Lezersrecensie
"Babylon" drukt ons met de neus op de tekenen van deze tijd
"The Americans" van Robert Frank is een van de bekendste fotoboeken uit de geschiedenis. Frank reisde vanaf 1955 twee jaar door Amerika en creëerde een portret van zijn tijd vast. Normen en waarden waar hijzelf sceptisch tegenover stond, en vooral een alom aanwezige eenzaamheid.
Robert Frank's "bijbel" (geheel foute woordkeuze als we het over Frank, vriend van Jack Kerouac, hebben) loopt als een rode draad door de laatste roman van Yasmina Reza heen. Een bewuste keuze want de Franse schrijfster schetst in "Babylon" een Frankrijk waarin dezelfde eenzaamheid voelbaar is die de foto's in "The Americans" typeerden.
,,Ik ben nu tweeënzestig. Ik kan niet zeggen dat ik in mijn leven erg gelukkig ben geweest, als ik doodga zou ik mezelf geen zeven kunnen geven, zoals die collega van Pierre die zei, laat ik en zeven zeggen. Nou ik zou eerder een zesje zeggen, om niet ondankbaar over te komen of iemand te kwetsen, ik zou dus valsspelen en een zesje zeggen. Wat maakt het uit als ik eenmaal onder de zoden lig? Het zal iedereen echt een rotzorg zijn of ik in mijn leven al dan niet gelukkig ben geweest, en mij al helemaal.''
Elisabeth Jauze, 62 jaar oud, is getrouwd, niet gelukkig, niet ongelukkig, met Pierre. Ze besluit een feest te organiseren, nodigt collega's uit, collega's van Pierre, kennissen, haar zus die niet weet te ontsnappen uit een relatie die het uiterste van haar vergt, en ze nodigt de bovenburen uit. Lydie, een exentriek type, zingt in een jazz club en maakt zich hard voor het lot van de dieren. Jean-Lino, haar man, waarover Elisabeth later zegt: ,,Dat is wat ik altijd zo mooi heb gevonden aan Jean-Lino, de manier waarop hij deel uitmaakte van de omgeving, zonder enige vorm van verzet.''
De avond is geslaagd, de gasten druppelen aan het eind van de avond naar huis. Midden in de nacht wordt er bij Elisabeth en Pierre aangebeld. Het is de bovenbuurman, die vertelt dat hij zojuist zijn vrouw heeft vermoord.
Het vervolg is schijnbaar totaal onlogisch (Pierre die na een tijdje doodgemoedereerd zijn bed weer opzoekt, Elisabeth die Jean-Lino besluit te helpen om zich van het lijk van Lydie te ontdoen), maar het sluit beter aan bij de werkelijkheid dan dat we in eerste instantie willen toegeven.
Yasmina Reza weet in "Babylon" iets enorms als een moord naar het tweede plan te verhuizen en de aandacht volledig op de twee hoofdpersonen te richten. Hun acties, reacties, hebben een reden die deels in het verleden en deels in het heden ligt. En zo hinkelen ook hun gedachten tussen het soms van weinig belang lijkende verleden en het heden dat deze nacht als een enorm zwaard van Damocles boven hun hoofden zwaait. Het waarom is waar het uiteindelijk om draait, niet het hoe. Ook al is Reza voldoende schrijfster om ook dat uit de doeken te doen.
- ,,Hij had zijn handschoenen uitgedaan (ze staken als twee harige oren uit de zijzakken van zijn jack). Hij zat dubbelgevouwen op de trap en streek met een hand over de rode stof van de koffer, waarop hij met zijn wijsvinger onbestemde lijnen trok. Zijn gehavende wangen glansden. Ik dacht dat het van de regen kwam, maar hij huilde. Toen Jean-Lino klein was, pakte zijn vader na het avondeten soms het boek der Psalmen, waar hij dan hardop een passage uit voorlas. Het leeslint zat altijd op dezelfde plek. Zijn vader kwam nooit op het idee om het op een andere plek te stoppen, dus hij las altijd dezelfde psalm, over de ballingschap. Wij zaten aan Babylons stromen en weenden, denkend aan Sion. -
O ja, nog één ding, ook heel belangrijk. De vertaling van Floor Borsboom en Eef Gratama is meesterlijk.