Lezersrecensie
Een mooi epos, maar wel taai
Dit is het tiende en laatste deel van de romanserie "De grote eeuw" . De familiegeschiedenis begon in 1904 en eindigt met dit boek op 10 september 2001. Het is soms taaie kost. Vaak gaat het om lange beschrijvingen van rechtszaken die de tijdsgeest van Zweden weerspiegelen: het ontstaan van vreemdelingenhaat en een obsessie voor kindermisbruik. Het privéleven van Eric Letang geeft een inkijk in het Zweedse parlement. Zijn partner Catherina is parlementslid voor de socialistische partij. Dat veroorzaakt nog wel eens frictie. Eric is mag dan wel een links verleden hebben en het Palestijnse bevrijdingsfront steunen, hij is wel afkomstig uit de bovenlaag van de bevolking waar er wordt neergekeken op de "Sossen". Zowel Eric als Catherina moeten vanwege de boulevardpers om die reden op hun tenen lopen. Het elitaire van de familie Lauritzen verloochent zich niet in de maaltijden die gebruikt worden: dure wijnen en exquis eten. Het liefst in dure restaurants.
Hun beider zonen spelen ijshockey op een hoog niveau en ook de competitie van die jaren komt uitgebreid aan de orde.
Oom Harald, de SS'er die jarenlang in Argentinië heeft gewoond, zoekt contact met Eric om hun vergoeding van verloren gegane bezittingen in Berlijn op te eisen. Zijn verhaal blijft wat afstandelijk.
Door nicht Solveigh, die zich verdiept zich in de aandelenhandel, lezen we over de enorme winsten die op de beurs gemaakt werden en hoe alles op een gegeven moment als een kaartenhuis in elkaar stortte.
De schrijver legt veel nadruk op het feit dat er een nieuwe vijand wordt gezocht: de koude oorlog is voorbij en het communisme bestaat niet meer. De nieuwe vijand is de vluchteling. In de laatste zinnen van het boek spreken Horst en Eric zich hierover uit:"Wanneer de Grote Oorlog tegen het terrorisme of hoe die zal gaan heten uitbreekt, dan is de twintigste eeuw definitief voorbij. Dan gaan we een nieuw tijdperk in" "En wanneer is dat, morgen misschien?" zegt Eric. Het is dan 10 september 2001!
Het is een mooi epos geworden, maar voor mij soms wat te zakelijk.