Advertentie

Wie eerdere boeken van Dan Brown gelezen heeft weet eigenlijk al wat hem te wachten staat: een spannende speurtocht, een lesje kunst- en cultuurgeschiedenis en uitgebreide beschrijvingen van de gebouwen ter plaatse.

In ‘Inferno’ blijkt hoofdpersoon Robert Langdon zich in Florence te bevinden. Hij ligt met een hoofdwond in een ziekenhuis en weet niet hoe hij daar terechtgekomen is. Samen met de slimme arts Sienna vlucht hij, achtervolgd door en op zoek naar een mysterieuze vijand. De vlucht en de speurtocht door Florence beslaan een aanzienlijk deel van het boek, waardoor je als lezer overvoerd raakt van de feiten en opsommingen van al wat Langdon onderweg tegenkomt. Gaandeweg wordt duidelijk wie de vijand is, wat hem drijft en hoe hij het einde van de wereld denkt te voorkomen. De vijand is geobsedeerd door Dante Alighieri’s ‘Inferno’ (Hel), het eerste deel van het uit drie delen bestaande epos ‘La Divina Commedia’ (De goddelijke komedie). Mooi, zoals Dan Brown in gewonemensentaal uitleg geeft over Dante Alighieri’s hel, die ingedeeld is in negen kringen.

‘Inferno’ getuigt van gedegen onderzoek naar de locaties in het boek. Daarnaast heeft de auteur zich verdiept in het thema wereldbevolking en de standpunten daaromtrent van overheden en wereldwijde organisaties. Deze actuele aspecten alsmede de rol die wetenschap kan spelen is angstwekkend. Jammer, dat hiervoor geen groter aandeel is ingeruimd in ‘Inferno’. Dan Brown lijkt zich beter thuis te voelen op het vlak van feitelijkheden, kunst, historie en wat dies meer zij dan op dat van ethische bespiegelingen.
Dan Brown blijft zijn succesformule trouw, ‘Inferno’ is niet vernieuwend. Karakterontwikkeling heeft geen prioriteit; Robert Langdon is nog dezelfde als in ‘De Da Vinci Code’, alsof hij geen privéleven heeft noch ouder wordt. ‘Inferno’ is meer van hetzelfde: een goede, onderhoudende actiethriller, die zo op het witte doek kan.

Reacties op: