Lezersrecensie

Dapper boek over geen thuis in mooi huis


FamkeLaLiseuse FamkeLaLiseuse Hebban Team
24 apr 2022

De auto op de oprit zet je op scherp. Híj́ is thuis. Al kun je je afvragen of ‘thuis’ hier wel op zijn plaats is. Auke Kok schetst in ‘Flinke Jongen’ geen warm nest, maar een plek waar de gezinsleden elkaar ontlopen. En waar de 12-jarige Hidde continu op zijn hoede moet zijn voor de nukken en handen van zijn vader. Vluchten in (dagdromen over) voetbal is zijn remedie.

Op de cover staat ‘roman’. Fictie dus. Voor ‘Flinke Jongen’ putte schrijver en journalist Kok wel uit zijn eigen jeugd. Het boek, dat hij opdroeg aan zijn broer en zus, is deels autobiografisch. Door zijn intieme verhaal in een roman te vertellen, heeft de schrijver de vrijheid feiten te kneden, uit te vergroten of weg te laten. Wat zich achter een voordeur afspeelt, blijft vaak ongewis. Kok zet die voordeur moedig open, maar houdt de regie over de mate waarin we mogen binnenkijken.

Die blik in het gezin begint wat sarcastisch. Hidde start als verteller van het verhaal met een scherpzinnige schets van de situatie - mooi, vrijstaand huis met een voor de buitenwereld geweldig gezin, maar waarin vader, moeder, twee broers en zus elkaar zoveel mogelijk mijden. “Echt een leuk gezin, dus. (…) In ons leuke gezin was mijn moeder denk ik wel de allerleukste.” Deze spottende ondertoon verdwijnt (gelukkig) snel, wanneer vader wordt geportretteerd.

De buitenwacht ziet een aimabele, sportieve en hardwerkende man en trouwe kerkganger. “Een man om van te houden”, vinden de zussen van zijn moeder. Maar Hidde beziet zijn vader als ‘vulkanistisch’: een voortdurende dreiging die elk moment tot uitbarsting kan komen. Die uitbarstingen bestaan uit bulderen, intimideren, vernederen, slaan. De spanningen die zijn opvliegende karakter in het gezin te weeg brengt, zijn van de eerste tot de laatste pagina voelbaar.

De Nederlandse literatuur huisvest meer autoritaire vaders. Denk aan ‘Terug naar Oegstgeest’ (Wolkers), ‘De tolk van Java’ (Birney), ‘Turis’ (Acyol) en ‘Wees Onzichtbaar‘ (Isik), om er een paar te noemen. ‘Flinke Jongen’ is wat dat betreft een verrijking door de manier waarop Kok toch met mededogen voor de ouders vertelt. Hij ziet ook hen worstelen en ongelukkig zijn. De heerlijke, ingeweven voetbalverhalen verluchten daarnaast het heftige verhaal van vaders losse handjes en moeders emotionele verwaarlozing.

Met die voetbalverhalen is Kok natuurlijk als een vis in het water. Zijn oeuvre bestaat voor bijna de helft uit non-fictie boeken over de vaderlandse voetbalhistorie; van een biografie over Cruyff tot de succesverslagen van het Nederlands elftal. De liefde voor het voetbal spat ook in dit boek van de pagina’s af.

In ‘Flinke Jongen’ laat Kok het voetbalseizoen 1968-1969 figureren. ‘We’ staan dan aan de vooravond van de succesjaren van het Nederlandse voetbal. Hidde leeft vol overgave mee met Ajax, in de eredivisie en de EuropaCup-I. Het nauwgezet volgen van spelers als Cruyff, Swart en Nuninga geeft hem houvast en iets om naar uit te kijken. Hij vreet zich dan ook op wanneer zijn oudere broer Tijs zijn vader zoals gewoonlijk tergt en uitdaagt en met dat gedrag de uitzending van Langs de Lijn op het spel zet.

Kok laat de verhalen over het gemankeerde gezinsleven en het voetbal subtiel parallel lopen. Hidde ergert zich aan zijn opstandige broer, maar ook aan ‘Cruyffie’ die als jonge eigenwijs de eenheid en harmonie van Ajax ondermijnt. De scholengemeenschap is voor Hidde te hoog gegrepen, zoals Nederlandse voetballers niet goed genoeg zijn internationale prijzen te pakken, zo houdt vader zijn zoon voor. Beide zijn “niet kranig” genoeg.

Hidde wil wel die flinke jongen zijn, maar durft het meestal niet. Pas na de scheiding van zijn ouders lijkt hij zijn rug te rechten. Rolmodellen hiervoor vindt hij op het voetbalveld en buitenshuis. Onderweg naar een wedstrijd van Ajax stelt hij verbijsterd vast dat er vaders zijn die wél luisteren naar wat hij zegt en waarmee je een gesprek kunt hebben. Ook op bezoek bij zijn klasgenoot ziet hij een moeder die niet halve dagen achter de kaptafel zit en de tijd verpoost met sherry en whiskey. “Trouw en opoffering liggen hier verborgen in de deurmat als je binnenkomt, ze zweven door de kamer als de een iets zegt en de ander luistert”, stelt Hidde bij dat bezoek vast. Wél sprake van een ‘thuis’ dus.

‘Flinke jongen’ is een bevroren blik in het verleden. Het boek heeft geen uitloop naar het heden met een afrekening of analyse over de gevolgen van het opgroeien in een ongelukkig gezin. Dat is overigens geen gemis. “Stug doorgaan en doen of er niks aan de hand is, daar ben ik goed in”, analyseert de 12-jarige Hidde zichzelf. Het feit dat hij dit verhaal nu met de buitenwacht deelt, is wat dat betreft al een prestatie op zich. Het is een dapper boek met een beklemmend, knap en fraai verteld verhaal.

Reacties

Meer recensies van FamkeLaLiseuse

Boeken van dezelfde auteur