Lezersrecensie
Rockband is net zoiets als een gezin
De Ierse schrijver Joseph O'Connor (51) heeft het vorig decennium grotendeels besteed aan een romantrilogie over de trek van de Ieren naar de Verenigde Staten. Een trek die in het midden van de negentiende eeuw begon toen Ierland door hongersnood werd geteisterd.
Wat een contrast met het onderwerp van zijn nieuwe roman De nacht is jong. Die gaat over de opkomst, de gloriedagen en de onvermijdelijke neergang van een rockband in de jaren tachtig. Ware het niet dat O'Connor hier met dezelfde inzet, souplesse en diepgang schrijft.
De nacht is jong zijn de herinneringen van Robbie Goulding (hij is van Ierse komaf; het is en blijft een O'Connor-roman) aan zijn band The Ships in the Night, die begin jaren tachtig zou zijn ontstaan in Luton. In het dankwoord achterin schrijft hij, voor de zekerheid, dat de band fictief is. Niet ten overvloede, want hij tekent het rock-'n-rollleven zo goed van binnenuit dat het echt gebeurd lijkt. Robbie Goulding is de verteller. Slim, want als er iemand van nabij de leider van de band heeft meegemaakt, is hij het. Deze jongeman, Fran, is zo'n veel te mager, exotisch en ongrijpbaar ettertje. Elke new waveband had er wel zo een. Makkelijk om te haten, maar wat een charisma, bravoure en talent.
Fran zou de hoofdpersoon van de roman zijn als O'Connor het bij het bandleven had gelaten. Maar de roman reikt verder. Het boek gaat over loyaliteit, vriendschap en niet in de laatste plaats over familiebanden. Is een rockband immers niet zoiets als een surrogaatgezin? De tirade van Robbie's vader Jimmy tegen zijn dronken zoon is fenomenaal.
De memoires van Goulding zijn doorspekt met fragmenten uit interviews met Fran en andere bandleden. Met songteksten ook. Prachtig is Fran's versie van een gedicht van Wordsworth. Eigenlijk is alles goed aan deze roman. Het tempo, de snedige humor, de schildering van het milieu, het tijdsbeeld. De nacht is jong heeft de kracht van een verpletterende popsingle. Een Teenage Kicks in 370 pulserende pagina's.