Lezersrecensie
Charles Dickens heeft een gouden pen
De initialen van David Copperfield zijn dezelfde als die van Charles Dickens, maar dan in omgekeerde volgorde.
Is dit een subtiele hint dat het verhaal wel op zijn eigen leven gebaseerd is, maar geen volledige autobiografie is geworden?
Alhoewel het leven van de jonge David niet gespaard blijft van rampen en tegenslagen, zorgt de boeiende vertelstijl van Charles Dickens ervoor dat het verhaal nergens in een bodemloze tristesse blijft steken.
Zijn tegenspoed begint al vroeg, want nog voor David geboren wordt, sterft zijn vader. Zijn moeder is mooi, jong, maar ook erg naïef, wat haar een makkelijke prooi maakt voor Mr. Murdstone. Gelukkig is er Pegotty, die meer is dan een kindermeisje: tot op het einde zal ze zijn surrogaatmoeder zijn.
Het "kwade" wordt altijd door het "goede" gecounterd en het lijkt alsof Dickens zo een evenwicht nastreeft.
Dat is ook zo in zijn vertelstijl: in de beschrijving van een personage met slechte inborst is er altijd wel wat humor, zodat je nooit het gevoel krijgt dat David gebukt gaat onder gevoelens van wraak en haat.
"(...)since Miss Murdstone looked at me out of the pickle-jar, with as great an access of sourness as if her black eyes had absorbed its contents"
"I (Copperfield) left him (Uriah) doubled up in the middle of the garden, like a scarecrow in want of support"
In dit lijvige verhaal duiken heel wat personages op, die soms van het toneel verdwijnen om enkele hoofdstukken later weer op te duiken. Achteraan het boek vind je een lijst, zodat je nooit het overzicht kwijt raakt. Het is volgens mij een van de redenen, waarom dit boek na eeuwen nog altijd graag gelezen wordt. Het verveelt nooit.
Mijn favoriet is tante Betsey Trotwood, omdat ze tijdens het verhaal evolueert. De eerste keer dat ze op het toneel verschijnt, is bij de geboorte van David. Ze is er zodanig van overtuigd dat het een meisje zal zijn, dat ze na de geboorte het huis verlaat, om nooit meer terug te keren. Dit vooroordeel kan ze wel opzij zetten als ze David echt leert kennen en hij naar nodig heeft. Waar ze voor het kinderlijke van Davids moeder een soort van minachting voelt, kan ze ook deze gevoelens onderdrukken als David met hetzelfde type vrouw trouwt. Ook als ze haar fortuin verliest, draagt ze dit verlies waardig, zoekt geen zondebok en blijft ze niet bij de pakken zitten.
De persoon voor wie ik het minst sympathie kan opbrengen, is Wilkins Micawber, gebaseerd op Charles Dickens' vader. Hij is een praatjesmaker en klaploper van koninklijke allure en komt door zijn financiële problemen in de gevangenis, net zoals de vader van Charles Dickens, waardoor Charles al vroeg gedwongen werd om te gaan werken.
Af en toe zit er ook een moraal in het verhaal. Er is de manier waarop tante Betsey met Mr. Dick omgaat, terwijl zijn familie hem in een tehuis wil wegstoppen. Mr. Dick is zich bewust van zijn "onnozelheid" en gebruikt die zelfs om een knoop in een huwelijk te ontwarren, een probleem dat niemand anders kan oplossen.
De zinnen die Dickens over Miss Mowcher, een dwergvrouwtje, schrijft, stemmen tot nadenken:
"You know you wouldn't mistrust me, if I was a full-sized woman"
"Try not to associate bodily defects with mental"
"She got over the fender now, and I had got over my suspicion"
Charles Dickens wordt een meesterverteller genoemd en dat kan ik enkel volmondig beamen.
Hij toont ook een gevarieerd inzicht in de menselijke psyche en denkt na over belangrijke levensvragen zoals het huwelijk "There can be no disparity in marriage like unsuitability of mind and purpose" en heeft het enkele keren over "The first mistaken impulse of my heart". Het boek kwam uit voordat zijn huwelijk barsten vertoonde, maar misschien had hij al een voorgevoel.
Zowel vertelstijl als inhoud laten me geen keuze *****