Meer dan 7,2 miljoen beoordelingen en recensies Organiseer de boeken die je wilt lezen of gelezen hebt Het laatste boekennieuws Word gratis lid
×
Lezersrecensie

Als de realiteit de fictie overstijgt

La vida es bella 18 februari 2026
In 1893 werd Rudolf Ditzen geboren. Uit de sprookjes van Grimm koos hij zijn pseudoniem Hans Fallada. In 1931 had hij voor de eerste keer succes met Bauer, Bonzen und Bomben en het jaar daarna brak hij wereldwijd door met ‘Kleiner Mann – was nun?’. Hij stierf in 1947 na het schrijven van ‘Jeder stirbt für sich allein’ aan een overdosis morfine. Zijn eerste kennismaking met de gevangenis was in 1911 nadat hij in een ‘duel’ op een kamergenoot had geschoten. In 1912 werd hij voor de eerste keer in een psychiatrische instelling opgenomen (Tannenberg). Drugs, diefstal en de poging tot doodslag op zijn echtgenote waren andere redenen waarom hij jaren in gevangenissen en instellingen doorbracht, waar hij tijd had om zijn lotgenoten tot in het kleinste detail te bestuderen.

Erwin Sommer is het alter ego van Hans Fallada. Hij wordt ten tonele gevoerd op het moment dat zijn zaken slecht beginnen te gaan en het in zijn huwelijk met Magda rommelt. Een stuk taart dat hem niet wordt aangeboden – alhoewel hij nooit taart eet – een ontbrekende deurmat of een spinnenweb: het allerkleinste euvel is voor hem een prima excuus om zich verwaarloosd en onbegrepen te voelen. Een fles wijn bij het avondeten strijkt de plooien tussen de echtgenoten weer glad en is het begin van het einde.

‘Ik heb natuurlijk niet altijd gedronken, het is zelfs nog niet zo lang geleden dat ik met drinken ben begonnen.’ Dat is de openingszin van een boek met 64 korte hoofdstukken dat in een wervelende vaart van een gerespecteerd burger een onbetrouwbare dronkaard maakt. Elinor die hij liefdevol la reine d’alcool noemt, staat symbool voor zijn verslaving. Er zijn nochtans momenten waarop hij aan de noodrem kan trekken, maar hij vertikt het en legt de schuld voor zijn problemen liever bij iemand anders. Als lezer wil je in het boek stappen en hem die fles afpakken, hem doen inzien dat het zo niet langer kan, dat het slecht zal aflopen. Zou hij naar ons luisteren? Natuurlijk niet!

Het besef dat hij niet in de gevangenis zit om zijn roes uit te slapen, maar omdat hij van een moordpoging op zijn vrouw wordt beschuldigd, schudt hem te laat wakker. Vanzelfsprekend mist hij de alcohol, maar er iets nog iets anders, iets wat hij niet kan vastnemen en dat hem toch door de vingers is geglipt: vrijheid. Hij wordt bevangen door een immens gevoel van eenzaamheid.

‘Het is een kwelling voor me het leven buiten de muren gade te slaan, het past niet meer bij mij, ik ben ervan gescheiden en wil er niets meer van weten. Rijd allemaal langs en rijd weg, laat het land maar leeglopen! Laat de bomen verdorren, laat het zand over akkers en weides waaien; rond een dodenhuis als dit moet een woestenij zijn, een dorre, dode woestenij.’

Alhoewel ik het boek mondjesmaat heb gelezen, omdat de depressiviteit me dreigde te verstikken, zijn er toch passages met (wrange) humor. Aan de hand van zijn celgenoten, de dagindeling, de onderlinge strubbelingen geeft de auteur ons een realistisch beeld van het leven in zo’n instelling. Het wordt snel duidelijk waarom hij het over een ‘dodenhuis’ had en waarom hij het gevoel kreeg in de hel te zijn beland. De knipoogjes halen de scherpste kant van de uitzichtloosheid eraf.

‘Mijn tweede kamergenoot was de corveeër Herbst, wat naam betreft mijn opvolger (...) Voor invrijheidstelling had hij het grootste offer gebracht: hij had zich vrijwillig laten ontmannen. (...) De dokter deelde hem mee dat zijn invrijheidstelling, waarover de rechtbank inmiddels gunstig beslist had, nu van de baan was omdat een vechtpartij had bewezen dat hij zelfbeheersing noch scrupules bezat’

Iedereen in de instelling heeft wel een of andere misdaad op zijn geweten. De lezer weet dat ze een gevaar voor de maatschappij vormen. Toch kan je niet onbewogen het spel aankijken dat de instanties met deze patiënten spelen. Ze worden soms als dieren behandeld en toch blijven ze mensen. Ze moeten gestraft worden, maar de wantoestanden zijn niet goed te praten.

Hans Fallada was de juiste persoon om ons een plaats te leren kennen, waar we hopelijk nooit zelf verzeild zouden geraken. Het is geen zwart-wit tekening: er zijn heel wat grijstinten tussen goed en kwaad. Erwin Sommer denkt dat hij slim is, maar zijn vrouw Magda is nog sluwer: het is onmogelijk om uit te maken wie dé goede en dé slechte is. Je kan enkel uitzoeken, wie het minst slecht is.

Naast het hoofdthema van een alcoholverslaving is er aandacht voor het onaanvaardbare gedrag van het personeel van een psychiatrische instelling. De auteur heeft duidelijk uit zijn eigen ervaringen geput om een afgezwakt alter ego te creëren. Afgezwakt, want de realiteit, het leven van de schrijver, overstijgt duidelijk de fictie in zijn postuum verschenen werk ‘Der Trinker’. Het verscheen in 1950.

Bron: https://fallada.de/lebensstationen/

Reageer op deze recensie

Meer recensies van La vida es bella