Lezersrecensie

'Hermans leed en Hermans schreef'


4 mrt 2015

Voor het eerste deel van zijn tweedelige biografie van Willem Frederik Hermans, De mislukkingskunstenaar, heeft auteur Willem Otterspeer veel lof ontvangen. Alleen de Hermansianen, het structuurloze genootschap van zelfbenoemde kenners, stond op de achterste benen. Het tijdschrift De God van Nederland wijdde zelfs een heel nummer aan de misdaden die Otterspeer in hun ogen zou hebben begaan.

Het begon ermee dat de Hermansianen Otterspeers centrale claim verwierpen dat de zelfmoord van Hermans' zuster Corry, op 14 mei 1940, de kern van zijn leven en daarmee van zijn werk was geweest. Nadat de heren de uitgewisselde modderspatten van hun revers hadden gewreven, lagen de visies op Hermans nog even ver uit elkaar, maar stond de biografie fier overeind.
Eigenlijk past dat geheel in het beeld. Niets is eenduidig bij W.F. Hermans, niet in zijn boeken, niet in zijn leven. Zijn biografie zal daar de uitdrukking van zijn.

Otterspeer zei het, bij het verschijnen van De mislukkingskunstenaar, zo: "Alles wat Willem Frederik Hermans over zichzelf heeft gezegd, was de helft van de waarheid, de slechte helft." Wat die slechte helft is, is vervolgens een kwestie van weging en van interpretatie van de bronnen. Eensgezindheid is ver te zoeken. Bij een complexe schrijver als Hermans is dat niet alleen onvermijdelijk, het maakt hem juist zo ongemeen boeiend.

Willem Otterspeer begint deel twee van de biografie, De zanger van de wrok, met een soort tussenstand die ook de conclusie had kunnen zijn. Dit hoofdstuk, Van de wrok en de wraak, lijkt een inleiding bij deel twee, wat ongebruikelijk is bij meerdelige biografieën. De schrijvers van de biografieën van Ter Braak, Van Deijssel en Van Eeden gingen verder waar ze gebleven waren. Otterspeer zet, in dit verbluffend knappe hoofdstuk, zijn beeld van Hermans neer, waar de rest van de biografie de uitleg bij is. Hij prijst, met een citaat uit de vroege roman Ik heb altijd gelijk, Hermans' 'roekeloze waarheidsliefde'.
'Voor hem vormde rancune de essentie van het bestaan, in hem was het ressentiment creatief geworden.' Fijn was anders, genoeglijk was het al helemaal niet. Niet in de laatste plaats voor de schrijver zelf. 'Hermans leed en Hermans schreef, die dingen gingen nu eenmaal samen. 'Het gaat mij slecht als steeds', schreef hij aan Frida Balk.'
Otterspeer concludeert: 'Om Hermans en zijn werk valt uiteindelijk niet te lachen. Er valt wel veel in te bewonderen, met name de nietsontziende, de zichzelf allerminst ontziende eerlijkheid waarmee hij schreef.'
De biograaf mag dan vinden dat Hermans altijd de slechte helft van de waarheid vertelde, het volgende citaat vat mens- en wereldbeeld van de schrijver prachtig en vermoedelijk naar waarheid samen: 'Ik ben me dus bewust dat het au fond geen zin heeft om andere mensen iets te verwijten, de mensen zijn zoals ze zijn. Zo zijn ze geworden, door erfelijkheid, door milieu, enzovoorts. Het heeft geen zin om je op te winden, het heeft geen zin om andere mensen dood te slaan, maar de mens is geboren met de faculteit om dat wél te doen, en die leeft ook in mij, al sta ik er zeer kritisch tegenover. Dat leef ik dus uit bij het schrijven.'
Aan het begin van dit deel van de biografie komt Hermans in Groningen aan. Hij werkt op de universiteit en schrijft daar de werken die hem een van de grootste Nederlandse schrijvers van de vorige eeuw zullen maken: De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen, voorafgegaan door het surrealistische De God Denkbaar, Denkbaar de God en gevolgd door onder meer Onder professoren. Voor deze roman heeft Hermans zijn conflictrijke periode aan de universiteit van Groningen als inspiratiebron gebruikt. Uitgebreid en minutieus schetst Otterspeer de verwikkelingen, de ruzies, de achterklap en het gesar die in de roman hun weerklank vonden. Zocht Hermans de conflicten op of was het andersom en vonden de controverses hem? Het beeld is dat het hem allemaal uiteindelijk goed uitkwam: hij vond in het kleinburgerlijke gedrag de bevestiging van zijn mensbeeld.
Otterspeer onderbreekt de chronologie door een aantal bijzondere intermezzo's. Over katten, auto's, Harry Mulisch. Zijsprongen zijn het niet. Het past allemaal in het grote beeld.
Ook dit deel van de Hermans-biografie zal het aanstaande moddergevecht fier en glansrijk doorstaan.

Reacties

Meer recensies van

Boeken van dezelfde auteur