Lezersrecensie
De vervloeking van God's wonderen
Waar mensen God vinden of Hem kwijtraken tegenover overweldigende natuurkrachten. In 'The Loney' (2014) worstelen enkele leden van een kerkgemeenschap met de recente dood van hun priester, die bekend stond om zijn rotsvaste overtuigingen en donder- en bliksem preken. Hun nieuwe geloofsherder, de Ier Father Bernhard McGill, is beduidend progressiever dan zijn conservatieve voorganger. Milder gestemd en meer gericht op werelds leed dan op het laatste oordeel. Tot groot chagrijn van de moeder van de vijftienjarige ik-verteller, want zij is ervan overtuigd dat de verstandelijke beperking van zoon Andrew een straffe Gods is. Ze dringt erop aan dat hun traditiegetrouwe paasexcursie opnieuw in The Loney moet plaatsvinden, waar ze geregeld zijn geweest met wijlen Father Andrew. Om hun rouw een plek te geven en ter nagedachtenis aan de gestorven priester. Maar vooral in de hoop dat Andrew's ontwikkelingsstoornis valt weg te bidden met het deugdzaam volgen van tradities en een rotsvast geloof in wonderen. De ik-verteller ziet met lede ogen aan wat het religieuze gedram met z'n broertje doet en neemt hem mee op sleeptouw om soldaatje te spelen in de duinen. Het brengt hen - ironisch genoeg - dichterbij antwoorden op geloofsvraagstukken dan de kibbelende volwassenen.
'The Loney' (2014) leest als een klassieke gotische horrorroman waarin een bovennatuurlijke macht is gekoppeld aan één specifieke locatie als Hill House of The Overlook Hotel. Maar hoewel Moorings- het gasthuis waar de personages verblijven - een plek is vol macabere overblijfselen van een vroegere taxidermist, ligt het sluimerende onbehagen hier meer besloten in de omgeving zelf. In de naturalistische sfeerbeschrijvingen van het troosteloze, grijze mistlandschap waar de getijden of de weeromstuit geheimen aan de oppervlakte brengen of afdekken. Al is 'The Loney' (2014) geen volbloed genreroman in de zin dat 't meer gaat om de dynamiek tussen de kleurrijke personages dan om schokkende gebeurtenissen. Veel passages draaien om filosofische overdenkingen over de waarde van bekentenissen of geloof versus ongeloof. Pas in de laatste +/- honderd bladzijdes krijgt de dreiging concreet vorm en doet het geraffineerde plot recht aan de religieuze thematiek. Maar de dialogen hadden puntiger gekund en uiteindelijk blijven er net iets teveel vragen onbeantwoord. Toch ben ik verliefd op de gotische schrijfstijl van Andrew Michael Hurley, want ik verlang nu al om me opnieuw onder te dompelen in zijn gestileerde tristesse.