Lezersrecensie
Voor een spion is nergens rust
De Amerikaan Denis Johnson staat helaas te boek als een writer's writer. Een schrijver die vooral schrijvers goed vinden. Helaas, omdat het erg moeilijk blijkt te zijn om van zo'n stempel af te komen. Zeker als het in recensies, zoals deze, wordt genoemd. Het feit ligt er nu eenmaal.
Wat schrijvers aan Johnson waarderen, is zijn kameleontische karakter. Weinigen zijn in staat in zo veel stijlen te schrijven en toch een eigen toon vast te houden.
Johnson kan bijna alles. Weergaloos was zijn novelle Treindromen, genomineerd voor de Pulitzer Prize in het jaar dat er geen winnaar werd gekozen.
In De lachende monsters is hij terug bij de sfeer van Een zuil van rook, maar het is een totaal ander boek dan die Vietnam-roman.
Wel is het oorlog, maar nu in Afrika. De Deense Amerikaan Ronald Nair keert na de burgeroorlog terug naar Sierra Leone, onder andere om aanwezig te zijn bij het huwelijk van zijn oude partner in crime Michael Adriko.
De angel zit in dat 'onder andere'. Nair is ook op de vlucht. Voor alles en iedereen. De CIA, Interpol, MI6 en ook de Israëli's zouden hem graag een aantal indringende vragen stellen. Nair is een opgejaagde man. Hij weet dat hij niemand kan vertrouwen. Adriko niet, zichzelf niet. Wellicht Davida, Adriko's vrouw. Chronisch achterdochtig reist hij door Congo en Oeganda, zoekend naar houvast. Voor wie er symboliek in wil zien: hier strandt de oude westerse vorm van spionage.
De lachende monsters is als een koortsdroom vol lucide momenten. Voor alle lezers.