Lezersrecensie
Laat gepubliceerd maar nog steeds zeer actueel
Haffner, Sebastián - Het verhaal van een Duitser
Uitgeverij Maarten Muntinga, 278 pagina’s met een toelichting door Uwe Doukup en een nawoord van Oliver Prentzel, zoon van.
Vertaald door Mets & Schilt uitgevers
Dit Het verhaal van een Duitser werd postuum, in 2000, uitgegeven. Waarom heeft Sebastián Haffner dit werk nooit afgemaakt ? Wel, Uwe Soukup, biograaf van Haffner legt dat verderop in het boek uit.
Het boek begint met een citaat van Goethe en een gedicht van Peter Gan. Waarom werden deze bijdrage niet vertaald? En er hebben toch zeker wel heuse vertalers aan dit werk gezeten? Waarom worden zij niet vermeld? Ik lees een Rainbowpocket uit 2009.
Meteen in de eerste alinea’s laat Haffner (1907-1999) zien hoe volledig en verwoestend de greep van de nazi’s op de Duitse samenleving was. Maar hij begint zijn verhaal vooraan en zo beginnen we in augustus 1914. Hij legt uit hoe belangrijk die oorlogservaringen als kind waren: “En een onnozele waanvoorstelling, die vorm gekregen heeft in de hoofden van toen jaargangen kinderen en die er vier jaar lang ingehamerd is, kan heel goed twintig jaar later als dodelijke serieuze ‘wereldbeschouwing’ haar intrede in de politiek doen”. De generaties die aan het front vochten hebben nauwelijks nazi’s voortgebracht, schrijft Haffner. Nee het waren juist jongetjes zoals hij die nazi zouden worden!
Op 18 november 1918 voltrok zich met de troonsafstand van de keizer de revolutie. Voor het eerst in zijn leven hoorde Haffner schoten. De revolutie zou beslecht worden door de vrijkorpsen. Die wisten al hoe ze iemand ‘op de vlucht’ moesten doden, die wisten al hoe ze moesten martelen. Haffner: “Aan de praktijk ontbrak alleen nog de theorie: die werd later door Hitler geleverd”. Ook de jeugdverenigingen uit die jaren waren al de voorlopers van de Hitlerjugend, alleen het antisemitisme ontbrak er nog aan maar dat pompte Hitler er later wel in!
Duitse militairen hebben geen ruggengraat, schrijft Haffner. “De moed hebben om uit te komen voor de eigen overtuiging en de eigen verantwoordelijkheid te nemen is in Duitsland toch al een zeldzame deugd. maar een Duitser die een uniform aantrekt, verliest haar geheel en al.” Met de Kapp-putsch in 1920 kwamen schoorvoetend het hakenkruis en het antisemitisme in de samenleving. Haffner geeft hoog op van Walther Rathenau, de Joodse zakenman en minister van buitenlandse zaken, een man met een buitengewoon charisma. Had hij blijven leven, dan zou de toekomst van Duitsland er vermoedelijk heel anders uit hebben gezien maar hij werd al na een half jaar vermoord. Haffner verzucht: “niets wat links doet, lukt.” Ziehier een pijnlijke gelijkenis met de dag van vandaag!
Het jaar 1923 zou een waanzinnig jaar worden. Werkelijk alles ontspoorde tegelijk. De dollar ging met honderdduizenden en later miljoenen tegelijk omhoog, de Duitse Mark draaide dol, al het spaargeld loste op in het niets, de inflatie nam groteske vormen aan, er ontstond een run op aandelen. Maar heel veel mensen werden tot de bedelstaf gebracht. Wie niet jong en soepel van geest was, wie niet out of the box durfde te denken, ging onherroepelijk voor de bijl. Bars en nachtclubs schoten als paddenstoelen uit de grond en de jonge Duitsers vierden de liefde, dat waren pas the roaring twenties!
Maar er kwamen ook veel meer bedelaars in het straatbeeld en er leek wel een zelfmoordmachine te draaien. En de inflatie gierde maar door, er werden geen bankbiljetten meer gedrukt., de onlusten op straat namen zienderogen toe en de regering trad af. Legerkorpsen werden heen en weer gestuurd, mensen verdwenen met bosjes tegelijk. Voor je het wist werd je uit de weg geruimd en Hitler predikte al zijn duizendjarig rijk en de massamoord op alle joden. En als bij toverslag keerde op zekere dag de rust weer, niemand wist wie daar verantwoordelijk voor was geweest. Hoe het ook zij, tussen 1924 en 1929 was er daadwerkelijk sprake van vrede. De periode Stresemann.
Maar de jeugd was eraan gewend geraakt dat hen alles op een presenteerblaadje kreeg aangereikt, zij hadden nooit geleerd hoe ze zelf een prettig leven konden bewerkstelligen. De meeste Duitsers hadden er, anders dan de Fransen en de Britten, knap veel moeite mee een autonoom leven te leiden. Juist in deze tijd ontstond het eerste onderscheid tussen de nazi’s en de niet-nazi’s. Het plan voor een onvoorstelbare kladderadatsch lag al klaar, wierp zijn schaduwen al vooruit maar werd niet opgemerkt. Haffner: “We wisten dat de dommen veruit in de meerderheid waren. Zolang Stresemann er echter was, hadden we een bepaalde zekerheid dat zij onder controle werden gehouden.”
Dan vertelt Haffner het verhaal van zijn eerste grote liefde, Teddy, over wie hij later nog dat prachtige verhaal Afscheid zou schrijven, dat heerlijke boek dat ik uitlas vlak voordat ik aan dit autobiografische verhaal begon. En ondertussen werden de nazi’s almaar sterker. Net zoals de fascinatie voor Hitler. Hij beloofde het ongedaan maken van Versailles en betere tijden voor de Duitsers. En zijn tegenstanders konden nergens op terugvallen, niet op een beweging, niet op een partij.
Het tweede deel, De revolutie, begint met een prachtige karakterstudie van de vader van Haffner. Ik merk dat ik daar jaloers op ben, had ik mij maar ooit zo voor mijn vader geïnteresseerd, had ik hem maar ooit zo gevoelvol kunnen doorgronden, ook al nodigde hij niet erg daartoe uit. Was dat wel het geval geweest dan nog waag ik te betwijfelen of ik ooit zo’n liefdevolle analyse had kunnen maken als Haffner van zijn vader schreef. Dat Haffner niet voor het nationaalsocialisme bezweek komt vooral door zijn intuïtie, “zijn gevoel voor de esthetische waarden van menselijke, zedelijke en politieke gedragingen of overtuigingen.” Ik wil daar aan toevoegen dat het ook persoonlijkheid vraagt om de geest van de tijd te weerstaan. Want de revolutie die Haffner in dit deel van zijn autobiografie beschrijft is de revolutie van de nazi’s. Hitler werd bondskanselier maar Haffner was ervan overtuigd dat dat niet lang kon duren. Hij vergiste zich.
Het is 1933. Hitler had absolute macht en het Duitse volk schaarde zich massaal achter hem. Wat hen dreef was angst. Meedoen met slaan om niet bij de geslagenen te horen, schrijft Haffner. En: “Een inzetbare reserve aan fierheid, karakter, zelfverzekerdheid, waardigheid, dat hebben de Duitsers niet. Zij zijn als natie onbetrouwbaar, week, zonder pit.” Een miljoenenvoudige zenuwinzinking van een verenigd volk dat tot alles bereid bleek.
Je kunt met een verrekijker naar de politieke ontwikkelingen kijken, schrijft Haffner, maar dan ontgaat je volledig wat er echt aan de hand is. De schrijver: “Wat iemand eet en drinkt, van wie hij houdt, wat hij in zijn vrije tijd doet, met wie hij praat, of hij glimlacht of er onvriendelijk uitziet, wat hij leest en wat voor foto’s hij bij zich thuis aan de muur hangt, dat is tegenwoordig de vorm waarin de politieke strijd in Duitsland gegoten is.” Hij wil maar zeggen: de bruinhemden zijn door de voordeur bij de mensen thuis gekomen en beheersen alles, echt alles.
En Haffner moest afscheid nemen van alles, te beginnen bij de rechtbank waar hij werkte maar daar bleef het niet bij. Zijn hele manier van leven moest hij achter zich laten. En de politieke partijen werden afgeschaft, de democratie werd onderuitgeschoffeld. Wetenschappers en literatoren werden gevangen gezet of zelfs vermoord. Net als acteurs en actrices en cabaretiers. En boeken werden verbrand. En niet te vergeten: ook je vrienden raakte je kwijt.
We hebben afscheid van elkaar genomen, nog in 1933. Vijf jaar later zou Haffner naar Engeland emigreren. Een emigratie waar hij al in 1933 toe besloot. Maar het is niet eenvoudig je land zomaar af te zweren, te verlaten. Haffner: “nationalisme, dus nationale zelfbetrachting en zelfaanbidding, is overal een gevaarlijke geestesziekte, in staat om de trekken van een natie te misvormen en lelijk te maken, net als ijdelheid en egoïsme de trekken van een mens misvormen en lelijk maken.”
En hij gaat zelfs verder door te stellen dat “alleen bij Duitsers de elementaire waarden weg worden gegooid door nationalisme. Alleen hierdoor worden Duitsers onmenselijk en ontwikkelen zij een bestiale lelijkheid die je bij geen enkel ander volk zult aantreffen.” Dat is nogal niet wat! Het eerste land dat de nazi’s bezetten was niet Oostenrijk of Tsjechië, nee dat was Duitsland zelf! “En een spotzieke God liet uitgerekend 1933 in Duitsland een wijnjaar worden waarover de kenners nog lang de loftrompet zullen steken.”
Wat jammer dat dit fameuze boek in 1933 stopt, ik zou verder willen lezen, almaar verder. Haffner was misschien geen doorsnee Duitser maar hij had een uiterst helder zicht op de Duitse samenleving in die afschuwelijke jaren. En hij is een zeer goed schrijvende chroniqueur van de gebeurtenissen in een van de ellendigste periodes uit de moderne geschiedenis. Dit autobiografische verhaal maakt geschiedenis veel helderder dan een doorsnee geschiedkundig standaardwerk. Dit komt niet alleen door juist dat autobiografische perspectief maar vooral ook door het vermogen van Haffner om ingewikkelde processen helder en inzichtelijk te maken. En dat maakt dit prachtige boek ook meteen tot een geschiedkundige studie. Als je wil weten hoe het leven in Duitsland tussen 1914 en 1933 er uitzag, kun je niet om Het verhaal van een Duitser heen. Maar helaas stopte hij nogal plotseling en nu weten we niet hoe het zijn vriendinnetje Charlie verging.
Wat een prachtig boek is deze autobiografie! En, het moet gezegd, ook nog eens uitstekend vertaald, alleen mogen we niet weten door wie. Ik ga nu ook zijn Kanttekeningen bij Hitler herlezen. Heb hier nog een tweede druk uit 1989 liggen. Uwe Soukup vertelt ons in zijn nabeschouwing dat de schrijver kort na de hier beschreven episode zijn non de plume Sebastián Haffner aan zou nemen. Hij zou in Engeland bij The Observer gaan werken en het Brits staatsburgerschap verkrijgen. In1954 keert hij terug naar Duitsland. Hij zou een pleitbezorger voor de DDR worden en aansturen op goede betrekkingen tussen beide landen.
Enno Nuy
Maart 2026