Lezersrecensie
Herzlichen Glückwunsch!
‘Aan het einde van de oorlog’ begint op 20 april 1945, de laatste keer dat Adolf Hitler “Herzlichen Glückwunsch zum Geburtstag” hoort. Tien dagen later pleegt hij zelfmoord. Bert Natter staat met dit boek op de shortlist van de Libris Literatuurprijs. Hij schreef in 634 bladzijden een verhaal dat zich in slechts 24 uren afspeelt. Vermoedelijk* speelt het zich af in Ravensbrück: de kaart in het boek komt met een schets van het concentratiekamp overeen en het ligt aan een meer (Schwedtsee). De arts in dit boek lijkt op Karl Gebhardt: de persoonlijke lijfarts van Heinrich Himmler, deed in Ravensbrück en later in Ausschwitz gruwelijke medische experimenten op gevangenen die konijnen werden genoemd.
Om alle gebeurtenissen in een etmaal te persen heeft de auteur enkele data verschoven: het Rode Kruis kwam in de nacht van 23 op 24 april in Ravensbrück aan, de laatste SS’ers verlieten het kamp op 29 april. Heeft hij de regels van een Griekse tragedie toegepast? Hij gebruikt 31 personages om een allesomvattend beeld van de gruwel van WO II te evoceren. Van de brave dienstmeid Annemarie over het Sonderkommando tot het monster Zehlenberg. Twee derden overleven het verhaal niet: de meesten zien we sterven, bij enkelen is hun dood suggestief.
Een lijvig boek zonder hoofdstukken, maar met een speciale indeling: boven ieder stukje tekst staat een naam en een locatie, zoals Lucienne in de trein, Emanuel voor de hoofdpoort, Herbert in de dienstwagen... Eerst moet de lezer de personages leren kennen. Wat eerst ingewikkeld leek, voelt snel vertrouwd aan en binnen de kortste keren wordt hij meegesleurd in dit caleidoscopische verhaal. Per bladzijde wisselt het perspectief gemiddeld drie keer zodat er geen tijd is voor verveling.
Het kruis duikt regelmatig als symbool op en staat niet enkel zichtbaar op de gevangeniskledij. Dikwijls kruisen de wegen van totaal tegenovergestelde individuen. Er is de trein met de vrouwen voor een gevangenenruil die de vrachtwagens met de vrouwen voor de gaskamer ontmoet. De Jood, tevens pianostemmer en tubaspeler, Menachem kruist het pad van Ernst. Hetzelfde geldt voor Gisele. De auto van Herbert kruist die van Dr. Weitze.
Bert Natter openbaart ons vrij snel de dood van Ernst en maakt alwetende lezers van ons. Toch blijf je doorlezen, om te weten, of de waarheid uiteindelijk aan het licht komt en waar iedereen terechtkomt. De personages zijn erg gevarieerd: het gaat niet enkel om een SS’er en een Jood, maar er lopen bijvoorbeeld heel wat vrouwen rond: van de wrede gevangenenbewaarder Eva Deutz tot de naïeve verpleegster Johanne Löw.
‘(...) het voortijdige slotakkoord van een wanhoopssymfonie waarvan meer dan een decennium geleden de ouverture werd ingezet en die duizend jaar had moeten duren.’
Niemand is enkel goed of helemaal slecht. Zelfs SS-Obersturmführer Karl Zehlendorf kent ‘zwakke momenten’. Toch is hij het ultieme symbool van de vernietigingsdrang van de Führer en gelooft hij tegen beter weten in nog in de nazidoctrine. Gedurende jaren werd hem wijsgemaakt dat hij een Übermensch was. Iedere hoge piet die al talloze wreedheden heeft begaan, wordt week als hij aan de zijnen denkt, vooral als hij kinderen heeft. Er is niet enkel wederzijdse haat, maar hier en daar is er een vleugje vriendschap of liefde. De verdwijning van Ernst opent de ogen van zijn vader, te laat.
‘Kijk, de haat van de nazi’s tegen de volksvijanden, tegen de Joden, het linkse tuig, de zigeuners, asocialen en wat al niet meer... Hij heeft er nooit een gedacht aan gewijd dat die haat wederzijds is.’
De originele lay-out heeft mij het meest verrast, samen met de vele schakeringen die door de talrijke personages ontstaan. Er is geen harde lijn tussen goed en kwaad, tussen gevangenen en hun bewakers. De gevangenen zullen weldra vrij zijn en de bewakers gevangen. Het is alsof de hele geschiedenis van WO II in 24 uren is samengebald: van Jodenvervolging, martelingen, medische experimenten, verkrachtingen tot verzet, overleven en bevrijding. Herzlichen Glückwunsch voor dit kunstwerk!
- Naar aanleiding van mijn twijfel heb ik Bert Natter een mail gestuurd en ik kreeg dit verhelderende antwoord:
De indruk dat mijn boek zich afspeelt in Ravensbrück is juist, hoor. Ik noem de naam niet om twee redenen.
Ten eerste probeer ik de geschiedenis beschermen tegen de fictie: wat ik schrijf heeft nooit plaatsgevonden, het is vrijwel allemaal door mij verzonnen, ik heb mijn verhaal geprojecteerd in een historische ruimte en daarin geef ik alleen aanknopingspunten om te zorgen dat lezers kunnen geloven dat het echt is gebeurd. Maar ze moeten niet denken dat het echt gebeurd is, daarom geef ik alleen globale aanknopingspunten en namen die onvermijdelijk zijn: Hitler en Himmler bijvoorbeeld, maar een bijfiguur als Rudolf Höss, de voormalig commandant van Auschwitz noem ik consequent ‘Ambtschef’, zijn latere functie. Wat hij aan het eind van het boek zegt, op blz. 630 (‘Wat is goed, wat is fout?’) is een letterlijk citaat uit zijn autobiografie.
Ten tweede probeerde ik de fictie te beschermen tegen de geschiedenis. Ik weet zeker dat als ik Karl Zehlendorf zijn echte naam had laten behouden, dat er dan mensen zouden gaan zeggen: ‘Maar die speelde helemaal geen piano!’ In die zin is de werkelijkheid dus niet van belang voor de roman. Hetzelfde geldt voor andere personages die op historische figuren zijn gebaseerd, zoals Treite en Schreiber. Hun levens heb ik geplunderd als het me uitkwam. Voor slachtoffers heb ik alleen situaties gebruikt, zoals de hond die Greif heet en (uit een andere bron) de hond die niet aanvalt als een gevangene het dier vriendelijk toespreekt.
Naar mijn mening moet je in een historische roman met de geschiedenis aan de haal durven gaan, zonder ongeloofwaardig te worden. ik wilde een waarachtig verhaal schrijven dat helemaal door mij is verzonnen, maar dat toch een beeld geeft van het leven in Ravensbrück en tegelijk wilde ik een idee geven van wat allerlei mensen (daders, getuigen en slachtoffers) dachten en voelden.
Ik heb, zoals jij ook schrijft, alles in 24 uur samengebald, omdat ik merkte dat de bijzondere vorm alleen op die manier werkte. De gevangenenruil waar Lucienne van uitmaakt vond al plaats eind maart 1945 en het kamp werd op 28/29 april door het Rode Leger bevrijd en dat ging niet gepaard met schietende tanks. Veel van de daders waren al ontkomen, maar werden later opgepakt en berecht, vaak met de doodstraf. Doordat ik alles in een etmaal wilde laten plaatsvinden, heb ik ervoor gekozen om veel levens te laten eindigen, ook wel om de lezer soms het idee van gerechtigheid te kunnen laten voelen. Het einde van Zehlendorf stond voor mij vanaf het begin al vast — naar zijn dood heb ik het hele boek toe gewerkt.