Lezersrecensie
Utopische comfort reading
(Deze recensie is gebaseerd op de Engelstalige versie van het boek.)
Boeken over utopieën en boeken over dystopieën hebben elk hun eigen valkuil. Een dystopie kan zo naar zijn dat je een karakter dat alleen maar ondraaglijk en uitzichtsloos kan leiden een karaktermoord (karakter-euthanasie?) gunt door het boek voortijdig dicht te slaan. Waarom verder lezen als er geen hoop is? Een utopie kan dan weer zo mooi zijn dat hij slaapverwekkend saai is: ik gun iedereen diens geluk, maar een karakter dat alleen maar blij door de velden danst is gewoon geen interessante hoofdpersoon. Chambers doet haar best op haar solarpunk-utopie, maar voor mij slaagde het boek er niet helemaal in om de valkuil te ontlopen.
Dex (they/them) is een monnik die in de stad in een klooster leeft, maar de reislust kriebelt en Dex droomt ervan op een dag de krekels te horen sjirpen. Dex besluit theemonnik te worden: een rondreizende kluizenaar in een soort zigeunerwagen aangedreven door een elektrische fiets, die de mensen thee schenkt en hun zorgen en beslommeringen aanhoort. Dat is een tijdje leuk en Dex is er goed in, maar hoe meer ze rondreist tussen de dorpen, hoe meer ze zich voelt aangetrokken door de wildernis daaromheen, waar volgens de verhalen nog krekels leven. Op een goede dag verlaat ze het gebaande pad en ontmoet daar de robot Mosscap, een afstammeling van de robots die lang geleden besloten om de mensen te verlaten en in het wild te gaan leven. Ze besluiten samen verder op te reizen in een filosofische buddy road trip op weg naar de ruïne van een klooster – en de krekels.
Psalm is een comfort reading, een schattig, vriendelijk en hoopvol boek (het eerste uit de Monk and Robot duologie) voor wie even bij wil komen van de zorgen van alledag. Dex is een mooi karakter voor een utopisch verhaal, juist omdat ze hongert naar een ontsnapping uit de georganiseerde en verzorgde stad. Natuurlijk valt dat niet mee, maar de hulp en nieuwe perspectieven van de robot Mosscap helpen Dex te ontdekken waar ze nu eigenlijk naar op zoek is. Er zitten veel aardige elementen in, zoals de robots die hun leven kunnen spenderen aan het bestuderen van de groei van een enkele stalagtiet, en, in imitatie van het sterven van levende wezens, aan het eind van hun bestaan hun oude onderdelen hercombineren tot nieuwe robots. Tegelijkertijd miste ik een beetje de uitdaging, de spanning in hun filosofische discussies: het boek kabbelt gezellig voort en dan is het voorbij. Een mooi voorbeeld hiervan benoemde een lid van onze leesclub door op te merken dat iedereen die Dex tegenkomt, op een homogene manier progressief is. Dat klinkt als een utopia als je zelf progressief bent, maar het roept wel de vraag op waar de meer conservatieve mensen gebleven zijn, en of een utopia vereist dat je het allemaal met elkaar eens bent (en wat gebeurt er dan met de andersdenkenden?) Toch nog een filosofische uitdaging gevonden!
Met dank aan de ‘¿baetter futures’ leesgroep.