Lezersrecensie
een rustgevende natuurroman
De komst van de wolven is mijn kennismaking met de romans van Sarah Hall, en ze kon geen betere eerste indruk maken. Sarah Hall schrijft een prachtig eerbetoon aan de wolf, waarbij de mens het gevaarlijke, verloren wezen is.
In Engeland is de wolf al jaren niet meer vrij te vinden en daar wil Thomas Pennington verandering in brengen. Hij is rijk en invloedrijk genoeg om op zijn eigendom in Cumbria (in het Noordwesten van Engeland) een ommuurd natuurpark aan te leggen. Zijn doel is om een roedel wolven opnieuw te laten leven volgens hun eigen wetten. En daar komt wolvenexpert Rachel in beeld. Hoewel ze zich veel vragen stelt bij het excentrieke karakter van Thomas, betekent het project ook een kans om opnieuw te verhuizen naar de streek waar ze als kind gewoond heeft en om zo de banden met haar broer aan te halen.
Het enthousiasme van het projectteam staat in schril contrast met de reacties van de plaatselijke bevolking, die vreest voor de veiligheid van hun kinderen en dieren. Op een overtuigende manier geeft Hall uitleg bij het leven van de wolf, waardoor je niet anders kan dan bewondering voor het dier opvatten.
De roman is een aaneenschakeling is van fantastische natuurbeschrijvingen. De aandacht voor de omgeving en het gedrag van wolven is zo groot dat de plotlijn op de tweede plaats komt. Alle zintuigen worden aangeboord. Wanneer de temperaturen dalen en de sneeuw met bakken tegelijk uit de lucht valt, maakt het niet uit hoe warm de kamer is waarin je zit, je krijgt automatisch kippenvel en rilt mee met de personages.
Net als de wolven moet ook Rachel zich aanpassen aan haar nieuwe omgeving, al verloopt haar terugkeer moeizamer dan die van de dieren. Rachel en haar broer Lawrence hadden een moeilijke relatie met hun moeder en hun vreemde jeugd heeft bij hen allebei littekens achtergelaten. De nevenpersonages zijn wat vlak en soms zelfs ronduit karikaturaal, maar Hall heeft prachtig werk geleverd met haar hoofdpersonage. Rachel is een personage dat tegelijk aantrekt en afstoot. Ze wantrouwt de mensen om haar heen en voelt zich prima in haar eenzame huisje op het terrein. Tot op het einde kon ik geen hoogte van haar krijgen, maar hoe erg ik me soms ook aan haar ergerde, ze bleef me fascineren en is het perfecte hoofdpersonage in dit verhaal. Ze past ook perfect in de observaties die Hall maakt over vrijheid vs gevangenschap, nature en nurture. De muur rondom het natuurreservaat houdt de wolven gevangen, hoewel zij zich vrij wanen. Rachel en Lawrence lijken vrij, maar vechten tegen de grenzen die zelf hebben opgeworpen.
De vragen over hun jeugd, de kracht van het moederschap en de broer-zusrelatie zijn extra lagen die het boek op vele niveaus interessant maakt. Ook de pogingen van de tegenstanders om het project te boycotten zorgen voor korte momenten van spanning, maar het boek steunt toch eerder op observaties en gedachten over de natuur van mens en dier dan op actie.
Ik vond De komst van de wolven een intrigerend boek dat me rust bracht tijdens het lezen. Ik zou het aanraden aan lezers die hielden van Noord van Sien Volders.