Lezersrecensie
Dualiteit en verbondenheid
De Nederlandse vertaling van dit tweede deel van de Zusterklokken-trilogie heeft twee jaar op zich laten wachten. Maar het wachten was de moeite waard.
Deel twee gaat verder 22 jaar na de geboorte van de Hekne tweeling. Het is dan 1903. Het leven leven in het Gubrandsdal is nog altijd een koud, donker en zwaar bestaan. Maar de industriële ontwikkeling krijgt langzaam vorm in Butangen.
Dit boek is enerzijds een historische roman. Je wordt meegenomen in het pachtersbestaan, lokale gebruiken komen voor het voetlicht. Stroom doet zijn intrede en zorgt voor voorzichtige modernisering. Het eerste vliegtuigje vliegt over de Noordzee. De Eerste Wereldoorlog. De Spaanse griep die overeenkomsten met onze huidige tijd oplevert. Anderzijds is het verhaal gebaseerd op Noorse legenden. Een verhaal dat mystiek en spiritualiteit ademt. Het oude en het nieuwe bestaan, met elkaar verweven.
Net zoals de zusterklokken van elkaar gescheiden zijn - de ene klok hangt in Dresden en de andere in Butangen - is ook de tweeling na de geboorte van elkaar gescheiden. Ze groeien op in verschillende werelden, die enorm van elkaar verschillen. De één leeft in een (voor die tijd) wereldse luxe, is vermogend. De ander leeft het hardvochtige boeren pachtersbestaan, overgeleverd aan de elementen van de natuur, nauwelijks een cent te makken. Beide mannen jagen, de één voor de sport om trofeeën te verzamelen, de ander om te overleven.
Tegelijkertijd zoekt dominee Schweigaard nog altijd naar het legendarische mystieke Zustertapijt dat begin 17e eeuw is gemaakt. Een wandkleed dat voorspellingen in zich zou hebben over de dag des oordeels. En ondertussen blijven de klokken hun mysterieuze kracht uitoefenen. Een aantrekkingskracht zoals die tussen tweelingen blijkt te bestaan.
Deel twee kan los van deel één gelezen worden. Maar er is natuurlijk wel een rode draad die verder zal gaan in deel drie. De schrijfstijl kan wat apart overkomen als er in opsommingen geen komma’s worden gebruikt maar bij herhaling “en” wordt geschreven. Waarschijnlijk is dit om uiting te geven aan de eenvoudige taal in vroeger tijden. In elk geval werkt het zeker om een soort van primitief gevoel op te roepen bij de denkwereld van de personages. En verder zijn er de orakelachtige symbolen en uitspraken:
“Ze geloofden vooral in tekens (…) Keken, bestudeerden en dachten na. Dat was de kunst, vroeger, om tekens te duiden.”
“Eén ding moet je niet vergeten Victor. Wanneer een stier de vaste grond onder zijn voeten verliest, struikelt hij en staat weer op. Maar wanneer een vogel zijn houvast verliest, stijgt hij op en vliegt weg.”
Het zijn dit soort metaforen die gaandeweg betekenis krijgen. Parallellen met de gescheiden werelden van de tweelingen.
Een prachtige roman over dualiteit en verbondenheid, de kracht van het verleden en familiebanden. Laten we hopen dat deel drie minder lang op zich laat wachten.