoe je zelf onder zulke omstandigheden zou reageren.
Ook merkt de schrijver terecht op dat je de mensheid niet kunt verdelen in hen die van nature goed en hen die van nature slecht zijn. De meeste daders geloven dat zij het goede doen en juist dat is een tragische vergissing. We moeten ons geen illusies maken zegt Smeulers: ook wij kunnen daders worden. Context en ideologie spelen daarbij vaak een centrale rol. Maar ook de notie dat het doel de middelen heiligt, waarmee de eerste horde om geweld te gebruiken genomen is. Ook moeten we niet onderschatten wat macht met een mens doet.
Toch nog enkele opmerkingen over de schrijfstijl van Smeulers. Die is helaas nogal droog met weinig aandacht voor stilistisch raffinement. Op zich is dat niet zo heel erg, het onderwerp leent zich misschien ook niet direct voor stilistische fijnzinnigheden. Maar als ik lees dat Qutb op zeker moment “alweer opnieuw” werd gearresteerd, dan had ik hier toch graag een redactionele ingreep gezien. En dat soort momenten doen zich wel vaker voor.
Maar echt relevant is dit natuurlijk niet. Smeulers heeft een razend interessant boek geschreven waarin ze in vogelvlucht (het is evident dat enorm wetenschappelijk werk hieraan ten grondslag ligt) door onze contemporaine geschiedenis zwerft. Ze verschaft daadwerkelijk inzicht in wat mensen drijft wanneer ze massief en massaal geweld aanvaardbaar vinden. Inderdaad, angstaanjagend normaal. Het is niet zo dat genocideplegers een apart soort mens vertegenwoordigen. Het zijn mensen zoals u en ik met hier en daar bijzondere eigenschappen of een meer of minder afwijkende persoonlijke geschiedenis. Het is evident dat lang niet iedereen geschikt is om een destructieve leider te worden maar een meeloper of een opportunist, een toegewijde onderdaan of een profiteur? Wij weten niet hoe wij ons in hypothetische omstandigheden zullen gedragen. We kunnen slechts hopen dat we onszelf niet enorm teleurstellen.
Terug naar deze geschiedenis in vogelvlucht: Smeulers laat ons zien hoe mensen zich kunnen gedragen en vooral hoe groot het aandeel van politici hier is. De wereld is een verzameling van natiestaten, al dan niet in een groter verband samengebracht. En in al die natiestaten krijgen politici de macht van het electoraat. In de VS van deze dagen zien we hoe Trump de checks and balances afbreekt en zo de bijl aan de wortel van de democratie slaat, de weg vrijmaakt voor eindeloze tirannie. We leven in ongekend spannende tijden en met haar buitengewoon belangrijke studie geeft ze ons een heldere inkijk in de geesten van politici die we onder alle omstandigheden met een zeer kritische blik moeten volgen of zelfs ten diepste moeten wantrouwen. Ik heb dit ongelooflijk interessante en indringende boek nagenoeg in één ruk uitgelezen.
Enno Nuy
Februari 2026
1
Reageer op deze recensie
